Nieuwe cijfers over geboorten, kinderen en hun leefsituatie

13 juni 2019

Het gaat om gegevens over kinderen in het Vlaamse Gewest, waar mogelijk uitgesplitst naar provincie. Op www.kindengezin.be zijn cijfers beschikbaar op gemeentelijk niveau, zoals de kansarmoede-index en de kenmerken van pasgeborenen (taal moeder-kind en origine moeder). 

Geboortecijfer en kenmerken van de pasgeborenen en hun moeder

  • Het geboortecijfer evolueert in 2018 nauwelijks. Kind en Gezin registreert 65 336 geboorten bij moeders met een woonplaats in het Vlaamse Gewest, een beperkte toename met 28 geboorten ten opzichte van 2017. Er zijn wel uiteenlopende provinciale evoluties. In de provincies West- en Oost-Vlaanderen neemt het geboortecijfer in 2018 toe met 3,8% en 1,2%. In de andere provincies daalt het geboortecijfer. De daling is het sterkst in Limburg met 3,2%. In Vlaams-Brabant en Antwerpen daalt het geboortecijfer met 1,7% en 0,5%.
  • Dat het aantal geboorten op Vlaams niveau erg stabiel blijft, komt vooral door de toename van het aantal vrouwen op bepaalde leeftijden, want het totale vruchtbaarheidscijfer (TVC) is licht gedaald ten opzichte van 2017 (van 1,60 naar 1,58). De daling van het TVC doet zich enkel bij Belgische vrouwen voor. Bij niet-Belgische vrouwen is er sprake van een toename.
  • De vruchtbaarheid van vrouwen tussen 20 en 30 jaar blijft dalen en ligt nog steeds op het laagste niveau sinds de Tweede Wereldoorlog, de vruchtbaarheid van vrouwen tussen 30 en 35 jaar neemt wel toe en ligt nu duidelijk hoger dan die van vrouwen tussen 25 en 30 jaar.
  • Een ruime meerderheid van de borelingen (57,1%) is tweede of volgend kind, het aandeel eerstgeborenen neemt verder af.
  • 6 op de 10 eerstgeborenen heeft een moeder jonger dan 30 jaar.
  • 28,1% van de kinderen geboren in 2018 heeft een moeder die bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had. In vergelijking met 2017 is het percentage ongewijzigd.
  • Bij 29% van de kinderen geboren in 2018 is het Nederlands niet de taal die het kind met de moeder spreekt (beperkte toename ten opzichte van 28,7% in 2017). Frans is de meest gebruikte andere taal (5,8%).

Kinderen naar leeftijdsklasse en herkomst

  • Het aantal kinderen jonger dan 6 jaar neemt af, maar het aantal kinderen tussen 6 en 12 jaar en tussen 12 en 18 jaar neemt sterker toe in 2018 zodat de bevolkingsgroep minderjarigen nog steeds groter is dan de voorbije jaren.
  • Tegen 2025 worden 46 592 meer minderjarigen voorspeld.
  • 9,5% van de minderjarigen heeft zelf een andere nationaliteit (vooral dan van een ander EU-land).
  • Meer dan 36% van de minderjarigen heeft een niet-Belgische herkomst. Er bestaan grote provinciale verschillen naar aandeel en herkomst (EU of niet-EU).

Kinderen naar gezins- en leefsituatie

  • 82,8% van de minderjarigen groeit op in een tweeoudergezin (cijfers 2016), 14,3% woont in een eenoudergezin (vooral bij alleenstaande moeder). Het aandeel kinderen in een eenoudergezin neemt toe met de leeftijd van de kinderen.
  • (Minstens) 91,2% van de minderjarigen leefde eind 2016 in een gezin met minstens 1 werkende ouder. Bij 4,3% van de kinderen zijn de ouders niet aan het werk. (Minstens) 62,4% van de kinderen woont bij 2 werkende ouders.
  • Het aandeel kinderen met minstens 1 werkende ouder ligt lager bij kinderen van niet-Belgische herkomst.
  • Kinderen uit eenoudergezinnen leven vaker in een gezin met lagere werkintensiteit.
  • Er bestaan grote verschillen in de inkomenssituatie van het gezin waarin kinderen opgroeien. 21,9% leeft in gezin met inkomen van maximaal 30 000 euro. 6,3% van de kinderen groeide eind 2016 op in een gezin waar een beperkt (<15 000 euro) bruto belastbaar inkomen uit arbeid en vervangingsinkomens aanwezig was. 33,7% van de minderjarigen heeft een gezinsinkomen dat groter is dan 65 000 euro.
  • 13,8% van de kinderen jonger dan 5 jaar heeft recht op een verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering. Dat is een toename met 0,3 procentpunt ten opzichte van 2017.
  • De kansarmoede-index bij zeer jonge kinderen stijgt licht verder en bedraagt 14,1% in 2018, wat 0,3 procentpunt hoger is dan in 2017. De kansarmoede-index bij kinderen waarvan de moeder bij haar geboorte niet de Belgische nationaliteit had, ligt met 33,6% heel wat hoger dan de 6% bij kinderen met een moeder van Belgische origine. Kansarmoede doet zich meer voor in steden dan in kleinere gemeenten.
  • De kansarmoede-index verschilt naargelang de provincie. In Antwerpen ligt de index met 18% het hoogst, in Vlaams-Brabant het laagst met 8,3%. De kansarmoede-index van de provincies Limburg, Oost-Vlaanderen en West-Vlaanderen bedraagt respectievelijk 14,4%, 13,5% en 13,2%.
  • De invoering van het Groeipakket begin 2019 zorgt bijna voor een verdubbeling van het aantal minderjarigen met een verhoogde kinderbijslag omwille van het inkomen. Voor de invoering van het Groeipakket (situatie juni 2018) had 11,4% kinderen onder de 18 jaar recht op verhoogde toeslagen (gewaarborgde gezinsbijslag of een sociale toeslag). Na de invoering is dit 22,1% (situatie januari 2019). Bij kinderen jonger dan 6 jaar is er meer dan een verdubbeling van het aantal kinderen met sociale toeslag (van 9,2 naar 21,6%). Nieuw aan het Groeipakket is dat de toekenning automatisch gaat en dat gezinnen met een beperkt inkomen de sociale toeslagen behouden ongeacht of de ouders aan het werk zijn.

Meer info

Leen Du Bois, woordvoerder Kind en Gezin, agentschap Opgroeien, gsm 0496 59 15 11

Bekijk deze cijfers.