HIV


Wat is het?

HIV
  • HIV is de afkorting van Human Immunodeficiency Virus.
  • Dit virus tast geleidelijk het afweersysteem aan, hetgeen kan leiden tot AIDS.
Seropositief
  • Ben je besmet met HIV, dan ben je seropositief.
  • Je kan soms jarenlang seropositief zijn zonder dat je echte klachten of problemen hebt. In dit stadium heb je nog geen aids.
  • Een seropositief kind wordt niet beschouwd als een ziek kind.
Aids
  • Aids staat voor Acquired Immune Deficiency Syndrome.
  • Op het moment dat het lichaam ziek wordt, is er sprake van aids. Het afweersysteem is zo verzwakt dat het zich niet meer kan verdedigen tegen ziektekiemen. Een gewone infectie kan dan dodelijk zijn.
  • Aids kan niet genezen worden. Er bestaat wel een behandeling met aidsremmers die de werking van het HIV-virus zo veel mogelijk vertragen.

Besmetting

Een besmetting bij een kind met HIV verloopt op de volgende manieren:

van moeder op kind tijdens
  • a. de zwangerschap,
  • b. de bevalling,
  • c. de borstvoeding;
door bloedcontact (rechtstreeks contact tussen besmet en onbesmet bloed), bv.
  • a. het gebruik van besmette naalden en spuiten,
  • b. door het krijgen van ongetest bloed of bloedproducten (transfusies);
door seksueel contact.

Er is geen besmettingsgevaar in een normale sociale omgang.

Je raakt niet besmet door contact met speeksel, ook niet door mond-op-mondbeademing toe te passen in geval van nood. Ontlasting, urine en braaksel dragen het virus niet over. Alleen als er duidelijk bloed aanwezig is, ook in de ontlasting of het braaksel, moet je voorzorgsmaatregelen nemen. De kans op overdracht is aanzienlijk kleiner dan bij hepatitis B en C.

Verzorging en aanpak

Als je een seropositief kind opvangt, moet je geen speciale maatregelen nemen. Het is niet altijd bekend of een kind seropositief is op niet. Daarom pas je in elke situatie en voor elk kind goede hygiënemaatregelen toe. Hiermee verminder je het risico dat andere infectieziekten zich verspreiden, een risico dat veel groter is dan het risico op HIV-infectie


In de opvang ben je sowieso altijd alert op bloed:

  • Dek wonden en open eczeem af met een droog proper verband (gaasverband, kompres).
  • Gebruik bij wondjes met bloed wegwerphandschoenen.
  • Laat kinderen niet lopen met een bloedneus of bloedende wonde.
  • Ruim gemorst bloed onmiddellijk op en ontsmet de plek met alcohol 70%.

Taak van de ouders

Ouders van een seropositief kind kunnen ook zelf meewerken om het risico op overdracht zo klein mogelijk te houden.
  • Zij houden bij voorkeur hun kind thuis wanneer het een huidletsel heeft dat makkelijk kan beginnen te bloeden, of wanneer het een infectie heeft.
  • Ze leren hun kind om zelf naar een begeleider te gaan als er zich een probleem voordoet (een val, een bloedende wonde, een bloedneus). Met de nodige ondersteuning kan een kind dat perfect aan.
  • Iedereen heeft het recht om persoonlijke gegevens geheim te houden, ook wanneer het gaat over hiv. Ouders kunnen zelf bepalen of ze de omgeving en de opvang inlichten. Voor velen is dat moeilijk. Ze willen een gewoon leven, zijn bang voor afwijzing, zijn misschien zelf besmet of vrezen voor de verdere geheimhouding.
  • Als ouders de diagnose meedelen aan een van de begeleiders, mag die informatie niet aan anderen worden doorgegeven worden zonder de uitdrukkelijke toestemming van de ouders.

Kan het kind naar de opvang komen?

Ja.

Een seropositief kind waarbij het immuunsysteem gedaald is, loopt zelf het grootste gevaar in de kinderopvang. Vele infectieziekten verlopen bij een seropositief kind, dat kampt met een verlaagd immuunsysteem, ernstiger dan bij een ander kind met een normaal immuunsysteem. Daarom is het belangrijk de ouders altijd op de hoogte te brengen als er een andere besmettelijke ziekte in de opvang is vastgesteld. De ouders van het seropositieve kind kunnen dan zelf bepalen of zij het kind uit voorzorg tijdelijk thuishouden.