Aandacht voor kinkhoest

23 februari 2012

Kinkhoest is een zeer besmettelijke ziekte die vooral gevaarlijk is voor baby’s die nog niet of onvoldoende gevaccineerd zijn. Voor hen is een ziekenhuisopname nodig, want er zijn blijvende letsels mogelijk en de ziekte kan zelfs levensbedreigend zijn. De laatste tien jaar is er een stijging van het aantal infecties.

Kinkhoest wordt dikwijls niet vastgesteld bij een volwassene, omdat hij geen last heeft of 'slechts' een aanslepende hoest. Op dat moment kan hij de ziekte wel doorgeven aan het kind door hoesten en niezen. Adolescenten en volwassenen die geen hervaccinatie kregen, vormen de grootste besmettingsbron voor kinderen.  ¾ van de besmettingen van pasgeborenen gebeuren door contactpersonen in huis.
De ‘babyborrel’ in de eerste levensmaanden vormt ook een risico voor besmetting.

Omdat ouders die het vaccin tegen kinkhoest in hun kindertijd kregen, niet meer beschermd zijn en omdat het doormaken van de ziekte niet levenslang beschermt, beveelt de Hoge Gezondheidsraad sterk aan om volwassenen die veel in aanraking komen met jonge kinderen opnieuw te laten vaccineren (één dosis). Dit noemen we ‘cocoonvaccinatie’.
Voor wie een kinderwens heeft, is vaccinatie voor de zwangerschap ideaal. Vanaf de 5de maand zwangerschap is vaccinatie ook een goede oplossing. Dit heeft geen invloed op de baby, maar het beschermt de baby de eerste maanden tot hij zelf wordt gevaccineerd. Het kan ook na de zwangerschap, maar dan worden er geen antistoffen doorgegeven en moeten beide ouders zeker worden ingeënt.

De bescherming van het kind is pas volledig nadat het zijn 4de dosis van het vaccin gekregen heeft, op 15 maanden. Om beschermd te blijven wordt op de leeftijd van 6-7 jaar en 14-16 jaar een herhalingsinenting toegediend.

Meer weten