Soorten


Angst door een ingrijpende gebeurtenis

Iets wat voor een volwassene niet zo ingrijpend is, kan bij een kind toch angst oproepen. Je peuter kan bijvoorbeeld angstig worden wanneer je met de wagen naar de carwash gaat of met de trein ergens naartoe gaat.

Ook meer ingrijpende gebeurtenissen kunnen je kind angstig maken. Een plotselinge verandering van omgeving, de geboorte van een broertje of zusje, een echtscheiding, enz. zijn allemaal voorbeelden van gebeurtenissen die peuters en kleuters angst kunnen aanjagen. Vaak zien ze zichzelf als oorzaak van die gebeurtenis.

Kleine kinderen vragen zich af of zij dit niet hadden kunnen voorkomen: ‘Als ik maar wat flinker was geweest, dan was papa niet weggegaan.’

Bij de komst van een nieuw broertje of zusje vragen ze zich vaak af of hun ouders hen nu ook nog graag zullen zien.

Angst voor bad en douche

Het kan dat een kind van de ene dag op de andere bang is geworden om in bad te gaan, bijvoorbeeld omdat het bang is om in de afvoer te verdwijnen of omdat het niet goed weet waar al dat water naar toe gaat.

Angst voor dieren

Kinderen tussen 2 en 4 jaar zijn geregeld bang voor dieren. Vaak begint deze angst door een nare ervaring met een dier. Ze kunnen eens erg geschrokken zijn van het geblaf van een hond of ze kunnen eens gestoken zijn door een wesp. Soms zijn kinderen dan alleen bang voor de hond die naar hen heeft geblaft, maar soms worden ze plots bang voor alle honden. Het is ook mogelijk dat je peuter los van nare ervaringen angst heeft voor een bepaald dier of voor dieren in het algemeen.

Angst voor harde geluiden

Kort na de geboorte tonen baby’s schrikreacties bij harde geluiden. Ze zijn ook bang om te vallen. Wanneer er plots een groot voorwerp in de buurt verschijnt, bijvoorbeeld een gezicht dat plots boven de wieg verschijnt, schrikken ze.

Ook kinderen tussen 2 en 4 jaar kunnen nog angst hebben voor sterke geluiden, zoals bijvoorbeeld een stofzuiger of een straaljager.

Angst voor het donker, monsters en spoken

Kinderen tussen 2 en 4 jaar hebben een rijke fantasie. In het duister verandert alles plots in iets angstaanjagends. Ze zien bijvoorbeeld bewegende gordijnen veranderen in spoken. Het komt ook vaak voor dat ze ervan overtuigd zijn dat er een leeuw of een monster onder hun bed zit.

Kinderen zijn op die leeftijd ook verzot op sprookjes en verhaaltjes. Ze voegen er vaak nog verhaaltjes aan toe. Het komt vaak voor dat ze fantasie en werkelijkheid met elkaar mengen. Ze kunnen die twee immers moeilijk uit elkaar houden. Deze fantasieën kunnen je kind dan ook erg bang maken en hun verhalen kunnen alsmaar enger worden. Ze kunnen je kind meevoeren en overrompelen.

Het is belangrijk dat jij als ouder deze fantasie een plaats geeft en je kind terugbrengt tot de realiteit. Als je kind bijvoorbeeld ’s nachts bang is in zijn kamer, kan je er overdag over praten en de kamer samen gaan bekijken. Door het licht aan en uit te doen kan je tonen dat gordijnen er ’s nachts anders uitzien, dat ze kunnen bewegen. Als je kind bijvoorbeeld bang is om wondjes te krijgen, kan je samen een boekje over het lichaam lezen, zodat het beter zal begrijpen wat er gebeurt als een wonde bloedt.

Angst voor pijn

Baby’s laten angstreacties zien wanneer ze pijn hebben. Hun hartslag zal dan versnellen. Tot de leeftijd van 4 jaar nemen angstreacties door of voor pijn af, daarna kunnen ze weer toenemen.

Angst voor onweer, storm en regen

Veel jonge kinderen zijn bang voor onweer, omdat ze nog geen onderscheid kunnen maken tussen fantasie en werkelijkheid. Het helpt daarom ook niet om te zeggen dat het onzin is om bang te zijn.

  • Als je je kind even oppakt en troost, geef je aan dat je zijn angst serieus neemt. Je kan samen naar de wind kijken of een stukje hand in hand lopen, om het kind te laten ervaren dat er niets gebeurt. Zijn angst zal daardoor geleidelijk afnemen.
  • Het geluid van een donderslag kan angst aanjagen. Je ziet immers niet waar het geluid vandaan komt. Zet muziek op tijdens de donderslag om je kind af te leiden. Kijk samen naar buiten en maak bij elke donderslag een gek geluid, net zoals mensen die naar vuurwerk kijken. Zo wordt er een positief gevoel aan de donderslag gekoppeld. Luister op voorhand eens naar donder- en onweersgeluiden.
  • Maak samen wind door met je armen te zwaaien of hard te blazen. Je kunt ook een ventilator gebruiken, die je op verschillende standen steeds meer ‘wind’ laat veroorzaken. Maak er vervolgens een spelletje van om er op zoveel mogelijk manieren (huppelend, rennend, sluipend, of springend) doorheen te gaan. Gaat dat goed? Dan kun je vervolgens, samen naar buiten gaan als het zachtjes waait. Prijs elke stap in de goede richting, zo krijgt je kind vertrouwen.

Angst voor terreur

Kinderen voelen zich veilig in een gezin waarin geborgenheid en eerlijkheid samenkomen. De eerlijkheid om te benoemen wat er gebeurt en welke gevoelens dit oproept. De geborgenheid dat ouders er voor hen zijn. Wat niet betekent dat ouders altijd alles hoeven te weten of zich zelf niet bang kunnen voelen, maar wel dat dit besproken kan worden.

Moffel nare gebeurtenissen dus niet weg, maar maak even tijd om met je kinderen hierover te praten. Wees zo eerlijk mogelijk. Doe dit op maat van wie je kind is. Heeft je kind (grote) interesse in wereld rondom hem? Is je kind snel of niet snel angstig? Jij kent je kind en weet vaak intuïtief wat je kind nodig heeft om hiermee om te gaan.

  • Beelden kunnen hard binnenkomen. Kinderen onder 8 jaar kunnen beelden onvoldoende inschatten. Probeer kleine kinderen dus zo weinig mogelijk bloot te stellen aan beelden. Kan je dit toch niet vermijden, probeer dan samen te kijken en genoeg duiding te geven.

  • Kleine kinderen kunnen nog moeilijk onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid, waardoor ze soms angstig kunnen reageren.

  • Als je merkt dat je kind zich angstig voelt, kan je helpen zoeken wat dit gevoel zou kunnen wegnemen: wat kun jij doen als ouder? wat kan je kind doen? Een dikke knuffel, een spelletje spelen,…

  • Grotere kinderen leven niet in een cocon en hebben via nieuws/sociale media/vriendjes…wel al informatie opgedaan en zich daarover een mening gevormd. Bevraag wat ze ervan weten en hoe ze erover denken en zich erbij voelen.  Sommige kinderen zullen zelf vragen stellen over wat er aan de hand is. Belangrijk is om het in hun hoofd niet te laten uitgroeien tot angstige gebeurtenissen, maar door een gesprek te ‘normaliseren’.

    Concreet voorbeeld: De school is gesloten door terreurdreiging:

    • Voor sommige kinderen is dat ok. Zij hebben geen verdere vragen. Dan hoef je niet speciaal er verder op in te gaan. Het mag wel, en dan kun je vragen aan kinderen wat ze nu denken en daarop ingaan.

    • Voor andere kinderen kan dit een angstig gevoel geven/versterken en is het belangrijk om dit gevoel te bespreken. Je kan mee geven dat dit een (extra) veiligheidsmaatregel is, dat men geen risico wil nemen.

    • Wees ook eerlijk over je eigen gevoelens daarbij.

Meer weten?

Scheidingsangst

Rond de leeftijd van 8 maanden begint je kind voor het eerst verdrietig te reageren als vertrouwde mensen uit zijn omgeving weggaan. Dit wordt ‘scheidingsangst’ genoemd. Deze angst is meestal het hevigst tussen 8 en 18 maanden. Je kind ziet jou weggaan, maar weet nog niet of en wanneer je terugkomt. Het voelt zich veilig bij jou en plots valt die veiligheid weg. Dat kan soms hevige reacties teweegbrengen.
 
Wanneer je kind jou ziet verdwijnen, begint het te huilen. Je kind wil niet meer naar de opvang of wil niet meer alleen gaan slapen. In deze periode kan het gebeuren dat je kind ’s nachts wakker wordt en begint te huilen.

Scheidingsangst komt bij ieder kind voor, maar het ene kind reageert angstiger dan het andere. Deze angst is een voorbijgaande fase in de ontwikkeling. Bij het ene kind duurt het langer dan bij het andere kind. Scheidingsangst zal niet plots weg zijn en kan blijven tot de leeftijd van 3 jaar.

  • Vanaf de leeftijd van 2,5 jaar kunnen kinderen zich over het algemeen behoorlijk veilig voelen in aanwezigheid van ‘vreemde’ personen.
  • Bij jongere kinderen duurt de gewenningsperiode bij vaag bekende personen langer.
  • Rond de leeftijd van 4 jaar zal je kind steeds beter tegen een korte scheiding van zijn ouders kunnen. De omgeving wordt vertrouwder, je kind is zelfredzamer geworden en het kan al beter praten.

Vreemdenangst

Rond de leeftijd van 6 à 8 maanden leert je kind onderscheid te maken tussen vertrouwde mensen en vreemden.

Rond die leeftijd reageren veel baby’s heftig op veranderingen in de omgeving. Ook op de aanwezigheid van vreemden kunnen ze angstig reageren. Elk gezicht dat de baby niet bekend is, kan hem afschrikken. Je kind wordt zich bewust van het onderscheid tussen zichzelf en de ander. Baby’s gaan dan steun zoeken bij vertrouwde personen. Je baby kan met zijn gezichtje diep in je nek wegkruipen, draait zich weg van vreemden of begint te wenen.

De aanwezigheid van moeder of vader geeft je kind een gevoel van veiligheid, geborgenheid en bescherming.

Dit is een heel belangrijke fase in zijn ontwikkeling.