Conferentie 'Het Kind in Vlaanderen'

25 oktober 2012

Opvoeding: een ‘en-en’-verhaal

Eén van de hoofdthema’s die in het kader van de conferentie werd opgepikt uit de actualiteit is het thema opvoeding.

Dr. Annick Lampo, UZ Brussel, gaf een toelichting over ‘Geweldloos Verzet en Nieuwe Autoriteit’. Dit concept wil een nieuwe basis bieden voor opvoedingsondersteuning van ouders en kinderen. Eerder als een handvat dat aangereikt wordt om de ouder-kindrelatie te verbeteren en wederzijds respect te installeren, dan als alternatief voor de hechtingsprincipes. Het gaat om een ‘en-en’-verhaal. Een sensitieve, responsieve ouder-kind relatie is een model van waaruit het kind blijft ‘putten’ en van waaruit ervaren wordt hoe relaties tussen mensen ontstaan, aanvoelen en waartoe ze leiden. Een veilige gehechtheid zorgt ervoor dat een kind op een gezonde manier relaties kan ontwikkelen.

Deze hechting werd bekeken in relatie tot de kansen en risico’s in de ontwikkeling in nieuwe gezinsvormen na een echtscheiding door Prof. Dr. Patrick Meurs, KU Leuven. Waarbij in de eerste jaren na de scheiding een moeilijkere hechting wordt vastgesteld, maar na een tweetal jaar nog nauwelijks een verschil te merken is ten opzichte van kinderen van niet-gescheiden ouders. En hoewel kinderen van gescheiden ouders ook niet meer psychopathologie vertonen, is wel een duidelijk verschil te zien in hun beeld van relaties. Ze zullen hun verdere leven sneller negatief kijken naar relaties en vooral op belangrijke momenten (adolescentie, eerste eigen relatie, huwelijk, eigen kinderen) opnieuw de vraag stellen waarom hun ouders niet bij mekaar zijn gebleven. 

Prof. Dr. Stijn Vanheule, UGent, maakte enkele kanttekeningen bij het psychiatriseren van kinderen. Het zogenoemde ‘Opvoeden vanuit de apothekerskast’ waarbij labels op de kinderen worden geplakt, helpt hen nochtans niet vooruit. Het psychiatriseren is een trend die in de hand gewerkt wordt door ons zorgsysteem. Een diagnose geeft immers recht op hulpverlening, is een toegangsticket tot terugbetaalde zorg. Bij elke hulpvraag moet goed onderzocht worden wat zich als probleem voordoet en hoe dat probleem zich stelt. Hierbij moet het kind en zijn omgeving bestudeerd worden. Onaandachtig gedrag kan er bijvoorbeeld op wijzen dat een kind in de knoop zit: het zegt iets over dit kind in die omgeving en over de mismatch die zich op dat moment voordoet. We moeten dus uitkijken voor modediagnoses.

Een gezonde levensstijl van begin af aan

Het voedingsgedrag bij kinderen was een tweede aandachtspunt op deze conferentie. Zowel Prof. Dr. Karel Hoppenbrouwers, van KU Leuven, als Dr. Nadine De Ronne, medische beleidscel Kind en Gezin bespraken dit. Algemeen kan gesteld worden dat de voedingsgewoonten bij de jongste baby’s vrij goed zitten. Stilaan raakt het idee ingeburgerd dat borstvoeding de beste start is  en verder besteden de ouders heel wat aandacht aan de eerste hapjes van hun baby. Vanaf 1 jaar eten veel kinderen mee met de rest van het gezin en vanaf dan gaat het bergaf met de goede voedingsgewoonten. Sensibiliseren tot gezonde voeding voor het hele gezin dringt zich op.

Wat bovendien ook steeds meer in de aandacht komt is het beperken van sedentair gedrag en het stimuleren van lichaamsbeweging. Eveline Van Cauwenberghe, UGent, lichtte de Vlaamse aanbevelingen voor evenwichtige voeding en beweging toe. Bewegen moet je niet enkel zien als gaan sporten, maar vooral ook als het stimuleren van activiteit. Kleuters kunnen bv. zelf stappen en hoeven niet continu in de wandelwagen te zitten, of baby’s moeten niet altijd in een stoeltje zitten, maar kunnen beter liggen op een speelmat zodat ze zich vrij kunnen bewegen. Het te veel zitten of liggen, is één van de oorzaken van overgewicht en obesitas. Kind en Gezin wil ouders ondersteunen om hier werk van te maken. Ouders moeten weten waarom een gezond levensstijl op lange termijn oplevert.

Hoewel de algemene tendens is dat meer kinderen langer borstvoeding krijgen, stelden Rudy De Cock en Hannie Serlet, stafmedewerkers Kind en Gezin, vast dat de borstvoedingsgraad bij autochtone, kansarme moeders laag ligt in Vlaanderen. Van begin 2011 tot begin 2012 liep in samenwerking met de Koning Boudewijnstichting, de UGent, de inloopteams en de regioteams van Kind en Gezin een project waarbij gezocht werd naar manieren om hen vaker te laten kiezen voor borstvoeding. Er werd een ondersteuningsmodel uitgewerkt dat vooral de steun van zowel professionelen als het eigen netwerk, als een succesfactor ziet.


De cijferevoluties van Kind in Vlaanderen:

De presentaties van de uiteenzettingen tijdens de conferentie zijn terug te vinden bij Opleidingen en infosessies > Sector en partners > Door Kind en Gezin > Voorbije sessies.