Interlandelijke adoptie: de illusie van de maakbaarheid

19 september 2016

Eén van de belangrijkste oorzaken van deze druk is de steeds veranderende context in de herkomstlanden. Veel landen implementeren het Haags Adoptieverdrag, waar ze de nodige tijd voor moeten krijgen (het heeft België 12 jaar gekost). In andere landen, waar de overheid minder controle uitoefende, komen misbruiken aan het licht. Deze landen zien zich genoodzaakt alles stil te leggen om orde op zaken te stellen. De nieuwe wetgeving in Oeganda en de reorganisatie in Ethiopië illustreren dit. Meer controle en een duidelijker kader voor interlandelijke adoptie is de bedoeling. We kunnen dit principe alleen maar toejuichen. Het blijft ongelooflijk ingrijpend om kinderen uit hun land weg te halen. Laten we dus inderdaad eerst grondig onderzoeken of het kind in eigen land geen kansen heeft om op te groeien in een warme, stimulerende leefomgeving. 

Het Haags Adoptieverdrag zorgde voor een veel sterkere controle op adoptabiliteit ("zijn al nodige toestemmingen vrijwillig gegeven") en subsidiariteit ("eerst een oplossing in eigen land, dan pas interlandelijke adoptie"). Herkomstlanden, ook als ze het Verdrag niet implementeren, wijzigen hun wetgevingen en structuren. Soms zonder rekening te houden met lopende procedures. 

We begrijpen dat het voor kandidaat-adoptieouders die in een dergelijke context een kind willen adopteren het wachten, zonder enige zekerheid, bijzonder frustrerend kan zijn. We hebben het grootste respect voor hen. Na al die jaren kunnen we alleen maar vaststellen dat we onzekerheid niet kunnen vermijden. We kunnen kandidaat-ouders geen uitsluitsel geven over hoe lang iets zal duren noch beloven dat er niets zal veranderen in de herkomstlanden. Je kunt dan wel vanuit Vlaanderen met zoveel mogelijk adoptiekanalen aan de slag gaan, de onvoorspelbaarheid blijft. 

Een bevoegdheidsherverdeling in België kan een aantal zaken vereenvoudigen maar dat zal niet al deze moeilijkheden oplossen. Vanuit Kind en Gezin en het Vlaams Centrum voor Adoptie kunnen we alleen maar vaststellen dat interlandelijke adoptie gepaard gaat met grote onzekerheden en wachten. De vraag is dan of het, in zo’n delicate kwestie, nog ok is om dit te organiseren en hoe je dit dan het beste doet.  

En zo komen wij terug bij de essentie van interlandelijke adoptie: een jeugdbeschermingsmaatregel waarbij we gezinnen zoeken voor kinderen. Terecht hebben we maatschappelijk deze zoektocht altijd gekoppeld aan de kinderwens van de kandidaat-adoptieouders. Een kinderwens van ouders is zo diepgaand, raakt aan fundamentele verlangens. Interlandelijke adoptie met alle risico's en onzekerheden vandien zal hierop niet altijd het juiste antwoord zijn. Als toekomstige ouders hiervoor kiezen, dan zullen we dit blijven ondersteunen vanuit het wederzijds besef dat er onzekerheden en risico's aan verbonden zijn.  

Kind en Gezin draagt zijn missie hoog in het vaandel: voor elk kind, waar en hoe het ook geboren is of opgroeit, zoveel mogelijk kansen creëren. We gaan dan ook graag het maatschappelijk debat hierover verder aan.  

Katrien Verhegge, administrateur-generaal Kind en Gezin 

Ariane Van den Berghe, adoptieambtenaar VCA