Voedselallergieën


Erfelijkheid

Wanneer er minstens 1 of meerdere gezinsleden (ouders of broer of zus) een klinisch vastgestelde allergie hebben, bestaat de kans dat het kindje ook verhoogde kans heeft op allergie.

Vroeger werd bij kinderen met allergische aanleg het invoeren van nieuwe voedingsmiddelen heel voorzichtig en later dan gewoonlijk aanbevolen. Uit onderzoek blijkt dat dit geen voordeel biedt. Het tijdig invoeren van allerlei voedingsmiddelen leidt tot tolerantie en beschermt eigenlijk tegen overmatige reactie. Bij risicokinderen heeft het dan ook geen zin het invoeren van sterk allergene voedingsmiddelen uit te stellen.

Diagnose

Door een nauwkeurige voedingsanamnese kan nagegaan worden of er een verband is tussen de inname van een bepaald voedingsmiddel en het ontstaan van symptomen. Elk voedingsmiddel kan aanleiding geven tot allergische reacties. In de anamnese kunnen reacties slechts vermoed worden als gekend is dat dit product is ingenomen. We sommen er enkele op:

  • Allergisch voor vis
    Vis bevat sterk allergene stoffen. Ze kunnen al bij een kleine hoeveelheid heftige reacties kunnen veroorzaken.

  • Allergisch voor vlees
    Sommige vleessoorten geven allergische reacties. Ze zijn wel zeldzaam.
    Toevoegsels en bewaarmiddelen in bereid vlees en bereide vleeswaren kunnen een allergie veroorzaken.

  • Ook door het eten van bepaalde vleesvervangers kunnen allergische reacties ontstaan.

De enige zekere manier om te weten te komen of de klachten ook werkelijk afkomstig zijn van een bepaald voedingsmiddel, bestaat erin dat voedingsmiddel te schrappen, te zien of de klachten verdwijnen, en hierna een uitlokkingstest te doen. Hierbij wordt het voedingsmiddel opnieuw geven om te zien of dezelfde klacht weer opduikt. Is dit zo, dan is het bewijs geleverd.
Het stellen van de diagnose is niet zonder risico’s en is dan ook de taak van de behandelend arts.

De voeding van oudere kinderen bestaat uit veel meer voedingsmiddelen en heeft een veel ingewikkelder samenstelling. Daarom is het bij oudere kinderen moeilijkerom voedselallergie vast te stellen.

Bloedonderzoek en huidtesten zijn weinig specifiek en sensitief bij jonge kinderen, en kunnen dan ook weinig helpen.

Behandeling

  • Als geweten is welke voedingsmiddelen een kind allergisch maken, moeten deze uit zijn voeding geschrapt worden. Doe dit alleen onder begeleiding van een arts. Volg nauwkeurig de richtlijnen van je arts op. Elk spoortje van dat bepaalde eiwit kan bij een kind een hevige reactie veroorzaken. Doe niets op eigen houtje.
  • Is een voedselallergie vastgesteld, dan zijn de behandeling en eventuele voedingswijzigingen de taak van een arts en diëtist(e). Het consultatiebureau van Kind en Gezin blijft het kind opvolgen en begeleiden, maar heeft geen specifieke taak in de aanpak van het dieet.
  • Sommige voedselallergieën blijven levenslang bestaan. Andere verdwijnen spontaan. 
  • Vraag raad aan een diëtist(e). Die kan zeggen welke voedingsmiddelen geschikt zijn, afhankelijk van de eetgewoonten binnen een gezin en de behoeften van een kind. De ingrediëntenlijst op het etiket moet hierbij uitsluitsel geven over de samenstelling van het voedsel. De Europese wetgeving bepaalt dat 14 allergenen duidelijk op het etiket moeten worden vermeld, zelfs al komen ze slechts in heel kleine hoeveelheden in het voedsel voor en zelfs al gaat het om een afgeleid product. 
  • Het FAVV begeleidt bedrijven bij hun communicatie over allergenen naar de consument (tekst en video).

Sojavoeding?

Heeft een baby geen verhoogd risico op het ontwikkelen van allergie, dan is de kans vrij klein dat hij allergisch reageert op soja. Heeft een baby wel een verhoogd risico op het ontwikkelen van allergie dan is een sojavoeding gebruiken ter preventie van allergie geen goed idee. Sojaeiwit is immers even allergeen dan koemelkeiwit.

Bij vegetarische eetgewoonten of bij zeldzame stofwisselingsstoornissen kan sojavoeding een alternatief zijn.