Kaap van 70 000 geboorten gerond in Vlaanderen

18 juni 2009

Het gevolg hiervan is dat de groep van kinderen onder de 3 jaar steeds groter wordt. Deze toename houdt een grote uitdaging in voor de dienstverlening aan gezinnen met jonge kinderen. Een algemene vaststelling is dat het merendeel van de in Vlaanderen geboren kinderen het vrij goed heeft.  Dit blijkt uit ‘Het kind in Vlaanderen 2008’, de twaalfde editie van het rapport over de leefsituatie en het welzijn van jonge kinderen.


Het geboortecijfer in Vlaanderen nam opnieuw flink toe. Kind en Gezin telt 70 187 geboorten in 2008. Dat zijn 2250 (of 3,3%) geboorten meer dan in 2007.

De aanhoudende stijging van het geboortecijfer in de voorbije jaren resulteert in een forse toename van het aantal kinderen onder de 3 jaar: op 1 januari 2008 waren er
16 675 kinderen meer dan op het dieptepunt, begin 2004.

Het vruchtbaarheidscijfer is verder gestegen tot 1,82 kinderen per vrouw. Dit is het hoogste vruchtbaarheidsniveau sinds 1974.


Evoluties inzake gezinsvorming
De geboorte van een eerste kind wordt blijkbaar iets minder lang uitgesteld. In 2008 was er opnieuw een lichte stijging van de vruchtbaarheid bij de vrouwen van 25 tot 30 jaar, en de vruchtbaarheid onder de 25 jaar is sinds 2006 ook lichtjes aan het stijgen.
Daarnaast zette de stijging van de vruchtbaarheid bij de 30-plussers zich ononderbroken voort.

We zien ook tekenen van een zeer lichte stijging van het aantal gezinnen met drie of meer kinderen. De stijging van de vruchtbaarheid in 2007 en 2008 is toe te schrijven aan meer tweede en derde geboorten, wat wijst op relatief meer ‘grotere’ gezinnen. De verschuiving is nog wel heel klein én het is nog lang niet zeker dat ze zich zal doorzetten in de komende jaren.


Een balans
Uit het rapport blijken duidelijk een aantal positieve punten.

De meeste jonge kinderen leven bij hun natuurlijke vader en moeder.
In gezinnen van jonge kinderen ligt de arbeidsparticipatie hoog, met een toenemend aantal gezinnen dat in deze leeftijdsfase van de kinderen kiest voor een ‘anderhalve’ baan. Van al ruim 36% van de kinderen in een tweeoudergezin heeft het gezin een ‘anderhalve’ baan. Heel wat gezinnen van jonge kinderen kunnen hun arbeidstijd aanpassen aan hun specifieke behoeften. Zij krijgen ook in grote mate ondersteuning van grootouders.

De deelname van kinderen aan formele opvang ligt zeer hoog: 62,8% van de kinderen van 2 maanden tot 3 jaar maakt gebruik van formele kinderopvang of gaat naar de kleuterschool, tegenover 60,9% in 2007. Vanaf heel jonge leeftijd krijgt een groot aantal kinderen zo bijkomende kansen op ontwikkeling.

Er is de lichte, maar voortdurende toename van borstvoeding: meer starters, meer kinderen die langdurig borstvoeding krijgen. 65,0% van de kinderen krijgt uitsluitend borstvoeding op dag 6 (+0,2 tegenover 2007). Op 3 maanden krijgt nog 34,7% van alle kinderen uitsluitend borstvoeding (+0,4).

Jonge kinderen in Vlaanderen zijn in zeer hoge mate en correct gevaccineerd tegen de voornaamste infectieziekten. De voorbije jaren is de vaccinatiegraad nog toegenomen. De norm van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) wordt ruimschoots gehaald.

Blijvende aandachtspunten voor het beleid zijn de kinderen in kwetsbare situaties,
zoals de jonge kinderen die leven in een gezin in kansarmoede of in een gezin met een verhoogd armoederisico: 7,6% van de kinderen wordt geboren in een kansarm gezin, 9,4% van de kinderen onder de 12 jaar leeft in een gezin met een verhoogd armoederisico.

Een andere belangrijke aandachtsgroep vormen de minderjarigen die het slachtoffer zijn van kindermishandeling of -verwaarlozing: in 2008 werden 6112 kinderen gemeld voor een concrete situatie van kindermishandeling of -verwaarlozing. Per 10 000 betekent dit 42,5 kinderen, een daling tegenover 2007 (in 2007 waren het er nog 48,2).

En hoewel het aantal gevallen van wiegendood in 2007 verder gedaald is tot 22 (of 8 minder dan in 2006), verdient ook de zuigelingensterfte aandacht. 2007 was het tweede jaar op rij waarin de zuigelingensterfte hoger lag dan 4 per 1000 levendgeborenen.


De uitdagingen
De blijvende stijging van het aantal geboorten en de stijging van het aantal kinderen tussen 0 en 3 jaar vormen een uitdaging voor de dienstverlening aan gezinnen met jonge kinderen. Voor de 2250 extra geboorten in 2008 zijn er bijkomend 13 voltijdse regioteamleden nodig en 623 zittingen om de preventieve gezinsondersteuning te kunnen realiseren voor deze kinderen tot de leeftijd van 3 jaar.
Uitgaande van het huidige gebruik betekent deze stijging voor de kinderopvang dat er jaarlijks 810 extra plaatsen nodig zijn en dit totdat deze kinderen naar de kleuterschool gaan.


Meer info (pers):
Leen Du Bois, woordvoerder Kind en Gezin
Telefoon: 02 533 14 24