Griep


Wat is het?

  • Griep of influenza is een zeer besmettelijke ziekte van de luchtwegen, veroorzaakt door influenzavirussen. 
  • Influenza heeft niets te maken met buikgriep.
  • Een zware verkoudheid met koorts krijgt al vlug de naam 'griep'. Zo'n 'griepje' gaat meestal na enkele dagen vanzelf over. Influenza is ernstiger. Griep komt vooral voor tussen november en april. Vooral ouderen en zwakke personen worden besmet.
  • Je bent meestal na 1 tot 3 weken volledig genezen. Bij gezonde kinderen en jonge volwassenen gaat de ziekte over zonder medicatie. Veel rusten helpt om sneller beter te worden.

Symptomen

  • hoge koorts
  • hoofdpijn
  • spierpijn, gewrichtspijn
  • vermoeidheid
  • verkoudheid, hoesten, keelpijn en een loopneus

Besmetting

  • Het virus verspreidt zich via de lucht door te praten, te niezen of te hoesten of door contact met de handen van een besmet persoon.
  • Je kan de besmetting doorgeven van 24 uur voor tot 5 à 10 dagen na het begin van de ziekte. Daarna verspreid je het virus niet meer, ook al blijf je nog langer verkouden.

Vaccinatie

  • Elk jaar is een vaccin tegen de seizoensgriep beschikbaar. De vaccinatie tegen griep moet jaarlijks herhaald worden en gebeurt best in oktober of november.
  • De Hoge Gezondheidsraad raadt aan risicopersonen jaarlijks te vaccineren. Voor wie is een griepvaccinatie belangrijk? 
    • Vrouwen die zwanger zijn tijdens het griepseizoen
    • Iedereen ouder dan 65 jaar
    • Iedereen vanaf de leeftijd van 6 maanden met diabetes of een andere chronische ziekte van bijvoorbeeld hart, longen (ernstig astma of COPD), lever, nieren of spieren. Of mensen die een verminderde weerstand hebben door een andere ziekte of een behandeling
    • Alle personen die opgenomen zijn in een woonzorgcentrum, een psychiatrische instelling of een instelling voor personen met een beperking
    • Alle mensen die samenwonen met de bovengenoemde risicopersonen of die zorgen voor kinderen jonger dan 6 maanden
    • Alle personen werkzaam in de gezondheidssector
  • Het vaccin is veilig voor de zwangere en borstvoedende vrouw, dat is in verschillende studies aangetoond. Het griepvaccin bevat geen levende virusdeeltjes en kan geen griep veroorzaken bij de moeder of de baby. Het vaccin heeft ook geen invloed op de borstvoeding.
  • Kinderen kunnen vanaf 6 maanden gevaccineerd worden. De aanbevelingen kan je vinden op deze website.
  • Vaccinatie tegen de griep tijdens de zwangerschap zorgt ervoor dat de moeder veel minder risico loopt om ziek te worden. Bovendien krijgt het kind via de placenta afweerstoffen waardoor hij bescherming krijgt.  Zo is het kind bij zijn geboorte dubbel beschermd: het heeft zelf afweerstoffen meegekregen, de moeder kan het niet besmetten, want zij is beschermd. Lees meer over vaccinaties bij zwangerschap.

Verzorging en aanpak

  • Breng alle ouders op de hoogte als er griep in de opvang is vastgesteld.
  • Ventileer en verlucht de ruimten goed. In een gesloten ruimte vindt besmetting sneller plaats dan in de openlucht.
  • Zorg voor een goede algemene hygiëne. Besmetting voorkomen is erg moeilijk, omdat het griepvirus zich snel via de lucht verspreidt.

Hygiëne bij hoesten en niezen

Verspreiding van ziektekiemen uit mond, neus en keel

  • via zeer kleine onzichtbare vochtdruppeltjes in de lucht door hoesten en niezen
  • via de handen door je hand voor je mond houden
  • door direct contact met neus- en keelslijm (snot)
Tips om besmetting te voorkomen. Leer ze ook de kinderen aan.

  • Nies of hoest niet in de richting van een ander.
  • Draai of buig je hoofd. 
  • Hou een hand of nog beter een zakdoek voor de mond bij niezen of hoesten. Of nies in je elleboog. 
  • Gebruik altijd papieren zakdoeken en gooi die meteen na gebruik weg in een afsluitbare afvalbak. 
  • Was of ontsmet de handen na niezen, hoesten of snuiten.
    • Je kan moeilijk na ieder kuchje de handen wassen of dit aan de kinderen vragen. Maak zelf een inschatting wanneer dit nodig is.
    • Meer weten over handhygiëne.

Kan het kind naar de opvang komen?

Ja, als de algemene toestand van het kind het toelaat.