Uitreiking van het certificaat 'Borstvoedingsvriendelijke organisatie'

13 februari 2009

Het Expertisecentrum Kraamzorg De Bakermat heeft een kwaliteitslabel uitgewerkt voor organisaties werkzaam in de maatschappelijke gezondheidszorg, die beantwoorden aan belangrijke standaarden en internationale criteria in zorg en begeleiding voor borstvoeding.
Dit certificaat werd opgemaakt met toestemming van Unicef (Engeland) en in samenwerking met de Stichting Zorg voor Borstvoeding in Nederland.


Waarom een kwaliteitslabel ?

Voor de ziekenhuizen bestaat er in België al enkele jaren een kwaliteitslabel : het babyvriendelijk ziekenhuis-certificaat.  Er zijn tot nog toe zo’n 13 ziekenhuizen die dit label behaald hebben. Het federaal borstvoedingscomité reikt dit label uit.


Voor de dienstverlening in de eerstelijnszorg, zoals bv. de thuiskraamzorg bestond in Vlaanderen nog geen kwaliteitslabel. En zo belangrijk als een goede start van de borstvoeding in het ziekenhuis is, zo belangrijk is een degelijke begeleiding bij borstvoeding wanneer mama’s er thuis alleen voorstaan. Dat geldt ook op het moment dat ze het werk hervatten.
De pasbevallen mama en haar partner krijgen van alle kanten advies over borstvoeding. Enerzijds van de huisarts, de kinderarts of Kind en Gezin, anderzijds van familie, vrienden of collega’s. Ook tijdschriften en internet worden geraadpleegd. Dat maakt het moeilijk om de broodnodige én eenduidige begeleiding in de eerstelijnszorg te organiseren en consequent aan te houden. Onderzoek bevestigt bovendien dat professionele zorgverstrekkers heel wat tegenstrijdige adviezen geven.


De Bakermat heeft dit kwaliteitslabel in opdracht van Kind en Gezin voor Vlaanderen uitgewerkt.  Het 7-puntenplan, opgemaakt volgens de internationale criteria van Unicef, werd hertaald naar de Vlaamse maatschappelijke gezondheidszorg.


Moet borstvoeding gestimuleerd worden ?

Borstvoeding is de optimale voeding voor kinderen en zou minstens tot de leeftijd van 6 maanden de gewone gang van zaken moeten zijn. Dit wordt niet alleen aanbevolen door de Wereldgezondheidsorganisatie, maar ook gepromoot door Kind en Gezin en het Actieplan voeding en beweging van het Vlaams Instituut voor Gezondheidspromotie (VIG). In dit actieplan wordt gestreefd naar een stijging van het percentage moeders dat borstvoeding geeft op dag 6 van 64% naar 74% in 2015.

Borstvoeding biedt heel wat voordelen voor zowel baby, moeder als voor onze gezondheidszorg en voor het milieu.

Werkhervatting is het moment bij uitstek waarop Vlaamse vrouwen stoppen met borstvoeding. 64 % van de moeders start met borstvoeding. Op 3 maand – het gangbare moment van werkhervatting- is dat gedaald tot 39 % , op 6 maand tot 15 % en op 1 jaar tot 4 %. Het VIG wil alvast het aantal starters optrekken tot 74 % en uiteraard ook mee het aantal langvoedsters verhogen, om de aanbevelingen van de WGO uit te voeren.

Ondersteuning en juiste informatie van zorgverstrekkers én werkgevers is dus van cruciaal belang om  borstvoeding te bevorderen.


Wie krijgt het certificaat?

Kraamzorgcentrum Landelijke Thuiszorg – Vlaams-Brabant,  Antwerpen en Limburg 
Contactpersoon : Hilde Vrancken – tel. nr. : 016/24 39 32

Expertisecentrum Kraamzorg ‘de wieg’, initiatief van Familiezorg West-Vlaanderen vzw 
Contactpersoon : Mireille Picard – tel. nr. : 050/33.38.53 of 0473/45.14.38

Thuiskraamzorg ‘de wieg’, initiatief van Familiezorg West-Vlaanderen vzw 
Contactpersoon : Christa Deprouw – tel. nr. : 050/33.38.53


Contactpersonen voor de pers:
Anne Dedry, afgevaardigd bestuurder vzw De Bakermat, gsm 0477 778380
Leen Du Bois, woordvoerder Kind en Gezin, telefoon 02 533 14 24