Kleuter overleden aan gevolgen van difterie

18 maart 2016

Baby’s in Vlaanderen krijgen een vaccin tegen difterie zodra ze 8 weken oud zijn. Daarna volgt een herhaling op 12 weken, 16 weken en op 15 maanden. Op de leeftijd van 6 jaar en 14 of 15 jaar volgt een herhalingsinenting. Het vaccin dat bij volwassenen gebruikt wordt voor herhalingsinentingen van tetanus en kinkhoest bevat ook een component tegen difterie. Moeders die zich tijdens de zwangerschap laten vaccineren tegen kinkhoest krijgen dus ook een herhalingsinenting voor difterie, wat de bescherming van het ongeboren kind ook voor deze ziekte verhoog. Baby’s jonger dan 8 weken zijn nog beschermd door de antistoffen van hun gevaccineerde moeder. Deze antistoffen zijn vooral in de eerste 2 maanden vrij hoog, maar dalen. Op dat moment wordt vaccinatie opgestart.

Het is voorlopig onduidelijk hoe het kind besmet geraakt is. Besmetting met difterie vindt plaats door hoesten en niezen. Hygiënemaatregelen nemen bij hoesten en niezen is daarom een aanvullende preventieve maatregel. Zorg en Gezondheid neemt een aantal veiligheidsmaatregelen in de omgeving van de overleden kleuter om de kans op verdere besmetting nog verder te verkleinen. Gezien de zeer hoge vaccinatiegraad in Vlaanderen is de kans op meer ziektegevallen beperkt.

Kind en Gezin biedt zijn oprechte deelneming aan de ouders en omgeving van dit kindje aan.


Meer info: