Groepsindeling

Er bestaan verschillende mogelijkheden om groepen in te delen, elk met hun voor- en nadelen.

Een verticale leefgroep
  • In een verticale leefgroep verblijven baby’s, kruipers en peuters samen in één groep. Als een kind in een verticale leefgroep zit, blijft het in principe bij dezelfde begeleiding en dezelfde kinderen.
  • Er ontstaat een hechte band tussen begeleiders, kinderen en ouders.
  • Kleine kinderen kunnen leren van de grote, terwijl grote kinderen het vaak leuk vinden om mee te zorgen voor de kleintjes. 
  • Soms wordt de groep gesplitst in kleinere groepjes, zodat de kinderen op hun eigen niveau kunnen spelen. 
  • Dit vraagt van de begeleiding de nodige vaardigheden om gepast in te spelen op alle kinderen en hun ontwikkeling. 
  • Soms bestaat het gevaar dat de ene leeftijdsgroep een beetje op de achtergrond raakt als er veel aandacht gaat naar een andere leeftijdsgroep.
Een semi-verticale leefgroep
  • In een semi-verticale leefgroep vormen baby’s en kruipers een aparte groep. Ofwel zitten de kruipers bij de peuters. In een semi-verticale leefgroep zijn er bijgevolg meer leeftijdsgenoten.
  • Begeleiders kunnen gemakkelijker inspelen op de specifieke kenmerken van een bepaalde leeftijd en ontwikkelingsfase. 
  • Het aanbod van activiteiten, spelmateriaal en de groepsregels kunnen goed op de leeftijd worden afgestemd. 
  • Op een bepaalde leeftijd schuiven de kinderen op naar een andere groep. Daar moeten ze wennen aan andere begeleiders en andere kinderen. Dat kan men oplossen door de begeleider mee te laten opschuiven.