Een goed taalaanbod geven


Een rijk taalaanbod

Tijdens het praten met kinderen is de verleiding vaak groot om de taal te vereenvoudigen, bv. door voorwerpen aan te wijzen en er de aandacht op te vestigen met woordjes als ‘dat’, ‘hier’, ‘kijk’, ‘zo’,... Het is echter belangrijk om op een niet-vereenvoudigde manier tegen hen te spreken. Vertrek vanuit concrete ervaringen die zich hier en nu voordoen. Praat op een natuurlijke manier met een kind. Zo leert het klanken, woorden en intonatie.

Tips

  • Praat spontaan en natuurlijk over wat het kind doet en beleeft.
  • Spreek in korte, maar volledige zinnen.
  • Praat rustig.
  • Leg de nadruk op kernwoorden (door verandering in toonhoogte, tempo, volume, plaats in de zin, herhaling).

Een begrijpelijk taalaanbod

Voor wie met kinderen praat, is het onvermijdelijk om woorden en uitdrukkingen te gebruiken die het kind nog niet (actief) beheerst. Je loopt vooruit op wat het kind al zelf kan zeggen. Dit is niet erg, want door nieuwe taal aan te bieden wordt de taalontwikkeling van het kind gestimuleerd. Nieuwe woorden moeten wel begrijpelijk gemaakt worden. Het kind leert het best wanneer ze het onbekende kunnen vasthangen aan iets bekends. Belangrijk is dat de begeleider actief opvolgt of het kind de boodschap begrijpt en zo nodig het taalaanbod herhaalt of aanpast om het begrip te bevorderen.

Tips

  • Maak nieuwe taal zichtbaar en tastbaar door ze visueel te ondersteunen door prenten, gebaren, voorwerpen, door dingen aan te wijzen,…
  • Bied een context aan voor het nieuwe taalaanbod. Verbind het nieuwe taalaanbod met:
    • een handeling, bv. ‘rijden’: voer de handeling uit met een echt autootje
    • een visuele, auditieve of tactiele ervaring, bv. laat het kind de handeling doen en maak ondertussen zelf het bijhorende geluid (‘brrrr’)
    • eerder taalaanbod dat het kind kent, bv. 'de auto rijdt op de tafel, de auto rijdt op de mat, de auto rijdt op de stoel…'
    • eerdere ervaringen of kennis van de wereld van het kind, bv. ga aan het raam staan en wijs naar de rijdende auto's op straat
  • Gebruik alle mogelijke middelen om het begrip te verhogen.
  • Spreek niet te snel en articuleer goed.
  • Breng ‘reliëf’ aan in het gesprek. Dat kan door intonatie, herhaling of de kern van de boodschap naar voren te brengen.
    Bv. kern naar voor brengen: 'De bal. Wil je met de bal spelen?'
  • Gebruik ook gezichtsexpressie, wijs dingen aan, gebruik gebaren en prenten.
  • Herhaal waar nodig.
  • Volg actief op of het kind alles begrijpt.