Fasen


Een natuurlijke ontwikkeling

Kinderen krijgen stap voor stap meer controle over hun lichaam. Dit is nodig te starten met het potje.
  • Baby’s plassen onbewust en reflexmatig zodra de blaas voor een deel gevuld is. Dit gebeurt tot wel 20 keer per dag. Ook stoelgang maken gebeurt vanzelf.
  • Peuters worden zich bewust van hun lichaam en krijgen een willetje. Ze beginnen bewust de blaasvulling te voelen. Ze merken op dat ze geplast hebben of een volle luier hebben.
  • In een laatste fase, die meestal start tussen 2 en 3 jaar, krijgen kinderen stilaan ‘controle’. Ze houden pipi en kaka even op en laten deze los in het potje of toilet.
  • Droge nachten zijn de laatste stap in de ontwikkeling.  
Zindelijk worden is niet alleen een natuurlijk rijpingsproces, maar ook een leerproces. Een peuter leert begrijpen wat van hem wordt verwacht. Hij heeft kansen nodig om te oefenen. Hierbij kan jij het kind stimuleren en positief aanmoedigen. (zie stappenplan)

Wanneer is een kind klaar om zindelijk te worden?

Rond 2 jaar (soms vroeger) start de gevoelige periode om zindelijk te worden.

Een kind is hiervoor klaar als:

  • het begrijpt dat pipi of kaka in het potje hoort
  • het voelt dat het pipi of kaka moet doen en dit kan ophouden tot op het potje
  • het wil meewerken

De signalen die een kind geeft zijn belangrijker om dit moment te bepalen dan een vaste leeftijd of de  start van de kleuterschool. Zo start je niet te vroeg, maar ook niet te laat.

  • Is een kind nog niet zindelijk als het naar school gaat, bespreek dit dan met de kleuterleid(st)er. Een kind mag hiervoor niet geweigerd worden. Je kan samen bekijken hoe en wanneer je met de zindelijkheidstraining start. Zindelijkheid hoort bij het opgroeien en is niet iets waarover je je moet schamen. 

Zie je een aantal signalen uit onderstaande lijst, dan kan je het potje tevoorschijn halen (stap 2 in het stappenplan).

Begrijpen: Het kind kan... 

  • voorwerpen brengen naar waar ze horen, bv. blokjes in de doos.
    ∞ Het begrijpt: pipi hoort in het potje.
  • voldoende taal begrijpen en eenvoudige aanwijzingen opvolgen.
    ∞ Het begrijpt de opdracht: 'Kom, we gaan op het potje'.
  • ‘het’ vertellen of zijn spel onderbreken.
    ∞ Het is er zich bewust van dat het iets in de luier gedaan heeft of aan het doen is.
  • een natte of vuile luier als onprettig ervaren.*

Kunnen: Het kind kan...

  • regelmatig langere tijd  een droge luier hebben, bv. na het middagdutje is de luier nog droog.
  • aangeven dat het moet gaan plassen of kaka doen. 
  • alleen stappen, zelfstandig gaan zitten en weer opstaan.
  • zelf of met enige hulp zijn broekje optrekken en laten zakken.

Willen: Het kind wil...

  • zo snel mogelijk van zijn natte of vuile luier af, want hij vindt het vervelend.*
  • weten wat er gebeurt op het potje of toilet, het is nieuwsgierig. 
  • meewerken, de eigen wil tonen (en  soms ook ‘neen’ zeggen).

(*) Door de kwaliteit van de huidige luiers voelt een natte luier niet vervelend, waardoor dit signaal minder duidelijk is.