Tips voor tafelplezier

Voorbereiding

  • Als een kind honger heeft, wordt het soms huilerig of lastig. Probeer dit moment voor te zijn door op tijd aan tafel te gaan. Als de maaltijd toch moet uitgesteld worden, geef de kinderen dan vooraf iets te eten, bv. kerstomaatje of stukje wortel. Bedenk ook dat een kind dat te laat eet, later inslaapt en vaak onrustiger slaapt.
  • Eet zo veel mogelijk elke dag op hetzelfde tijdstip. In het ideale geval zijn er 3 maaltijden en een tussendoortje ‘s morgens en ‘s namiddags.
  • Eet samen. Zo leert een kind van het gedrag van de anderen. Ziet een kind dat mama bv. altijd met andere dingen bezig is tijdens het eten, dan kan moeilijk verwacht worden dat het kind zijn speelgoed opzij laat liggen tijdens het eten. Eten eerst de kleinsten aan tafel, hou ze dan gezelschap.
  • Bepaal een vaste duur voor de maaltijden. 20 tot 30 min. is voor een kind voldoende.
  • Maak duidelijke regels en afspraken, bv. over de plaats en het tijdstip van de maaltijd. Zo leert een kind dat het niet de hele dag door kan eten.
  • Laat een kind kiezen, maar beperk de mogelijkheden, bv. 2 soorten groenten
  • Helpt je kind graag mee bij het klaarmaken van de maaltijden. Stimuleer dit dan, dit geeft hem zelfvertrouwen en eetplezier. Hou voldoende toezicht.
  • Zet alles klaar alvorens een kind aan tafel gaat. Zo moet het niet onnodig wachten en zal het niet protesteren.
  • Waarschuw een kind vooraf dat het eten bijna klaar is. Op die manier kan het zijn spel afronden.
  • Geef een kind ruimte om te oefenen. Om veel opruimwerk te vermijden, is een diep bord en een grote plastic mat onder de stoel best handig.
  • Zorg eventueel voor aangepast materiaal: een poppenbordje of een extra leuke presentatie van het eten kan zorgen voor een leuke sfeer aan tafel.

Aan tafel

  • Schep niet te veel in één keer op. Zo kijkt een kind niet op tegen een onnoemelijke berg eten en kan het misschien zelfs om een extra portie vragen.
  • Reageer positief, ‘Wat flink, het bordje is helemaal leeg!’.
  • Respecteer het als het kind zegt dat het ‘genoeg’ heeft.
  • Leer een kind dat het iets wat het echt niet lekker vindt, niet volledig hoeft op te eten. Het moet wel altijd proeven, al is het maar een hapje.
  • De smaak van een kind is in ontwikkeling. Vandaag geen snijboontjes, wil niet zeggen ‘nooit snijboontjes’. Probeer later gewoon eens opnieuw en bied alles aan wat je zelf eet. Een kind moet soms 10 tot 15 x proeven alvorens het iets lust. 
  • Leer een kind dat het iets wat het echt niet lekker vindt, altijd moet proeven. Als een kind echt beweert iets niet te lusten en het weigert te eten – het kan helpen om te vragen het louter in de mond te nemen. Eventueel kan het kind het met een servetje netjes uit de mond te halen. Op die manier raken de smaakpapillen ook gewend aan de smaak waardoor het kind het voedingsmiddel leert lusten en uiteindelijk wel zal eten. Voor sommige kinderen is het inslikken van het voedingsmiddel een veel grotere stap dan het in de mond nemen.
  • Geen korstjes eten is geen probleem, maar geef ze in elk geval.
  • Als een kind altijd het beleg tussen zijn boterham uit haalt, geef dan geen extra beleg als beloning. Geef het kind eerst een boterhammetje met beleg dat er niet tussenuit gehaald kan worden (bv. smeerkaas of geplet fruit) en maak de boterhammen leuker door ze in kleine stukjes of leuke vormpjes te snijden.
  • Als een kind enkel vlees wil eten, maak dan afspraken over de groenten en aardappelen, bv. het kind krijgt nog een klein stukje vlees als het een klein beetje van de rest opeet. Het is te belangrijk dat een kind evenwichtig eet.
  • Als een kind al zelfstandig eet, maar met het eten gooit. Laat het dan rustig maar kordaat weten dat met eten gooien niet mag. Als het na 2 opmerkingen nog niet reageert, zet dan het bord even weg of draai de kinderstoel weg van de tafel.
  • Geef een kind geen extra aandacht wanneer het lastig is aan tafel. Neem eventueel zijn bord en lepel weg en negeer hem. Wacht tot het probleemgedrag over is, kijk naar het kind en zet het bord en de lepel terug.
  • Het dessert maakt bij sommige gezinnen deel uit van de maaltijd. Eet een kind goed en zonder problemen, past een dessert. Gebruik een dessert echter niet als stok achter de deur om je kind zijn bord te laten leegeten. Wil een kind niet eten, maar krijgt het toch een dessert onder de voorwaarde dat het zijn bord leegeet, dan gaat het om de verkeerde reden eten. Komt dit regelmatig voor, dan krijgt het kind de boodschap dat eten iets ‘vies’ is, omdat het er een beloning voor krijgt. Belonen voor een flinke maaltijd kan je met applaus, bravo, knuffels, een spelletje spelen, enz. in plaats van een snoepje. 
  • Vermijd discussies omdat een kind niet eet. Een maaltijd overslaan kan geen kwaad. Geef tussendoor geen voeding of zoete drank.
  • De eetlust van een kind verschilt van dag tot dag. Soms is het een teken dat het kind ziek wordt, maar evengoed is er niets aan de hand. Neem geen besluiten na 1 minder goed eetmoment. Wie een kind dwingt om te eten, raakt al vlug in een machtsstrijd verwikkeld. Eten wordt op die manier onaangenaam, waardoor het kind nog slechter gaat eten.
  • Het gebeurt dat een kind, nadat het van tafel mocht, op schoot wil komen zitten. Wees consequent of dat mag of niet en geef het eventueel een alternatief. Zeg duidelijk wanneer het wel op de schoot mag (bv. na de maaltijd) en wat het kind in de tussentijd kan doen (bv. in de buurt spelen). Houd de afspraak vol, ook bij protest.
  • Een rustige omgeving bevordert het eten.