Veel spreekkansen bieden


Gesprekjes voeren

Stimuleer een kind tot taal door het kansen te geven om te spreken. Een kind dat een nieuwe taal begint te leren, gaat eerst door een ‘stille’ of ‘non-verbale’ periode. Ook als het kind niet spreekt, leert het een taal. Het luistert, leert nieuwe woorden, wordt zich bewust van zinnen. Hoe lang de stille periode duurt, verschilt per kind.

Enkele tips:

  • Zorg voor een veilige en uitnodigende sfeer waarin het kind zich op zijn gemak voelt.
  • Voer individuele gesprekjes en gesprekjes in kleinere kring. Op die manier zal een kind spontaner praten.
  • Kom op ooghoogte met het kind.
  • Stimuleer een kind om te spreken, maar dwing het nooit.
  • Sluit aan bij de belangstelling van een kind.
  • Geef een kind tijd om te reageren. Neem het woord niet te snel over.
  • Bewaak de spreekkansen van elk kind. Zorg ervoor dat niet enkel assertieve kinderen aan het woord zijn.
  • Toon oprechte aandacht voor wat een kind zegt en doet.
  • Reageer spontaan en zorg onmiddellijk voor nieuwe spreekkansen.
  • Sommige kinderen komen makkelijker tot praten via een pop of beer. Ze verwoorden wat de pop/beer doet, voelt, weet, denkt. Dat is minder direct dan rechtstreeks aangesproken worden.
  • Lok spontane reacties uit door zelf iets ‘geks’ of ‘fouts’ te zeggen.

Vragen stellen

Door vragen te stellen, krijgt een kind spreekkansen. De vragen bepalen hoe het gesprek verder verloopt. Zo zijn open vragen moeilijker, maar wel stimulerender dan gesloten vragen. Bv. ‘ Speel je met blokken?’ in plaats van ‘ Waarmee speel je?’

Ook aan baby’s kan je vragen stellen. Las een pauze in zodat het kan reageren door een ‘uh’, een glimlach, een beweging met de handjes, … Antwoord zelf ook eens om het gesprekje verder te kunnen zetten. Wat belangrijk is bij 0- tot 6-jarigen is dat je varieert in je vraagstelling, dat je vragen afwisselt met rustmomenten en momenten waarin je uitleg geeft en woorden aanreikt en dat je luistert naar de antwoorden die kinderen geven.

Tips

  • Overval een kind niet met een opeenstapeling van vragen over verschillende onderwerpen. Eén vraag per ‘spreekbeurt’ om verder op door te gaan is meer haalbaar.
  • Stel verschillende soorten vragen.
  • Stem de vraag af op wat het kind aankan, maar daag het kind ook uit.
  • Stel natuurlijke vragen, vragen die voortvloeien uit waar het kind mee bezig is of over iets wat het kind boeit.

Voorbeelden:

  • Waar speel jij graag mee? (open vraag)
  • Eet je graag frietjes? (gesloten vraag)
  • Hoe wil je die doos dichtmaken? (procesvraag)
  • Heb jij al eens een brandweerwagen gezien? (ervaringsvraag)
  • Welk dier legt eitjes? (kennisvraag)

Stimuleer om een stapje verder te gaan

Op school zal een kleuter ‘schooltaal’ of ‘academische taal’ leren kennen. Hierdoor leert het kind om helder en bondig over complexe zaken te praten. Zo is het voor een kind complex om over zaken te praten die niet aanwezig zijn in de omgeving (bv. de auto van oom Koen) of die zich in het verleden (bv. in het weekend) afspeelden.

Laat een kind al aan deze ‘schooltaal’ wennen door dieper in te gaan op wat het zegt, door het uit te dagen specifieker te zijn, door te praten over daar-en-toen i.p.v. hier-en-nu en door taal aan te bieden die net iets moeilijker is dan de taal die het kind al kent. 

Tips

  • Spontane gesprekjes blijven belangrijk.
  • Geef het niet op wanneer een gesprekje in het begin beperkt is.
  • Durf een kind moeilijkere vragen te stellen die hen stimuleren in hun denken. Durf de gesprekjes al eens wat moeilijker te maken, het maakt de taalproductie van het kind groter. Het is een goede voorbereiding op de kleuterschool.
  • Ga dieper in op een kind aanbrengt.
  • Sluit aan bij wat een kind zegt, maar daag het ook uit om specifieker te zijn.
  • Hoe ouder een kind, hoe verder je kunt weggaan van het bekende, van de eigen leefwereld van het kind. Praat over onbekende stukjes van de wereld, over ‘daar en toen’ (i.p.v. hier en nu) en over het perspectief van de ander.
  • Bied taal aan die net een stapje moeilijker is dan het niveau van het kind op dat moment. Pas dan leren ze taal.
  • Ga bij het voorlezen soms verder dan de tekst van het boek. Tijdens voorleesmomenten is het gezellig genieten. Voorlezen leent zich ook erg goed voor het stimuleren van complexere taal. Ga dieper in op het verhaal, dan ontstaan vanzelf gesprekjes.