Drift en koppigheid

Het kind botst tijdens deze periode op grenzen: lichamelijke grenzen (het lukt hem bv. niet een doosje open te krijgen), verstandelijke grenzen (hij begrijpt iets niet), grenzen gesteld door ouders of begeleiders ... Het ervaren van deze grenzen veroorzaakt driftbuien.

Dit is de ‘koppigheidsfase’ of ‘peuterpuberteit’.

Driftig of koppig gedrag zegt niet dat de peuter zijn ouders of begeleider niet graag ziet of niet meer nodig heeft. Integendeel. Hij gebruikt hen als proefkonijn omdat hij zich bij hen het veiligst voelt. Een goede band tussen een volwassene en het kind zorgt ervoor dat het kind ‘stout’ mag zijn zonder het risico te lopen om hun liefde te verliezen.

Mama Julie

Als het je als ouder te veel wordt …

Iedereen probeert om zo goed mogelijk te reageren op het koppige en driftige gedrag van een peuter. Soms word je er moe en ongeduldig van. Het hangt van heel wat factoren af op welk moment de drift en de koppigheid van een kind een echt probleem wordt. Maar wanneer een ouder of begeleider het als een probleem ervaart, dan
is het dat ook.

Neem contact op met de behandelend arts of verpleegkundige.

Vragen?

Ook de verpleegkundige van Kind en Gezin kan helpen. Bel haar via de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100, elke werkdag van 8 tot 20 uur.