Stappenplan voor overdag



Basistips

  • Je kan een peuter helpen om zich bewust te worden van het plassen en stoelgang maken door dit te benoemen als je bijvoorbeeld ziet dat hij hurkt, even stopt met spelen of een rustig plekje zoekt, zijn gezichtsuitdrukking verandert of hij zijn handen aan zijn billetjes houdt.
  • Hou het leuk, speels en ontspannen. 
  • Blijf geduldig, ook als het niet lukt. Druk leggen en straffen werkt omgekeerd.
  • Geef een kind tijd om te leren. Heb vertrouwen. Verwacht geen te grote stappen: een kind zal misschien eerst met het potje willen spelen, dan er even op gaan zitten met de kleren aan, tenslotte pas met de billetjes bloot.
  • Zindelijkheid ondersteunen werkt best als de ouders, opvang, onthaalouder, grootouders of andere opvoeders op dezelfde manier ondersteunen. Maak samen afspraken over hoe jullie het zullen aanpakken en hoe je elkaar kan helpen in de ondersteuning.
Wat is een goed potje?
Een potje waarbij: 
  • het kind stevig en comfortabel zit
  • het kind met beide voeten op de grond steunt
  • de knieën op gelijke hoogte met de heupen staan of iets hoger
Wil je het toilet gebruiken, dan kan dat met:
  • een opstapje zodat de voeten kunnen steunen en
  • een verkleinbril, zodat het kind ontspannen zit en geen angst heeft om in het toilet te vallen.

Stap 1: Vroeg begonnen...

Als je benoemt wat er gebeurt tijdens het verluieren of als je merkt dat een kind pipi of kaka aan het doen is, help je het kind om te beseffen wat er gebeurt.
Kaka en pipi doen hoort bij het dagelijks leven en is niet vies.

Stap 2: Voorbereiden en wennen aan het potje

  • Haal een potje in huis en laat het kind hiermee spelen.
  • Praat over het potje en laat het kind eventueel eens meegaan naar het toilet. Zo laat je zien waar het toilet is, hoe je het gebruikt en waarvoor het dient.
  • Het is leuk om samen boekjes te lezen of filmpjes te bekijken. Je kind leert zo de nodige woorden (pipi, kaka, potje, droog, nat,...) en leert begrijpen waarvoor het potje dient.
  • Blokken of andere voorwerpen in- en uitladen, helpt om het woord ‘in’ te begrijpen. De blokken horen ‘in’ een doos. Pipi hoort ‘in’ het potje.
  • Je kan het verschil tussen nat en droog benoemen en laten ervaren bv. bij het verluieren, de afwas of in bad gaan.
  • Een knuffelbeer of pop op het potje geven het goede voorbeeld.
  • Laat het kind regelmatig op het potje gaan zitten, bv. voordat het in bad gaat.
Met stap 2 kan je starten rond de leeftijd van 18 maanden of bij interesse (zie rijpheidssignalen).

Stap 3: Het potje met regelmaat gebruiken.

Je kan het potje aanbieden op dagelijks terugkerende momenten, zoals:

  • na het opstaan
  • na het eten (ontbijt, middagmaal, vieruurtje en avondmaal)
  • voor het slapen gaan
  • en als je kind er zelf om vraagt

Door de voorspelbaarheid zal een kind gemakkelijker meewerken. 

Je kan het potje ook aanbieden als je merkt dat het kind pipi of kaka moet doen.

Praktisch:

  • 2 à 5 minuten op het potje is voldoende.
  • Laat 1,5 uur à 2 uur tussen om het potje terug aan te bieden. Als de luier nog droog is, heb je meer kans dat het kindje in het potje plast.
  • Een ontspannen zithouding is nodig om op een goede manier te kunnen plassen. Laat een kind met de benen licht gespreid zitten, het slipje tot op de enkels. 
  • Doe het kind gemakkelijke kledij aan.
  • Een boekje erbij, wat vertellen, … kan zorgen voor een ontspannen sfeer.
  • Het voorbeeld van anderen kan motiverend werken.
  • Reageert het kind angstig of verzet het zich heftig, wacht dan een aantal weken en start dan opnieuw.
Enkele tips:
  • Op de vraag  ‘Kom je op het potje?’ zal een peuter in zijn nee-fase wellicht ‘nee’ antwoorden. Geef daarom liever een duidelijke instructie, zoals ‘Kom, we gaan op het potje!’.
  • Als je tussendoor af en toe aan het kindje vraagt of hij moet plassen, help je hem aandacht te schenken aan het gevoel van druk. 
  • Moedig elk stapje in de goede richting aan. Doe ‘Bravo!’ doen of zing een liedje na even op het potje zitten.
  • Overleg over de aanpak met alle betrokkenen: ouders, opvang, grootouders, kleuterschool, … Dit kan aan de hand van het ‘Plaspoort’.
Wanneer deze stap? 
Als je kindje het aangeeft (je merkt enkele duidelijke rijpheidssignalen) of vanaf 2 jaar.

Stap 4: Luier uit

Als een kind zijn luiers regelmatig langere tijd (2u) droog blijven of als je denkt dat het kind er klaar voor is, kan je de luier uit laten. Overleg als ouders met de opvang en omgekeerd. Kies een moment waarop het haalbaar is om het kind enkele dagen goed op te volgen. 

Praktisch: 

  • Trek het kind een slipje aan. Als een kind een natte broek voelt, is het meer gemotiveerd om zijn plas op te houden.
  • Laat een kind voldoende en regelmatig drinken.
  • Hou zowel thuis als in de opvang de vaste momenten aan.
  • Laat de luier ook uit na een ongelukje en bij een uitstap.  

In een moeilijke periode zoals een baby erbij, een verhuis .. is een tijdelijke terugval niet abnormaal. Geef je kind tijd om aan deze nieuwe situatie te wennen.

Enkele tips:

  • Als het potje op een vaste plaats staat, kan een kind het makkelijk vinden.
  • Een slipje in een grotere maatje gaat makkelijker op en af.
  • Ongelukjes horen erbij. Doe rustig propere kleren aan, zonder te veel aandacht voor het ongelukje en stel het kind gerust ‘Het is niet zo erg, het zal je wel lukken! Ik zorg voor je.’
  • Zie je op tegen een natte autostoel of buggy? Een waterdichte onderlegger/beschermer kan een oplossing bieden.
  • Is de luier uit laten op een bepaald moment eens moeilijk? Als je eerst het slipje aantrekt en daarover de luier, voelt een peuter toch dat hij nat is.

Oei, kaka doen!

Heel wat peuters kunnen angstig zijn om kaka te doen op het potje. Ze plassen flink op het potje, maar wachten met stoelgang tot ze een luier aan hebben. Vaak kruipen ze dan even weg in een hoekje om daar rustig hun behoefte te doen. Maak hier niet te snel een probleem van: het kind vindt het nog moeilijk om zijn kaka ‘af te staan’ aan het potje en houdt nog even vast aan zijn ‘veilige’ luier.  

Hoe kan je best reageren?
  • Het kind voelt dat het stoelgang moet maken. Dat is positief. Moedig dit aan en verwacht nog niet dat het op het potje gebeurt. Het is heel belangrijk dat een kind regelmatig kaka doet en het niet dagenlang ophoudt.
  • Laat het kind een rustig plekje zoeken voor het potje of plaats het potje in het toilet.
  • Geef het tijd. Na enkele weken zal het kind ook spontaan kaka doen op het potje.
  • Merk je dat dit niet helpt, dan kan je volgende stappen inbouwen:
    • met luier op het potje
    • met luier los op het potje
    • luier open in het potje leggen
    • luier weg