Opvallende stijging gebruik kinderopvang

29 oktober 2009

Volgens het HIVA-onderzoek naar het gebruik van opvang voor kinderen onder de 3 jaar in het Vlaamse Gewest is het regelmatige gebruik van kinderopvang sinds 2004 met 7,5% toegenomen. Dinsdag en donderdag zijn piekdagen en twee derde van de ouders vindt opvang binnen een straal van 4 km rond de woonplaats. De opvang door grootouders neemt af, maar wordt belangrijker als aanvulling op de formele opvang. Vrijwel alle ouders beoordelen de kwaliteit van de opvang als goed tot zeer goed. Kansarme gezinnen maken nog altijd minder gebruik van kinderopvang. De prijs voor de opvang weegt op het gezinsbudget.


Het vorige onderzoek dateert van vijf jaar geleden. Deze keer werd er ook gevraagd naar de ervaringen van de ouders met de kinderopvang. De resultaten geven een overzicht van het gebruik van kinderopvang, zowel van de formele als van de informele opvang.
In februari 2009 maakte 63,2% van de kinderen van 3 maanden tot 3 jaar regelmatig gebruik van kinderopvang en 5,8% in beperkte mate. 31% gebruikt geen opvang.
Het regelmatige gebruik is sterk toegenomen (van 55,7% in 2004 tot 63,2% in 2009). Deze stijging hangt samen met de toegenomen werkzaamheidsgraad van de moeders (+15%) in vergelijking met 2004.


Drie op de tien kinderen wordt voltijds (d.w.z. gedurende 5 volle dagen per week) opgevangen, zeven op de tien worden deeltijds opgevangen. Het aandeel van de deeltijdse opvang is sterk toegenomen (van 39,5% naar 47,5%).

In de groep van regelmatige gebruikers valt het op dat dinsdag en donderdag piekdagen zijn. Op dinsdag is 73,8% van de kinderen die regelmatig opgevangen worden meer dan 5 uur in de opvang, op donderdag is dat 72,5%. Ter vergelijking: op een woensdag is dat 51,4%.
Voor ongeveer twee derde van de regelmatig opgevangen kinderen bevindt de opvangplaats (formeel en informeel) zich op minder dan 4 km van de woning. Voor een kleine groep is dat meer dan 20 km. Ongeveer twee derde van de ouders doet minder dan 10 minuten over de verplaatsing van of naar de opvang, dus zowel bij het brengen als bij het ophalen.


Kansarme gezinnen maken, in vergelijking met niet-kansarme gezinnen, veel minder regelmatig gebruik van opvang (21% regelmatige gebruikers tegenover 65,7% voor niet-kansarme gezinnen). In vergelijking met 2004 is het regelmatige gebruik ook nauwelijks gewijzigd.

Allochtone gezinnen maken eveneens minder regelmatig gebruik van opvang dan de autochtonen (32,6% tegenover 70,8%). In vergelijking met 2004 is het gebruik door deze groep echter wel gestegen, namelijk van 23,7% tot 32,6%.


In 2009 wordt de regelmatige opvang, in vergelijking met 2004, niet meer in de eerste plaats door de grootouders verzorgd. Voorop komen nu de onthaalouders die aangesloten zijn bij een dienst (28,5%). De opvang door grootouders is teruggevallen met 8,6% en komt in 2009 nadrukkelijker dan in 2004 in beeld als aanvulling op de formele opvang. Met andere woorden, in 2009 springen grootouders eerder bij en staan ze in mindere mate dan in 2004 in voor de regelmatige opvang.

Bij ongeveer één op de vijf (21,5%) kinderen die regelmatig naar de opvang gaan, gebeurt dat één of meerdere keren op atypische tijdstippen. Dit hangt samen met het werkrooster van de ouders. 78,7% van de moeders werkt uitsluitend overdag en op weekdagen. Over het algemeen had 22,7% van de ouders al wekelijks occasionele opvang nodig en 39,1% af en toe.

Iets meer dan de helft (56,6%) van de moeders die van kinderopvang gebruikmaken, ervaart de balans tussen werk en gezin als bevredigend. Bij de vaders is dat 75,9%.
Vier op de tien moeders willen hun kindje vaker zelf opvangen en zouden minder uren willen werken, mocht dat financieel haalbaar zijn. Vooral moeders van kinderen van 3 tot 6 maanden kiezen voor minder werken.

Bijna alle ouders (96,2%) beoordelen de kwaliteit van de opvang als goed tot zeer goed. De ouders geven een goede score aan de kwaliteit van de verzorging, de pedagogische kwaliteit en de dienstverleningsaspecten.


De gemiddelde prijs per dag schommelt tussen 12,76 euro bij onthaalouders aangesloten bij een dienst (bij een gemiddelde opvangduur van 7,3 uur) en 19,81 euro in een zelfstandig kinderdagverblijf met attest van toezicht (bij een gemiddelde opvangduur van 7,5 uur).
De onderzoekers berekenden ook de gemiddelde prijs voor een voltijdse opvang (160 uren) van 1 kind gedurende 1 maand. Gemiddeld 11,9% van het beschikbare maandelijks gezinsinkomen gaat naar de opvang.


Aandachtspunt voor het beleid blijft het creëren van goede en inkomensgerelateerde kinderopvang.


Informatie over het onderzoek

Het onderzoek werd uitgevoerd in februari 2009 door het Hoger Instituut voor de Arbeid (HIVA) van de K.U.Leuven, in het kader van het Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, en van Kind en Gezin.

Omschrijvingen:

Regelmatig gebruik kinderopvang:
d.i. minstens één ononderbroken periode van minstens 5 uur per week voor niet-schoolgaande kinderen en minstens eenmaal per week voor kinderen tussen 2,5 jaar en 3 jaar die voltijds naar de kleuterschool gaan.

Atypische opvang:
d.i. vroege opvang (vóór 7 uur 's morgens), late opvang (na 18 uur), langdurige opvang (meer dan 11 uren per dag), nachtopvang en opvang op niet-werkdagen (zaterdagen, zondagen en feestdagen).

Occassionele opvang:
d.i. opvang voor enkele uren per week, opvang op wisselende dagen, dringende opvang binnen enkele uren of dringende opvang binnen de week.


Contactpersoon voor de pers:
Leen Du Bois, woordvoerder Kind en Gezin, telefoon: 02 533 14 24