Binnenkijken bij 119 Huizen van het Kind

8 juni 2017

119 Huizen van het Kind vulden de bevraging in. Deze 119 Huizen van het Kind zijn werkzaam in 169 Vlaamse gemeenten en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (BHG), terwijl er op het moment van de bevraging in 182 gemeenten een initiatief tot Huis van het Kind is. Het Kenniscentrum Hoger Instituut voor Gezinswetenschappen (HIG - Odisee) verwerkte voor Kind en Gezin de vragenlijsten.


Ruim aanbod met sterk engagement lokale besturen

In elk Huis van het Kind moeten 3 pijlers aanwezig zijn: preventieve gezondheidszorg, opvoedingsondersteuning en activiteiten voor ontmoeting en sociale cohesie. Er is betrokkenheid uit diverse clusters zoals opvang baby’s en peuters, vrije tijd, opvoedingsondersteuning, kraam- en gezinszorg en socio-culturele verenigingen. De praktijk geeft de samenwerking veel ruimer vorm dan wat regelgevend minimaal verwacht wordt. Zo heeft ongeveer 8 op 10 Huizen van het Kind maakt de link met lokale kinderarmoedebestrijding, en een extra groep van 1 op 10 heeft plannen in die richting. Ongeveer 6 op 10 Huizen van het Kind heeft acties genomen op vlak van jeugdhulp en geestelijke gezondheidszorg.

Huizen van het Kind geven als meerwaarde aan dat er een versterkt en meer uitgebreid aanbod is voor gezinnen. Ook de uitbreiding en efficiëntere inzet van de middelen (bv. ook door het delen van infrastructuur en slim gebruik van lokalen) wordt als meerwaarde vermeld.

In twee derde van alle Huizen van het Kind neemt het lokaal bestuur de regie op. In bijna alle huizen is het lokaal bestuur ene kernpartner. Zo kunnen de activiteiten goed aansluiten op het lokaal sociaal beleid.

De vormgeving van een Huis ziet er anders uit naargelang de bevolkingsdichtheid. In meer landelijk gelegen gebieden vinden de organisatoren het bijvoorbeeld minder aangewezen om één fysieke plek te hebben. In 88% van de bevraagde Huizen van het Kind kunnen gezinnen wel op één fysiek adres terecht (of zullen ze dit kunnen in de toekomst).

Bijna alle Huizen van het Kind richten zich naar de leeftijd van 0 tot 12 jaar, zowel voor kinderen als voor ouders met kinderen. Zo’n 70% à 80% van de Huizen van het Kind richten zich op de prenatale fase, op jongeren en op ouders van jongeren. Voor de preconceptie en +18-jarigen
(en hun ouders) liggen de percentages een stuk lager.


Groeipotentieel

De gezinnen zijn in 4/10 van de Huizen betrokken als mede-actor. Aangezien het betrekken van de doelgroep belangrijk is in de Huizen van het Kind is daar dus nog heel wat groeipotentieel.

Knelpunten zijn voor de meeste Huizen het versterken en vernieuwen van de samenwerking, omdat er zo veel verschillende actoren zijn. De vraag naar extra middelen om de uitbouw in Vlaanderen en Brussel verder te ondersteunen komt daarom regelmatig terug. Ten eerste gaat het over een uitbreiding van middelen in functie van het subsidiëren van erkende Huizen van het Kind. Ten tweede gaat het over het belang van investeren in sterk trekkerschap.

Het streefdoel is dat in 2019 de Huizen van het Kind gebiedsdekkend aanwezig zijn in Vlaanderen en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en dat diegenen die nu al opgestart zijn, uitgroeien tot brede laagdrempelige basisvoorzieningen.


Meer informatie
- Leen Du Bois, woordvoerder Kind en Gezin – woordvoerder@kindengezin.be – 0496 59 15 11
- Publicatie Kind en Gezin: Bevraging in 2016 'Een beeld van de Huizen van het Kind' - Wat leren we eruit?