Lopen

In het begin heeft het kind een starre lichaamshouding. Het lopen van een peuter wordt gekenmerkt door een ‘dribbelgang’. Hij waggelt wijdbeens met gebogen knieën en ellebogen. Het kind loopt met korte stapjes en kan nog niet stappen over hindernissen.

Wanneer een kind een tijd geoefend heeft met lopen en steeds beter zijn evenwicht kan bewaren, leert het ook een paar stapjes zijwaarts en achteruit te lopen, een bal vooruit te schoppen en aan een hand de trap op te lopen.

Wanneer het kind zelfstandig zijn eerste stapje heeft gezet, zal het heel veel dingen willen doen waarbij het dat kan gebruiken. Het zal dingen duwen, dingen achter zich aan trekken, dingen verplaatsen, ...

Een peuter (vanaf 18 maanden) ontwikkelt een beter evenwicht, wordt behendiger, leert rennen, op stoelen klimmen, fietsen op een loopfiets, op een driewieler rijden, met een bal spelen, springen, …

12-18 Maanden Grove Motoriek
18-24 Maanden Grove Motoriek
24-36 Maanden Grove Motoriek