Samen spelen

Van de geboorte af moeten ze leren hun eigen ‘ik’ te ontdekken. Tijdens dit proces is de peuter nog niet in staat rekening te houden met anderen. Hij gaat ervan uit dat iedereen hetzelfde denkt en wil als hij zelf. Bovendien vindt het kind iets ‘van hem’ en een ander kindje komt dit ‘afpakken’. Daarom is het moeilijk om speelgoed met anderen te delen en samen te spelen.

Wanneer een kind voldoende verstandelijk ontwikkeld is om te begrijpen dat ieder mens de wereld vanuit zijn eigen perspectief waarneemt en ervaart en dat ieder mens een eigen persoon is, kan het samenspelen. Het kind slaagt er dan af en toe in om zich in zijn speelkameraadje te verplaatsen en elk om beurt baas te spelen, al blijft dat niet evident.

Peuters kunnen tegelijk hetzelfde spel spelen, maar echt samenspelen zie je pas op kleuterleeftijd.

De grotere kleuter speelt al goed samen met klasgenootjes en vriendjes. Al blijven ook hier individuele verschillen bestaan: het ene kind speelt liever op zichzelf, een ander kan zich niet alleen bezig houden.