In het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad zijn er specifieke regels.


Vergunning en subsidie

Wie is bevoegd?

Je moet een vergunning hebben als je baby’s en peuters beroepsmatig en tegen betaling opvangt. De taal van je organisatie bepaalt waar je een vergunning moet aanvragen. 

  • Het gaat over de taal die je gebruikt om de opvang te organiseren: de statuten, het huishoudelijk reglement, de arbeidsovereenkomsten, de overeenkomsten met ouders, de website, …
  • Het gaat niet over de taal die je met de kinderen in de opvang spreekt. 

Instellingen

Instellingen zijn rechtspersonen met een kinderopvanglocatie in het tweetalig gebied Brussel-Hoofdstad Brussel. Het adres van de organisator zelf is niet bepalend. 

  • Eéntalig Nederlandstalig georganiseerd: vraag je vergunning aan Kind en Gezin
  • Eéntalig Franstalig georganiseerd: vraag je vergunning aan ONE (l’Office de la Naissance et l’Enfance)
  • Tweetalig en anderstalig georganiseerd: vraag je vergunning aan GGC (Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie)

Natuurlijke personen

Natuurlijke personen hebben de vrije keuze en kunnen een vergunning aanvragen bij Kind en Gezin, ONE of GGC.


Vragen? 

Contacteer de Kind en Gezin-Lijn


Vergunning van Kind en Gezin

Eén van de vergunningsvoorwaarden is dat een verantwoordelijke en minstens één kinderbegeleider de actieve kennis van de Nederlandse taal hebben. Meer weten over de vergunningsvoorwaarden

Subsidie van Kind en Gezin
  • Als je subsidies van Kind en Gezin krijgt, dan moeten de verantwoordelijke en alle kinderbegeleiders voldoende Nederlands kunnen. pdf Meer weten over de subsidies
  • Krijg je subsidies inkomenstarief, dan moet je voorrang geven aan kinderen waarvan minstens één ouder voldoende Nederlands kan. Je beslist zelf over het % tussen een minimum van één kind en een maximum van 55 % van alle opgevangen kinderen. Meer weten over de subsidies inkomenstarief