Nieuwe adem voor kinderopvang in Vlaanderen

21 maart 2010

Vandaag vindt in Plopsaland in Hasselt de Gezinsdag van CD&V plaats. Plopsaland, een speelparadijs voor kinderen. Is Vlaanderen dat ook? Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen lichtte het uitbreidingsbeleid kinderopvang toe.


Er worden weer meer kinderen geboren in Vlaanderen. In 2002 zo’n 60 000, in 2008 meer dan 70 000. De groep kinderen onder de drie dikt aan: tegen 2013 zullen ze bijna met z’n 210 000 zijn. Dat zijn er 4,5% meer dan in 2008.  We zien ook een trendbreuk: koppels stellen de geboorte van hun eerste kindje minder lang uit. En: het aantal gezinnen met twee of drie kinderen neemt toe. Dat is goed nieuws alvast voor Plopsaland. Het is ook goed nieuws voor de toekomst van Vlaanderen. “Kinderen,” zegt Jo Vandeurzen, “zijn het sociale kapitaal van onze samenleving.” Bekende sociologen benadrukken het belang van een gezonde samenleving, een samenleving uiteraard mét kinderen. Hun onderzoek geeft aan dat investeren in de jongste kinderen maatschappelijk en financieel het grootste terugverdieneffect heeft. Maar dat niet alleen natuurlijk: elk kind is uniek én verdient het alle kansen te krijgen. Dat is ook de overtuiging van de Vlaamse Regering.


Premie voor jonge kinderen
De nieuwe Vlaamse financiële ondersteuning van jonge kinderen zal als één van de pijlers van de Vlaamse Sociale Bescherming in de eerste jaren van deze legislatuur verwezenlijkt worden. Het is een financiële tegemoetkoming voor kinderen op drie momenten: na de geboorte en naar aanleiding van hun eerste en tweede verjaardag. De premie zal een recht zijn voor elk kind en dus niet afhangen van het beroepsstatuut of het inkomen van de ouders. Het is een preventieve ondersteuning van jonge kinderen en de gezinnen waarin ze opgroeien. Een voorwaarde om de premie te krijgen, is dat ouders hun kin(deren) laten inschrijven bij Kind en Gezin. Op die manier versterkt de maatregel het Vlaamse preventiebeleid.


Meer en nog betere kinderopvang
In Vlaanderen komt er méér én nog betere kinderopvang die voor iedereen toegankelijk en betaalbaar is. Om dat te motiveren, is er niet alleen het stijgend aantal kinderen, maar ook het stijgend gebruik van de kinderopvang. Voor kinderen onder de 3 jaar nam het regelmatige gebruik sinds 2004 toe met 7,5%.

Op dit moment zijn er in Vlaanderen en Brussel 80.500 voorschoolse opvangplaatsen, waarvan meer dan 47.000 plaatsen in de erkende opvangsector. De Vlaamse voorschoolse kinderopvang overschrijdt daarmee de Barcelonanorm. Die bepaalt dat er per 100 kinderen jonger dan 3 jaar minstens voor 33 kinderen een opvangplaats moet zijn. Bij ons heeft niet 33%, maar wel meer dan 35% van alle kinderen onder de 3 jaar een plek in de kinderopvang.

“De Barcelonanorm halen is één ding,” zegt Jo Vandeurzen, “die halen we voor Vlaanderen met gemak, maar lokaal zijn er nog tekorten. In het regeerakkoord en in de beleidsnota staat, dat we bij de toewijzing rekening zullen houden met deze prioritaire gebieden. Dat gaan we ook doen. Dit jaar breiden we de voorschoolse en  de buitenschoolse kinderopvang fors uit, met voorrang voor onderbedeelde regio’s. Bovendien voorzien we een budget om het  aantal inkomensgerelateerde plaatsen in de zelfstandige kinderopvang te laten groeien van  7 250 (eind 2009) tot zo’n 11 400 plaatsen.”
Uitbreiding voorschoolse en buitenschoolse opvang

In 2010 is er 6 mio euro  uitbreidingsbeleid voor de voorschoolse kinderopvang, goed voor minstens 630 plaatsen extra in gesubsidieerde kinderdagverblijven en diensten voor opvanggezinnen. Deze capaciteit komt erbij in gebieden waar er vandaag, in vergelijking met de Barcelonanorm, nog onvoldoende plek is.


Procentueel worden deze plaatsen als volgt verdeeld over de provincies:
Antwerpen: 34,3%
Limburg: 14,8%
Oost-Vlaanderen: 19,2%
West-Vlaanderen: 7,7%
Vlaams-Brabant: 14,5%
Brussel Hoofdstedelijk Gewest: 9,5%

Voorts komt er nog dit jaar een forse  uitbreiding van de buitenschoolse opvang. Daar gaat extra 2,6 mio euro naartoe. Naar gelang de lokale keuzes stemt dit bedrag overeen met bijkomend zo’n 800  tot 1300 plaatsen. Bovenop is er voor deze categorie kinderopvang de forse duw in de rug vanwege het generatiepact: 5,3 mio voor 151 jobs, waar we als Vlaamse overheid een bijkomend budget reserveren van 812.500 euro voor de omkadering van de medewerkers in deze startbanen. Wie met deze startbanen aan de slag gaat, kan extra een beroep doen op een deel van de 940.000 euro (zo’n 350 extra plaatsen) uitbreidingsplaatsen.


Met het budget van 2,6 mio euro hebben we de volgende plannen:

een betere spreiding van het gesubsidieerde opvangaanbod door te investeren waar er weinig of geen gesubsidieerd aanbod is

lokale besturen die zelf of mee investeren in buitenschoolse opvang honoreren door hen voorrang te geven bij het verdelen van de middelen in de zorgregio.

lokale actoren responsabiliseren en hen sensibiliseren om met de beschikbare middelen zoveel mogelijk plaatsen te creëren.
 “Ook hier,” zegt Minister Vandeurzen, “investeren we waar het aanbod lager dan het gemiddelde is. In het Vlaamse Gewest zijn er momenteel gemiddeld 35,9 erkende en gesubsidieerde buitenschoolse opvangplaatsen per 1000 kinderen. Om een betere spreiding te halen, geven we voorrang aan zorgregio’s die de ratio van 35,9 niet halen.”


Dit leidt tot deze verhoudingen:
Antwerpen: 32,7 %
Limburg: 8,1 %
Oost-Vlaanderen: 23 %
West-Vlaanderen: 15,5 %
Vlaams-Brabant: 15,7 %
Brussel Hoofdstedelijk Gewest: 5 %


Kiezen voor kinderopvang, gebeurt niet alleen door in te zetten op uitbreidingsbeleid. Kiezen voor kinderopvang doen we ook met een nieuw kaderdecreet. Het huidige Vlaamse kinderopvanglandschap is versnipperd, zowel juridisch, organisatorisch, als budgettair. Een decreet is noodzakelijk om alle initiatieven die Vlaanderen voor kinderopvang neemt te reguleren en afspraken te maken over o.a. vergunnings- en kwalificatievoorwaarden. Kwaliteitsvolle kinderopvang moét de norm worden. Het decreet brengt een grondige reorganisatie van de kinderopvang.


Contact: leo de bock-woordvoerder-0475924289