Bijna 9 op 10 kinderen zit in kinderopvang van voorkeur, meerderheid combineert formele en informele opvang

2 juli 2019

Resultaten grootschalig kinderopvangonderzoek bij meer dan 6000 gezinnen

1. Hoeveel niet-schoolgaande kinderen gebruiken geen opvang en waarom niet?

13% maakt geen gebruik van opvang, noch van formele, noch van informele opvang. 23,4% van de niet-schoolgaande kinderen maakt geen gebruik van formele opvang. Informele opvang is opvang door grootouders, familie, vrienden of opvang die plaatsvindt in het thuismilieu van het kind via huispersoneel.

In het onderzoek werd aan gezinnen die geen opvang gebruiken gevraagd naar de 3 belangrijkste redenen: 
  • 37,7% van de niet-gebruikers geeft als eerste reden op dat ze bewust geen (formele en/of informele) opvang gebruiken met het oog op het welzijn van het kind. 
  • 1 op 4 vermeldt als eerste reden dat ze geen opvang gebruiken omdat ze niet werken of thuis zijn omwille van werkloosheid en/of ziekte, 
  • 6,2% stelt dat ze het werk hebben onderbroken om voor het kind te kunnen zorgen.
  • Ook kenmerken van het aanbod spelen een rol. 8,6% van de niet-gebruikers vermeldt als eerste reden dat ze geen geschikte formele opvang vonden, 5,7% vond geen formele opvang in de buurt. 
2. Hoeveel niet-schoolgaande kinderen gebruiken opvang? Wat is het aandeel daarin van informele opvang?

Van de 87% van de niet-schoolgaande kinderen jonger dan 3 jaar die wel opgevangen werden weten we dankzij dit onderzoek dat: 
  • 58.2% formele en informele opvang combineert
  • 18.4% enkel van formele opvang gebruik maakt
  • 10.4% enkel informele opvang gebruikt
76,6% gebruikt formele opvang, 73,8% doet dat regelmatig.
Informele opvang is wel nog steeds erg belangrijk, ook al is het niet altijd als meest gebruikte of enige opvangvorm en ook al is het vaak beperkt aanvullend op formele opvang.

3. Waarom gebruiken ouders kinderopvang en waarom kiezen ze voor een specifieke opvangvorm (groeps- of gezinsopvang, opvangprijs met of zonder inkomenstarief)?

Waarom opvang?
De meeste ouders (86%) gebruiken opvang omdat ze willen blijven werken, maar velen (54%) ook omdat het beter is voor de ontwikkeling van het kind. 

Waarom kiezen ze voor bepaalde opvangvorm?
Gezinnen blijken om meerdere en verschillende redenen te hebben gekozen voor de opvang waar ze het meest gebruik van maken. De meest vermelde redenen zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van het kind (het kunnen spelen of omgaan met andere kinderen, de stimulatie van de ontwikkeling van het kind), maar ook meer praktische zaken zoals het goed bereikbaar zijn van de opvang speelt bij vele (59.4%) ouders spelen een rol.

4. Wordt het kind opgevangen in de voorkeursopvang van de ouders?

88,8% van de kinderen blijkt in de opvang van voorkeur zitten. Van de gezinnen die hun voorkeursopvang niet hebben, zien we dat iets meer dan de helft een beroep wil doen op groepsopvang met IKT. Op de tweede plaats komt gezinsopvang met IKT.

5. Hoe is het opvanggebruik bij kansengroepen?

Het onderzoek toont aan dat het opvanggebruik van kinderen met een moeder van niet-Belgische origine en van kinderen geboren in kansarmoede lager ligt. Niet alleen is er bij deze kansengroepen een hoger aandeel kinderen dat geen formele én geen informele opvang gebruikt, het aandeel kinderen dat formele opvang gebruikt ligt in elk van deze kansengroepen ook lager. 
  • Van de kinderen in kansarmoede maakt 43,5% gebruik van formele opvang, van de kinderen die niet opgroeien in kansarmoede maakt 81,1% gebruik van formele opvang.
  • Waar 85,6% van de kinderen met een moeder van Belgische origine formele opvang gebruikt, ligt het aandeel bij kinderen met een moeder van niet-Belgische origine op 53%. 
  • Kinderen die een moeder van niet-Belgische origine hebben én opgroeien in kansarmoede maken het minst gebruik van formele opvang (40,5%).
Hoewel de resultaten van dit onderzoek door een gewijzigde vraagstelling, een gewijzigde methode en gewijzigde berekening van het gebruik moeilijk zuiver vergeleken kunnen worden met die van voorgaande onderzoeken, stellen de onderzoekers wel vast dat het gebruik van formele en/of informele opvang in beide kansengroepen is toegenomen.

6. Hoe intensief maken kinderen gebruik van opvang en op welke dagen vooral?

Aantal dagen formele opvang hoger dan informele opvang
Gebruikers van formele opvang maken duidelijk intensiever gebruik van opvang dan gebruikers van informele opvang. 
  • Gemiddeld gaat een kind dat formele opvang gebruikt 3,6 dagen per week naar de opvang, bij informele opvang ligt het gemiddelde lager (1,7 dagen per week, exclusief weekenddagen).
  • 53% van de kinderen die formele opvang gebruiken, gaat minstens 4 dagen per week naar de opvang. Bijna een kwart gaat 5 dagen op 5 naar de opvang. 
  • Van de kinderen die informele opvang gebruiken doet meer dan de helft dat minder dan 2 dagen. Dit heeft te maken met het feit dat bij de (grote) groep kinderen die formele en informele opvang combineren het gemiddeld aantal dagen waarop gebruik wordt gemaakt van informele opvang opmerkelijk lager ligt. 

Formele opvang vooral op dinsdag en donderdag, informele op woensdag en vrijdag
Op dinsdag en donderdag blijkt het grootste aantal niet-schoolgaande kinderen formele opvang te gebruiken, op woensdag en vrijdag wordt er duidelijk minder formele opvang gebruikt. Voor de informele opvang is het eerder omgekeerd en worden de kinderen juist iets vaker opgevangen op woensdag en vrijdag. Opvang in het weekend komt slechts beperkt voor en dan vooral in de informele opvang. Ongeveer 8% van de informeel opgevangen kinderen werd op zaterdag opgevangen door grootouders of kennissen. 

Aantal uren
51% van de gebruikers van formele opvang maakt minstens 30 uur per week gebruik. Een zeer kleine minderheid (2.4%) maakt minstens 50 uur per week gebruik van formele opvang. 
11,3% van de kinderen die informele opvang gebruiken, is er minstens 30 uur per week. 55% maakt minder dan 15 uur per week gebruik van informele opvang.

7. Wat zijn de kenmerken van gezinnen die opvang gebruiken?

De werksituatie van de ouders blijkt sterk samen te hangen met het formele en informele opvanggebruik. 
  • Het regelmatig gebruik van formele en/of informele opvang is het laagst indien beide ouders niet werken (26.8%) en het hoogst indien beide ouders voltijds werken (96.9%) of indien een alleenstaande ouder werkt (94.1%).
  • De werksituatie van de moeder is meer bepalend voor het opvanggebruik van formele en/of informele opvang dan de werksituatie van de vader. Als de moeder (voltijds of deeltijds) werkt, maar de vader niet, dan wordt er meer opvang gebruikt dan wanneer de moeder niet werkt en de vader wel. 
Aangezien het gezinsinkomen sterk samenhangt met de werksituatie van beide ouders is het niet verwonderlijk dat er ook een sterke samenhang werd gevonden tussen het maandelijks netto-gezinsinkomen en het formele en/of informele opvanggebruik. Hoe hoger het maandelijks netto-gezinsinkomen, hoe hoger het regelmatig gebruik van formele en/of informele opvang. 

8. Is er nog een extra behoefte aan formele opvang?

In het onderzoek kregen alle ouders (ook de gezinnen die al opvang gebruiken en de gezinnen met een schoolgaand kind) de vraag of ze nog een onvervulde behoefte aan formele opvang hadden en indien ja, voor hoeveel dagen ze nog extra formele opvang nodig hadden.

De onderzoekers stellen midden 2018 vast dat 8,31% van de kinderen (14.831 kinderen) tussen 3 maanden en 3 jaar in het Vlaams Gewest een onvervulde behoefte heeft aan formele opvang. Gemiddeld genomen bedraagt de behoefte 2,6 dagen per week. De onderzoekers leiden hier uit af dat er nood is aan ongeveer 38.354 extra opvangdagen per week.

Op basis van het vastgestelde aandeel kinderen met een onvervulde behoefte, het vastgestelde gemiddeld aantal benodigde opvangdagen per week, het voorspelde aantal kinderen in 2024 en na verrekening van het aantal plaatsen die na afloop van het onderzoek nog werden gerealiseerd en toegekend, heeft Kind en Gezin berekend dat er tegen 2024 in de Vlaamse Gemeenschap 7070 plaatsen zouden moeten bijkomen. 


Vanaf vandaag ook online: het formeel aanbod aan kinderopvang op basis van registraties

Een greep uit deze cijfers:

Eind 2018 waren er 93.363 vergunde plaatsen voor baby’s en peuters, op 75% daarvan kunnen ouders volgens hun inkomen betalen. De 1.335 plaatsen waarvoor eind 2018 nog subsidiebeloftes openstonden zijn hier nog niet in meegeteld.

Voor het eerst ook gedetailleerde cijfers over de tarieven die ouders betalen in locaties waar een inkomenstarief  (IKT) van toepassing is. 
  • Voor bijna 19% van de kinderen die in 2018 opgevangen werden met een attest inkomenstarief, was het tarief gelijk aan het standaardminimumtarief (5,15 euro) of lager.
  • Voor 21,8% van de kinderen betalen de ouders minstens 20 euro per dag. Het maximumtarief in 2018 bedraagt 28,59 euro. 
  • Het gemiddelde tarief bedraagt 14,09 euro per dag.
Voor het eerst zijn lokale cijfers beschikbaar over kinderen in opvang met IKT: welk tarief betalen ze en gebruiken ze opvang in de gemeente waar ze wonen of in een andere gemeente. Deze informatie van Kind en Gezin stelt lokale actoren in staat om hun eigen beleid vorm te geven.


Informatie voor de pers

Referentie onderzoeksrapport:
Teppers, E., Schepers, W., & Van Regenmortel, T. (2019). Het gebruik van en de behoefte aan kinderopvang voor baby’s en peuters jonger dan 3 jaar In het Vlaamse Gewest. Leuven: Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin. 

Contactpersoon pers:
Leen Du Bois
woordvoerder Kind en Gezin
Agentschap Opgroeien
gsm 0496 59 15 11, woordvoerder@kindengezin.be,  twitter @wvkg