Nieuwe Vlaamse kinderbijslag doet armoederisico dalen

20 januari 2017

De kinderbijslag wordt beschouwd als een van de belangrijkste hefbomen om het armoederisico bij gezinnen omlaag te halen. De hervorming had van meet af aan de ambitie om als instrument tegen armoede en kinderarmoede te kunnen worden ingezet, naast het financieel ondersteunen van gezinnen in de kosten van de opvoeding.
De basisbedragen, alle sociale toeslagen en de participatietoeslagen werden in de berekeningen opgenomen. Het armoedereducerend karakter van de hervorming werd niet alleen getoetst voor de toekomstige gezinnen. Ook voor de gezinnen in het huidig systeem werd dit nagegaan omdat bepaalde aspecten van de hervorming ook op hen van toepassing zijn. Concreet gaat het om het toekennen van universele participatietoeslagen voor iedereen en om het toekennen van sociale toeslagen en versterkte selectieve participatietoeslagen voor gezinnen met beperkte inkomens.

Armoederisico: min 1 procentpunt
Uit de armoedetoets die nu werd uitgevoerd door de onderzoekseenheid Economie van de KULeuven blijkt dat het armoederisico zowel op kind- als op gezinsniveau significant daalt. Het gaat om een daling van 1,3 procentpunt op gezinsniveau en 1,5 procentpunt op kindniveau(voor de gezinnen in het nieuwe systeem).

 

Baseline

Bestaande gezinnen

Nieuwe gezinnen

Kindniveau

9,9

9,6

-0,3

8,4

-1,5

Gezinsniveau

8,6

8,1

-0,5

7,3

-1,3

1 kind

8,4

7,8

-0,6

6,8

-1,6

2 kinderen

6,2

5,8

-0,4

5,2

-1,0

3 kinderen

11,3

10,5

-0,8

8,9

-2,4

4 + kinderen

19,3

19,3

0,0

19,3

0-0

Eénoudergezinnen

18,2

17,7

-0,5

16,7

-1,5


Kindniveau is het armoederisico per individueel kind. Elk kind wordt afzonderlijk geteld.
Gezinsniveau is het armoederisico per gezin.

Om aan te geven wat de evolutie in procentpunten betekent, geven we in percentages weer wat het aandeel is van de gezinnen met een inkomen onder de armoedegrens, die door de hervorming over de grens getild worden.
  • Op kindniveau betekenen de dalingen van het armoederisico dat er bij de bestaande gezinnen 3% van de kinderen over de grens getild worden. Bij de nieuwe gezinnen gaat het om 15% van de kinderen.
  • Op gezinsniveau betekenen de dalingen van het armoederisico dat 6% van de bestaande gezinnen en 16% van de nieuwe gezinnen over de armoedegrens getild worden.
Armoedekloof verkleint
De armoedekloof berekent hoeveel (beschikbaar) inkomen een arm gezin bijkomend nodig heeft om tot aan de armoedegrens te komen (in euro per maand). We zien voor alle onderscheiden gezinstypes dat de armoedekloof significant verkleint.

Armoedekloof: afstand van de armoedegrens (in euro’s per maand)

 

Alle Gezinnen

1 kind

2 kinderen

3 kinderen

4 + kinderen

Eénoudergezinnen

Nulmeting

470,8

310,4

527,4

414,2

855,4

551

‘bestaande’ gezinnen

-55,3

-25

-54

-85,6

-94

-9,8

‘nieuwe’ gezinnen

-68,2

-51,8

-59,7

-125,4

-46,4

-22,5


Jo Vandeurzen, Vlaams minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin: “Nu kunnen we de hervorming van de kinderbijslag zoals hij door de Vlaamse Regering is goedgekeurd vanaf 2019 uitvoeren. Het armoederisico, voor alle kinderen en voor alle gezinnen in Vlaanderen, daalt hiermee duidelijk. Dat betekent dat we het inkomen van heel wat meer gezinnen boven de armoedegrens tillen. Ook de armoedekloof verkleint. Met deze historische hervorming van de kinderbijslag, die we zorgzaam zullen doorvoeren, geven we de jonge gezinnen in Vlaanderen een substantiële duw in de rug en helpen we alle gezinnen in de kosten die de opvoeding met zich mee brengt.”

Rechtvaardiger systeem
Het nieuwe kinderbijslagsysteem zorgt voor een extra herverdeling en vormt zo een rechtvaardiger systeem. De daling van de armoede is er niet enkel voor nieuwe gezinnen die, vanaf 1 januari 2019, onder het nieuwe systeem ressorteren. Ook bestaande gezinnen zullen dankzij deze hervorming minder armoederisico lopen. Het gaat om gezinnen waarbij een of beide ouders werken met een inkomen dat iets lager is dan 30.000 euro en om gezinnen die een hogere schooltoelage zullen krijgen, de selectieve participatietoeslag.

Het geheel bestaat uit drie pijlers:
  1. een onvoorwaardelijk startbedrag en een basisbedrag
  2. selectieve en gezinsgemoduleerde toeslagen: de zorgtoeslag (wezen, personen met een handicap) en de sociale toeslag (inkomensafhankelijk en naar gezinsgrootte)
  3. universele en selectieve participatietoeslagen
Hoe werd de armoedetoets berekend?
De toets nam alle elementen van het nieuwe systeem in rekening, dus inclusief de versterkte selectieve participatietoeslagen.

Relevant is dat deze toets de armoedereductie niet alleen bekijkt voor de nieuwe gezinnen (die de nieuwe kinderbijslag krijgen vanaf januari 2019), maar ook voor de bestaande gezinnen waarvoor de hervorming ook positieve gevolgen heeft. Basis van de studie zijn de steekproefgegevens van de SILC-enquête, maar de steekproef werd ‘gewogen’ t.o.v. de populatie gezinnen met kinderbijslag in Vlaanderen, zoals gekend bij de Kruispuntbank Sociale Zekerheid en bij FAMIFED.

Deze volledige armoedetoets houdt ook rekening met een verrekening van de overschrijdingen van de spilindex die de afgelopen jaren wel of niet werden toegekend.

Start in 2019
Voor de Vlaamse Regering bevestigt de toets dat het nieuwe systeem helpt om het armoederisico te laten dalen. De initiële en voorlopige cijfers die in mei 2016 bij de goedkeuring van de hervorming door de Vlaamse Regering werden gehanteerd worden door deze studie bevestigd.

De Vlaamse Regering zet de transitie van het systeem daarom overtuigd verder – met een geleidelijke opbouw van het volledige systeem – vanaf 2019. Het armoedereducerend karakter van de hervorming zal van bij de start voelbaar zijn.

Meer informatie vind je op www.kindengezin.be

Meer info voor de pers:
  • Nico Krols – woordvoerder van Jo Vandeurzen, minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin – 0476 907 972
  • Leen Du Bois – woordvoerder Kind en Gezin – 0496 591 511

pdf Lees het wetenschappelijk rapport (1MB)