Omgaan met drift en koppigheid: tips


Aandacht schenken

Een peuter wil gezien worden: hij wordt ‘ik’ en hij wordt trots op alles wat hij al kan. En hoewel hij vindt dat hij alles al zelf kan, heeft hij nog veel hulp nodig.

Een peuter die koppig of driftig gedrag vertoont, krijgt veel aandacht. De ouder of begeleider probeert hem te kalmeren of wordt boos. Als de peuter het op andere momenten met minder aandacht moet doen, leert hij al snel dat lastig gedrag, aandacht krijgen betekent. Schenk dus ook spontaan aandacht aan een kind, buiten conflictsituaties.

Aanmoedigen en geduld hebben

Het is belangrijk een kind te stimuleren in zijn ontwikkeling naar een eigen persoontje. Het gaat er dan om ruimte te geven, zodat het zijn mogelijkheden leert kennen en uitbreiden.

  • Een peuter laten experimenteren met zelfstandig eten, zich wassen, enz. zal hem stimuleren om zelfstandiger te worden. En geduld hebben wanneer het een knoeiboel wordt hoort erbij.
  • Een kind zal het fijn vinden om mee te helpen in de tuin, in het huishouden, bij het poetsen en bij het verzorgen van de dieren. Het werk zal daardoor wellicht iets trager vooruitgaan, maar de peuter zal heel wat bijgeleerd hebben.

Begrip tonen

Een peuter leert zelfstandig worden. Hij wil van alles bereiken, maar wordt daarbij in zijn ogen gehinderd door anderen of door zijn eigen beperkingen. Daardoor kan hij wel eens gefrustreerd zijn:

  • Hij wil iets zeggen, maar kan nog niet precies uitdrukken wat hij bedoelt.
  • Hij krijgt de deur van een kast niet open.
  • Het lukt hem niet om een vormpje in een opening van een blok te stoppen.
  • Hij mag niet aan het leuke speelgoed van grote zus komen.

Probeer de reden van zijn frustratie te achterhalen.

Beschikbaar zijn

Een peuter leert zichzelf en zijn omgeving kennen. Op die ontdekkingstocht komt het een heleboel nieuwe dingen tegen. Die ontdekkingstocht is noodzakelijk om alsmaar zelfstandiger te worden. Een kind durft op ontdekking te gaan als het weet dat er iemand in zijn buurt is. Als het weet dat er iemand beschikbaar is als er iets zou mislopen of als het plots iemand nodig zou hebben, zal het veel meer ondernemen.

Duidelijke grenzen stellen en het kind leren regels te volgen

In deze periode is het erg belangrijk om grenzen te stellen en regels aan te leren. Een peuter zal wel niet altijd begrijpen waarom er een bepaalde grens is. Duidelijke grenzen zorgen voor voorspelbaarheid en die geeft veiligheid en rust aan je kind. Als het kind vooraf weet wat je gaat doen, weet het waaraan het zich moet houden en wat het kan verwachten.

  • Soms helpt het om regels en grenzen als een uitdaging te verwoorden.
    • ‘Zou jij al helemaal alleen je tanden kunnen poetsen?’
    • ‘Kan jij wel van de kast afblijven terwijl ik even in de keuken ben?’
  • Stel niet te veel grenzen. Je peuter heeft immers nog ruimte nodig voor zijn ontdekkingstocht.
  • Jouw regels moet je consequent toepassen. Wanneer je kind een driftbui heeft, is het wel belangrijk dat jouw ‘nee’ een ‘nee’ blijft.
  • Probeer een machtsstrijd met het kind te vermijden, want die strijd verlies je gegarandeerd.
  • Het kind afleiden kan een goede oplossing bieden.
  • Soms is het nodig het kind even apart te zetten. Je kan daar een speciaal plekje voor uitkiezen. Bv. als het kind iets doet dat erg gevaarlijk is of als het iets doet wat sociaal niet aanvaardbaar is (bv. in jouw arm bijten.)
  • Het gedrag van je kind negeren is ook soms nodig. Door geen aandacht te geven, straf je het kind voor zijn gedrag. Vaak is het immers net die aandacht die de peuter nodig heeft.

Als je een kind beloont of straft, is het belangrijk het gedrag van het kind te benoemen, bv. ‘Ik vind het niet fijn dat je je bord niet leeg eet’. Zo benoem je het gedrag dat je afkeurt, zonder de hele persoon af te keuren. Als je zegt ‘Je bent niet flink’, weet het kind misschien niet waarom je dat zegt en denkt het dat je zijn hele persoon ‘afkeurt’.

Realistische verwachtingen hebben

Elke peuter is anders: karakter, ontwikkelingstempo, … Toch zijn er zeker enkele vaste aandachtspunten om met een peuter om te gaan. 

  • Wanneer een peuter bijvoorbeeld tien minuten lang geconcentreerd met iets bezig is, is dit voor hem een hele prestatie.
  • Geef korte, duidelijke boodschappen. Verschillende opdrachten of vragen in één zin kunnen verwarrend en onduidelijk zijn.