Druk gedrag

Een drukke baby:

  • is heel alert
  • is vlug van slag
  • heeft vaak geen duidelijk slaap- en eetritme
  • slaapt vaak moeilijker in en wordt ’s nachts vaker wakker
  • is onrustig: huilen, spartelen, …
  • is snel geprikkeld.

Huilerige baby’s of snel geïrriteerde baby’s kunnen opgroeien tot rustige kinderen. Ook het omgekeerde is waar: rustige baby’s kunnen zich ontpoppen tot drukke kinderen.

Een drukke peuter:

  • is behoorlijk druk
  • is ongeduldig
  • is koppig en driftig
  • is ongehoorzaam
  • heeft veel aandacht en hulp nodig
  • is overbeweeglijk: klimmen, rennen, overal op kruipen, draaien, friemelen, ...
  • is soms onhandig: struikelen, vallen, morsen of dingen per ongeluk stukmaken, …
  • is impulsief: moeilijk kunnen wachten, antwoord geven voor het einde van de vraag, meteen reageren, gehaast zijn, snel wisselende stemmingen, …
  • heeft concentratieproblemen: de aandacht moeilijk bij een ding kunnen houden, snel afgeleid zijn door prikkels, vergeten waarmee het bezig was, wat het is verteld, …

Als het je te veel wordt …

Als je als ouder het drukke gedrag als een probleem ervaart, dan is het dat ook. Neem contact op met je behandelend arts of regioverpleegkundige.

Vragen?

Ook de verpleegkundige van Kind en Gezin kan helpen. Bel haar via de Kind en Gezin-Lijn op 078 150 100, elke werkdag van 8 tot 20 uur.