Nieuwe cijfers waaronder kansarmoede-index en gebruik formele kinderopvang in 2014 online

25 juni 2015

In dit persbericht zijn enkele cijfers opgenomen, met name het gebruik van kinderopvang, de kansarmoede-index, het aantal pasgeborenen dat borstvoeding krijgt en welke taal er tussen moeder en kind gesproken wordt. Meer cijfers staan op de website van Kind en Gezin.

Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen: “Het feit dat veel cijfers tot op gemeentelijk niveau beschikbaar zijn, is zonder meer een troef voor de lokale besturen en hun lokaal sociaal beleid”. Kind en Gezin werkt voor deze gemeentelijke kindrapporten samen met de Studiedienst van de Vlaamse regering.

(Kans)armoede bij jonge kinderen
De kansarmoede-index (die meer omvat dan inkomensarmoede) bedraagt 11,38% in 2014 en blijft daarmee eerder stabiel ten opzichte van 2013 (11,19%). Dit betekent dat iets meer dan 11% van de kinderen wordt geboren in een kansarm gezin (index geeft het gemiddelde weer van de voorbije 3 jaar).
In Antwerpen ligt de index met 14,3% het hoogst, in Vlaams-Brabant het laagst met 6,5%. De kansarmoede-index van Limburg ligt net iets hoger dan die van Oost-Vlaanderen (11,8% versus 11,6%), West-Vlaanderen is de enige provincie waar de kansarmoede-index daalde (van 10,8% naar 10,3%,). In geen enkele provincie stijgt de index met meer dan 0,6 procentpunten. 

Kansarmoede doet zich meer voor in de groot- en centrumsteden dan in de rand- en plattelandsgemeenten. Als we de kinderen in kansarmoede apart bekijken dan zien we dat meer dan de helft (53%) van de kinderen in kansarmoede woont in de 13 centrumsteden.

Kansarmoede komt ook meer voor in gezinnen waar de moeder bij haar geboorte een andere nationaliteit had. De kansarmoede-index bij kinderen waarvan de moeder bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had, ligt met 29,4% heel wat hoger dan de 5,1% kansarmoede-index bij kinderen met een moeder van Belgische origine. Als we ook hier de kinderen in kansarmoede apart bekijken dan zien we dat het grootste deel (64%) van hen een moeder van niet-Belgische origine heeft. Er doen zich wel opmerkelijke verschillen voor tussen de provincies. In Antwerpen heeft 74,5% van de kinderen in kansarmoede een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. In West-Vlaanderen ligt dat percentage heel wat lager (44%). 

Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen neemt akte van de cijfers: “We werken reeds aan betere ondersteuning van de gezinnen. Hiervoor realiseren we ‘Huizen van het Kind’ waar elk gezin laagdrempelig terecht kan voor gezinsondersteuning. De Huizen van het Kind zijn tevens een belangrijke actor in het stimuleren van de taalontwikkeling bij jonge (anderstalige) kinderen en een hefboom naar kleuterparticipatie en betrokkenheid van ouders in de opvoeding”.

Taal moeder-kind
Bij een kwart van de kinderen geboren in 2014 is het Nederlands niet de taal tussen moeder en kind. In vergelijking met voorgaande jaren, blijft dit aandeel nagenoeg gelijk.
Frans is de meest gebruikte andere taal (5,3%). Arabisch en Turks komen respectievelijk op de tweede en derde plaats. Kind en Gezin bekijkt de taal waarin de moeder met het kind praat, wat niet noodzakelijk betekent dat de moeder geen Nederlands spreekt of begrijpt. In 2014 registreerde Kind en Gezin zo’n 70 verschillende talen als taal moeder-kind.

Er zijn grote provinciale verschillen. In Vlaams-Brabant spreekt 37,6% van de kinderen geen Nederlands met de moeder, in Antwerpen 30,8%. In Limburg (21,3%) en Oost-Vlaanderen (21,8%) liggen deze percentages heel wat lager. In West-Vlaanderen is dit maar 13,5%.

In Antwerpen komen Arabisch (5,5%) en Berbers (3,7%) het meest voor; in Vlaams-Brabant en in West-Vlaanderen is dit het Frans (respectievelijk 19,5% en 2,3%); in Oost-Vlaanderen Turks (4,5%), Frans (3,3%) en Arabisch (2,8%); in Limburg Turks (8,1%) en Arabisch (2,9%).

Borstvoeding
In Vlaanderen krijgt 76% van de pasgeborenen 24 uur na de geboorte uitsluitend borstvoeding, 6 dagen na de geboorte is dat nog 63,9% en 6 weken na de geboorte zakt dit naar 46%. In 2013 bedroegen de percentages respectievelijk 75,9%, 64,2% en 46,2%.

Naargelang de provincie verschilt het percentage kinderen dat uitsluitend borstvoeding krijgt. In Vlaams-Brabant ligt het percentage het hoogst: 66,5% van de kinderen krijgt er uitsluitend borstvoeding op dag 6. In West-Vlaanderen ligt het percentage het laagst en bedraagt het 58,3%.

Bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine liggen de percentages beduidend hoger.

Gebruik kinderopvang
De cijfers over het gebruik van formele opvang zijn gebaseerd op een registratie van de aanwezige kinderen in de week van 1 februari 2014.

Baby’s en peuters
Bijna 52% van de kinderen tussen 2 maanden en 3 jaar maakt gebruik van formele opvang, een stijging met 1,5 procentpunten ten opzichte van 2013.
Het gebruik ligt het hoogst bij kinderen van 1 tot 2 jaar: bijna 63% van deze kinderen maakt gebruik van de door Kind en Gezin vergunde opvang. Van de kinderen van 2 tot 12 maanden maakt 55,4% gebruik van vergunde opvang. De stijging van het aandeel kinderen dat formele opvang gebruikt doet zich enkel voor bij de 0- en 1-jarigen. Bij de 2-jarigen zien we dat het gebruik van opvang daalt, maar dat er meer kinderen in de kleuterschool zitten.

Schoolgaande kinderen
Ook bij de kinderen ouder dan 3 jaar is het gebruik van formele opvang, dit is met erkenning of attest van Kind en Gezin, toegenomen: 17,3% bij de kinderen van 3 tot 6 jaar en 11,7% bij de kinderen van 6 tot 12 jaar. Tegenover 2006 is het aandeel kinderen dat gebruikmaakt van buitenschoolse opvang toegenomen met meer dan 3 procentpunten.

Persinfo:
Dit persbericht bevat slechts een greep uit de informatie die vandaag online staat.

Contactpersoon pers:
Leen Du Bois, woordvoerder Kind en Gezin
02 533 14 24 - woordvoerder@kindengezin.be –  @wvkg