Meest gestelde vragen

Veelgestelde vragen en antwoorden over de thema's van Kind en Gezin.

  • De Hoge Gezondheidsraad raadt zwemmen met baby’s jonger dan 12 maanden af in de Belgische zwembaden.

    • Een baby (kwetsbaar wegens hyperactieve slijmvliezen of immature longen) komt best nog niet met chloordampen in contact.
    • De voordelen van zwemmen en bewegen voor een heel jong kind in het water wegen op dit moment niet op tegen het risico van mogelijke infecties.
    • Neem zelf meer tijd voor de gewenning van je baby aan het water tijdens het badritueel of momenten van samen onder de douche thuis.

    Watergewenning en babyzwemmen kan zodra je baby 1 jaar oud is in goede hygiënische omstandigheden en in gecontroleerde zwembaden.

    Zwemmen is aan te raden voor kinderen vanaf 4 jaar. Pas dan kan een kind de zwemtechniek goed aanleren en zich juist in het water bewegen.

    • Hou voortdurend toezicht! In openbare zwembaden kan een kind eventjes aan het zicht van de redders ontsnappen.
    • Leer je kind niet te lopen rond het zwembad: doordat de vloer nat is, kan je kind makkelijk wegglijden in het water.
    • Let op de veiligheidsvoorschriften die door pictogrammen of geschreven instructies zijn aangegeven.
    • Leer je kind het verschil tussen diep en ondiep water.

    Lees meer over veiligheid in en rond het water

  • Vocht is onmisbaar voor het lichaam. Dit geldt ook voor kinderen.

    Maar: de eerste 6 maanden heeft de baby alleen melkvoeding (borst- of kunstvoeding) nodig. Extra drank vermindert de eetlust waardoor je baby geen melkvoeding zal drinken.
    Bij borstvoeding zorgt extra drank voor een verstoring van de melkproductie.

    Na de leeftijd van 6 maanden drinkt je baby per dag nog minstens een halve liter melkvoeding of borstvoeding op vraag. Naast de vaste voeding die vocht bevat, heeft je baby ook nood aan extra drinken, zeker bij warm weer. Vaker aanleggen kan bij borstvoeding tegemoet komen aan die extra behoefte. Een beetje water geven kan ook.

    Kies bij voorkeur plat, mineraalarm water.

  • Je mag met je pasgeboren baby direct buiten komen. Dat is gezond voor je kindje. De zonnestralen zorgen voor de aanmaak van vitamine D en stevige botten. 
    Pas de kleding van je baby en zijn bedekking (wandelwagen ...) aan de omgevingstemperatuur aan. Bescherm je kindje in de zomer extra tegen de zon en in de winter tegen de koude. Is de baby te vroeg geboren of is zijn gewicht erg laag, vraag dit dan toch even na bij de arts.

  • Hou er rekening mee dat een kindje tijd nodig heeft om op andere manieren te leren drinken. Dwingen heeft een averechts effect en vermijd je beter. Blijf zelf rustig en biedt een fles aan als je kindje ontspannen is. Enkele tips die kunnen helpen:

    • Verwacht niet onmiddellijk succes, het is heel normaal dat je kindje even moet wennen aan de nieuwe ervaring.
    • Gebruik de eerste keren vers afgekolfde melk, zodat er geen smaakverschil is.
    • Laat iemand anders, die rustig en ontspannen is, de fles geven terwijl mama niet in de buurt is.
    • Bied het flesje aan bij de eerste hongersignalen of iets eerder dan het gebruikelijke voedingsmoment: een te hongerige baby raakt sneller overstuur.
    • Duw de speen niet in het mondje, maar laat je baby zelf aanhappen.
    • Leid je baby af en maak hem of haar weer rustig door rond te wandelen, te wiegen, zacht te zingen of te praten.
    • Kies een andere voedingshouding of voed je baby in de draagzak of terwijl hij of zij in een relaxstoeltje zit.
    • Probeer eens een andere speen uit: een andere vorm, ander materiaal… of dompel het speentje eventueel eerst in moedermelk.
    • Blijf geduldig en forceer niet. Als je baby enkele keren weigert en overstuur raakt, probeer dan een uurtje later opnieuw. Als je baby blijft weigeren, biedt dan niet onmiddellijk de borst aan.
    • Als het de bedoeling is om de borstvoeding gedeeltelijk of volledig af te bouwen: bied dan verschillende dagen na elkaar, steeds op hetzelfde tijdstip, het flesje aan.
    • Afhankelijk van de leeftijd van je kind kan je andere manieren van voeden overwegen: ingedikt papje, cupje, bekertje…

     

    Twijfels of vragen?

    Als je kindje blijft weigeren of als je echt ongerust bent, kan je advies en ondersteuning aan je verpleegkundige vragen. Soms is een individuele aanpak nodig. Zij zal samen met jou op zoek gaan naar de meest geschikte oplossing die rekening houdt met jouw specifieke situatie.

  • Steviolglycosiden (beter bekend als Stevia) zijn extracten uit de blaadjes van de steviaplant, een plant uit Zuid-Amerika. Deze zoetstof:

    • is 200 tot 300 keer zoeter dan gewone suiker
    • heeft geen effect op de bloedsuikerspiegel en is daarom geschikt voor mensen met diabetes
    • is tandvriendelijk
    • is van natuurlijke oorsprong (niet synthetisch zoals aspartaam of cyclamaten)
    • is veel duurder dan suiker
    • heeft een bittere, drop-achtige nasmaak die niet door iedereen geapprecieerd wordt. De bitterheid neemt af als stevia wordt gemengd met suikers zoals sacharose, fructose of glucose.
    • levert geen calorieën. Producten waarin stevia is verwerkt, bevatten wel calorieën omdat in het algemeen maar een derde van de suiker vervangen kan worden door stevia omwille van de bittere nasmaak. Producten gezoet met Stevia hebben wel vaak tot 30% minder calorieën dan vergelijkbare producten. 
    • is hittestabiel dus ook geschikt voor gekookte en gebakken producten. 

    Stevia mag sinds 2011 in de Europese Unie gebruikt worden. Het is een veilige zoetstof zolang het gebruik onder de aanvaardbare dagelijkse inname blijft. Het is niet omdat stevia uit planten gehaald wordt en dus 'natuurlijk' is, dat het onbeperkt kan gebruikt worden. De aanvaardbare dagelijkse inname is op advies van de European Food Safety Authority (EFSA) vastgelegd op 4 mg/kg lichaamsgewicht per dag. In de Europese wetgeving staat voor welke producten het gebruik is toegestaan: in light frisdranken en light bier, yoghurtdranken, ijs, desserts, vruchtennectar, confituur, snoep, chocolade, kauwgom, salades, soepen, sauzen en tafelzoetstoffen. Het is wettelijk verplicht de aanwezigheid te vermelden in de ingrediëntenlijst op het etiket. Voor voedingsmiddelen met steviolglycosiden moet er staan: 'zoetstof: steviolglycosiden' of 'zoetstof: E960'. 

    Bij kinderen wordt de aanvaardbare dagelijkse inname sneller bereikt. We raden voor kinderen het gebruik van (kunstmatige) zoetstoffen, ook stevia, af.

    Bronnenzoetstoffen.euGezondheid en WetenschapVoedingscentrumFederaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen, Gezond LevenVoedingsinformatiecentrum NICE

  • De antistoffen tegen kinkhoest dalen en verdwijnen zelfs 5 tot 10  jaar na de laatste kinkhoestvaccinatie. Ook na het doormaken van een natuurlijke kinkhoestinfectie is een levenslange immuniteit tegen de ziekte niet gegarandeerd. Hierdoor ontstaat een groter wordende groep van adolescenten en volwassenen die onvoldoende of niet meer beschermd zijn. Zij maken de ziekte zelf door of geven ze door aan baby's die nog niet (volledig) gevaccineerd zijn. Bij een kind is kinkhoest ernstig en zelfs dodelijk.

    Om die groep van kinderen te beschermen is het belangrijk dat alle volwassenen zich laten vaccineren.

    De Hoge Gezondheidsraad van België geeft over kinkhoestvaccinatie bij volwassenen de volgende aanbeveling: Voor alle volwassenen wordt de toediening van één dosis dTpa (gecombineerd vaccin tegen difterie, tetanus, kinkhoest voor volwassenen) aanbevolen, ongeacht de voorgeschiedenis van een (volledige of onvolledige) kinkhoestvaccinatie, en zeker diegenen die in contact komen met baby's volgens het principe van de ‘cocoonvaccinatie’ (bv. jonge of toekomstige ouders, grootouders en hun naaste familiecontacten alsook het verzorgend personeel van pediatrische diensten, materniteiten en opvangvoorzieningen van baby's en peuters).

    Cocoonvaccinatie is het vaccineren van de personen in de nabije contactomgeving van baby's.

    Daarnaast beveelt de Hoge Gezondheidsraad kinkhoestvaccinatie ook aan voor iedere zwangere vrouw tussen week 24 en week 32 van de zwangerschap en dit bij elke zwangerschap, ongeacht of de vrouw voordien een herhalingsinenting kreeg.

    Op die manier maakt de aanstaande moeder antistoffen tegen kinkhoest aan, die ze via de placenta doorgeeft aan het ongeboren kind. Zo is de baby vanaf de geboorte beschermd in afwachting dat hij of zij zelf antistoffen tegen kinkhoest aanmaakt door de vaccinaties.

    Vanaf 1 juli 2014 stelt de Vlaamse overheid combinatievaccins tegen tetanus, difterie en kinkhoest gratis ter beschikking om zwangere vrouwen te vaccineren en om een herhalingsinenting toe te dienen aan volwassenen.

    Als de vaccinatie niet tijdens de zwangerschap wordt gegeven, wordt ze zo snel mogelijk na de bevalling toegediend als onderdeel van de cocoonstrategie.

    In geval de zwangere vrouw tijdens de zwangerschap werd ingeënt of deze inenting onmiddellijk na de bevalling gepland is, blijft ‘cocoonvaccinatie’ voor partner en andere adolescenten en volwassenen die met de baby in contact komen zeker aanbevolen. Deze ‘cocoonvaccinatie’ wordt best uitgevoerd een paar weken voor de bevalling.

    Een apart vaccin alleen tegen kinkhoest is niet beschikbaar in België. Er wordt gebruik gemaakt van een combinatievaccin. Dit combinatievaccin beschermt niet alleen tegen kinkhoest maar tegelijk ook tegen tetanus (klem) en difterie (kroep).

    Er zijn geen contra-indicaties voor de toediening van het vaccin, tenzij je een aangetoonde allergie voor het vaccin hebt vertoond.

    Lees meer over vaccinatie

  • Knuffels kunnen het hoofd bedekken, waardoor een baby te warm kan krijgen.

    • Leer een baby onder de 6 maanden niet aan om met een knuffel te slapen. Onderzoek toont aan dat knuffels voor deze baby's nog geen emotionele rol vervullen.
    • Vanaf de leeftijd van 6 maanden kan een knuffel of doekje een geborgen gevoel geven. Een kind dat wakker is kan met zijn knuffel spelen of er troost bij zoeken.
    • Heeft je kind zijn of haar knuffel nodig om in slaap te raken, neem hem dan weg zodra je kind slaapt. Zet de knuffel op een plekje waar je kind hem kan zien.

    In de opvang

    Het advies hierboven geldt ook voor de kinderopvang, maar omdat dit advies niet letterlijk in de regelgeving is opgenomen, kan Kind en Gezin het niet afdwingen. De kinderopvang kan zelf beslissen om er van af te wijken en nagaan of de veiligheid op een andere manier kan gewaarborgd worden. Zo kan je bijvoorbeeld beslissen om een tijdje het toezicht te verhogen (bv. bij het zoeken naar een oplossing rond een knuffel).

    Voor de opvang is het echter niet eenvoudig om zomaar af te wijken van aanbevelingen: als er iets met een kind gebeurt, kan de opvang door een rechter aansprakelijk worden gesteld.

    Bovendien zijn de aanbevelingen van Kind en Gezin op wetenschappelijk onderzoek gebaseerd en hebben ze hun succes in de praktijk bewezen: sinds ouders en kinderopvangvoorzieningen ze toepassen, zijn het aantal sterfgevallen omwille van wiegendood sterk gedaald.

    Lees meer over veilig slapen

  • Een baby die steeds in slaap valt aan de borst, is erg lastig voor de mama. 

    In de eerste weken zou je baby minstens 8 tot 12 voedingen per 24 uur moeten hebben om een goede melkproductie op gang te brengen. Tijdens de borstvoeding zou je baby minstens 10 à 20 minuten actief moeten drinken. Meestal hoort je als mama de baby ook ook slikken. 

    Als je baby minder frequent borstvoeding vraagt of tijdens de borstvoeding te passief is, zal je baby minder melk binnen krijgen dan hij of zij nodig heeft. Je baby zal dan minder plassen en stoelgang maken en zijn of haar groei zal vertragen. Een ander gevolg is dat de melkproductie onvoldoende gestimuleerd wordt of dat de borst onvoldoende leeggedronken wordt, wat op een verstopt melkkanaaltje of een borstontsteking kan veroorzaken.

    Het is dus zowel voor de baby als voor de mama belangrijk dat de slaperige baby goed gewekt wordt voor een voeding.

    Mogelijke oorzaken

    • een langdurige bevalling of bepaalde medicijnen die de mama tijdens de bevalling gekregen heeft
    • lichamelijke problemen bij je baby zoals geelzucht of een infectie

    Tips

    • Als je baby moeilijk te wekken is of als je denkt dat hij of zij te weinig voeding krijgt, raadpleeg dan je verpleegkundige, vroedvrouw of lactatiekundige. Mogelijk is ook een controle door een arts nodig om uit te sluiten dat er een medisch probleem aan de oorzaak van de slaperigheid ligt.
    • Extra aandacht is nodig bij een baby met geelzucht. Een baby met een hoge bilirubineconcentratie in het bloed is vaak suf. Hij of zij lijkt tevreden, maar is te slaperig om voldoende te eten. Herken je dit, neem dan zo snel mogelijk contact op met je arts.

    Voor de borstvoeding

    • Houd je baby rechtop en praat tegen hem of haar.
    • De handjes en de voetjes masseren en over zijn of haar rug wrijven maakt je baby alert. 
    • Door kleedjes uit te doen en de luier te wisselen, wek je je baby. 
    • Je kan zijn of haar voorhoofd en gezichtje met een koele vochtige doek deppen. 
    • Masseer enkele druppels moedermelk uit je tepels.

    Tijdens de borstvoeding

    • Een voldoende alerte baby zal zijn of haar mondje ver open doen tijdens het aanhappen.
    • Maak huidcontact bij het aanleggen.
    • Probeer een zittende houding aan (bv. rugbyhouding)
    • Wissel vaker van borst tijdens 1 borstvoeding.
    • Borstcompressie zorgt ervoor dat de melk sneller zal stromen waardoor je baby minder snel terug in slaap zal vallen. Omvat daarom, op het moment dat je baby zuigt, je borst stevig en zo dicht mogelijk bij de ribbenkast. Je mag gerust wat druk uitoefenen, zolang het maar geen pijn doet. Wanneer je baby stopt met zuigen, laat je de druk weg. Je kan je hand nu eventueel een beetje verplaatsen en zodra je baby weer zuigt, de druk verhogen op een andere plaats, maar steeds dichtbij de borstkas en dus achter de gevulde melkklieren.