Hoe stellen kinderen het in Vlaanderen? Het kind in Vlaanderen 2017

26 juni 2018

Gezondheid

Prematuriteit
7,9% van de levend geboren kinderen wordt prematuur (<37 weken) geboren.

Borstvoeding
78,2% van de kinderen krijgt vanaf het prille levensbegin uitsluitend borstvoeding. Het aandeel kinderen dat 24 uur na de geboorte uitsluitend borstvoeding krijgt, ligt in 2017 0,4 procentpunt hoger dan in 2016.

In Vlaanderen krijgt 65,3% van de kinderen op dag 6 uitsluitend borstvoeding. Bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine ligt dit percentage beduidend hoger. 
Naargelang de provincie verschilt het percentage kinderen dat uitsluitend borstvoeding krijgt. In Vlaams-Brabant ligt het percentage het hoogst: 68,7% van de kinderen krijgt er uitsluitend borstvoeding op dag 6. In West-Vlaanderen ligt het percentage het laagst en bedraagt het 58,9%.

Wiegendood
In 2015 (meest recente cijfers) overleden 13 baby’s aan wiegendood. 2 sterfgevallen meer dan in 2013. Wiegendood vormt in 2015 dus voor 5,3% van de overleden zuigelingen de doodsoorzaak. 

Gewicht
Van alle kinderen die gemeten en gewogen worden op een leeftijd van 2 jaar kan Kind en Gezin een afgeleide body mass index (BMI) berekenen.
9 op de 10 kinderen hebben een normaal gewicht voor hun leeftijd. 8,6% heeft overgewicht, 0,7% heeft een te laag gewicht voor die leeftijd (cijfers over kinderen geboren in 2015)
Als we de cijfers voor overgewicht uitsplitsen per geslacht, dan zien we dat meisjes een iets hoger aandeel overgewicht kennen dan jongens. De prevalentie van overgewicht is duidelijk hoger bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine (11,6% versus 7,4%). 

Lokale cijfers gezondheid
In het Kind en Gezin dashboard zijn grafieken beschikbaar over het doelbereik van de gehoortest, het doelbereik van de oogscreening van Kind en Gezin, het type startvoeding van het kind op 24 uur en op dag 6 en het voorkomen van prematuriteit.
Al deze data worden weergegeven op basis van het geboortejaar van het kind.
De grafieken zijn dynamisch, dat wil zeggen dat de cijfers zich aanpassen aan de keuze die je maakt qua jaar en geografisch gebied tot op gemeenteniveau. 

Kindermishandeling
In 2017 daalde het aantal meldingen van kindermishandeling bij de Vertrouwenscentra Kindermishandeling met 5,1%. Er werden 8736 kinderen gemeld (-4,3% t.o.v. 2016). 14,6% van de gemelde kinderen was jonger dan 3 jaar, 29,3% tussen 12 en 18 jaar en 36,7% tussen 6 en 12 jaar. 63,5 per 10.000 kinderen worden gemeld.

Bij 30,6% van de kinderen gaat het om een vermoeden van emotionele mishandeling of verwaarlozing, bij 29% gaat het om een vermoeden van lichamelijke mishandeling of verwaarlozing, bij 12,9% om een vermoeden van seksueel misbruik door een volwassene. 

Gezinsvorm
Het aandeel kinderen in een tweeoudergezin blijft stabiel (83%), maar de cijfers verschillen wel naargelang de leeftijd van het kind. 7,6% van de kinderen jonger dan 3 jaar woont in een eenoudergezin. Bijna 1 op de 5 van de 12- tot 18-jarigen woont in een eenoudergezin. Een eenoudergezin is in de meeste gevallen een alleenstaande moeder. 12% van de kinderen woont bij alleenstaande moeder tegenover 2,2% bij een alleenstaande vader.

Gezinstype
Meer dan de helft van de kinderen leeft nog steeds bij een gehuwd paar. Het aandeel kinderen dat leeft bij ongehuwd paar neemt wel verder toe: 23,1% in 2017. Bij kinderen jonger dan 3 jaar ligt dat aandeel zelfs op 37,5%, heel wat  hoger dan bij oudere kinderen. 

Werksituatie in het gezin

Arbeidsparticipatie in gezin
(Minstens) 91% van de kinderen leeft in een gezin met minstens 1 werkende ouder, 4,3% van de kinderen woont in gezin waar niemand werkt.
Bijna een kwart (24,1%) van de kinderen in een eenoudergezin heeft geen werkende ouder. 
De arbeidsparticipatie verschilt ook naar herkomst van het kind. Het aandeel minderjarigen met minstens 1 werkende ouder ligt heel wat lager bij kinderen van niet-Belgische herkomst (81,1% versus 95,7%)

Tweeverdieners
(Minstens) 62% van de minderjarigen woont bij 2 werkende ouders. Ook hier is er een groot verschil naargelang de herkomst van het kind: 73,1% bij Belgische herkomst versus 39% bij niet-Belgische herkomst.
Bij 2 werkende ouders gaat het niet noodzakelijk om 2 voltijds werkende ouders. De combinatie waarbij 1 ouder voltijds werkt en 1 ouder deeltijds komt vaak voor.
Als we kijken naar tweeverdieners bij de kinderen die bij een (gehuwd) paar wonen, dan heeft (minstens) 72,6% van die kinderen 2 werkende ouders. Er zijn wel aanzienlijke provinciale verschillen. In West-Vlaanderen leeft bij de kinderen uit een tweeoudergezin 80% bij 2 werkenden, in Limburg en Antwerpen gaat het om minder dan 70% van de minderjarigen die bij een (al dan niet gehuwd) werkend paar wonen.

De volledige publicatie van Het kind in Vlaanderen 2017 staat online.

Kind en Gezin Jaarverslag 2017

9 verhalen brengen de brede ondersteuning van Kind en Gezin tot leven. Via onze verhalen ontdek je ook onze kerncijfers van 2017.


  • 94,4% van de pasgeborenen kreeg minstens 1 huisbezoek in de eerste 3 levensmaanden in 2017
  • 89,8% van de pasgeborenen kreeg minstens 1 consult kreeg in de eerste 3 levensmaanden in 2017 
  • 86% van de pasgeborenen kreeg een kennismakingsbezoek in 2017
  • 146 Huizen van het Kind omvatten 205 gemeenten in 2017
  • 150.688 (toekomstige) ouders maakten in 2017 gebruik van mijn.kindengezin.be
Beeld kiv