Omgaan met huilen: tips

  • Observeer een kind goed en probeer in te spelen op wat het nodig heeft: een flesje, een knuffel, geruststelling,…
  • Reageer niet onmiddellijk bij het eerste schreeuwtje. Hou wel toezicht.
  • Soms heeft een baby maag-en darmkramjes. Leg de baby met zijn buikje over de knie, masseer zijn buikje of leg er een (niet te) warme doek op. Maak fietsende bewegingen met zijn beentjes. Geef hem een badje. Doe alles rustig en ontspannen. Bij borstvoeding, kijk dan of de baby correct aanligt en juist zuigt. Bij flesvoeding, zorg dan voor een correcte bereiding van de melkvoeding en een goede houding tijdens het drinken. Verander enkel van voeding als de arts meent dat voedselwijziging noodzakelijk is.
  • Vermijd overstimulatie.
  • Kinderen die bijzonder veel huilen hebben nood aan regelmaat, o.a. een vaste dagindeling. Het maakt het leven voor een baby voorspelbaar en hem zo rustiger. Zorg er voor dat de gebeurtenissen zich telkens in dezelfde volgorde afspelen, bv. slapen - wakker worden - eten - op de schoot zitten en geknuffeld worden - ‘spelen’ (voor baby’s is dit in de box rondkijken, brabbelen, …) – bij de eerste signalen van vermoeidheid in bed tot rust komen - slapen.
  • Gebruik rituelen om het leven voor een baby voorspelbaar te maken en hem zo rustiger te maken. Bv. telkens op dezelfde manier een badje geven, volgens een vast patroon te slapen leggen, ...
  • Geef een baby die huilt van de honger eten, ook al is het nog geen etenstijd.
  • Is de baby moe, laat hem dan in zijn eigen bedje inslapen. Vermijd te veel prikkels, zoals fel licht of lawaai. Een rustig slaapliedje of een monotoon geluid kan helpen.
  • Ga na een hevige huilbui zeker altijd kijken hoe het kindje in slaap is gevallen.
  • Een peuter die huilt uit verveling kan je een spelmogelijkheid aanreiken.
  • Is een kind geconfronteerd met een nieuw zusje of broertje, dan geef je het geregeld extra aandacht.
  • Spreek met je partner of een familielid af om bij beurten in te springen. Neem je beiden een deel van het troosten voor je rekening, dan raak je minder snel vermoeid.

Contacteer de verpleegkundige of arts voor informatie en ondersteuning of maak gebruik van het spreekuur opvoedingsondersteuning. Door over de situatie te praten, kan men de situatie in kaart brengen en oplossingen zoeken voor het huilprobleem.


Troosten

Het is een beetje uitzoeken op welke manier een kind het best getroost kan worden. Misschien kan je deze suggesties eens uitproberen:

  • Je kan de baby dragen, dicht tegen je aan of in een draagdoek.
  • Je kan de baby wiegen of strelen of hem op zijn buikje op je schoot leggen en zacht over zijn rug wrijven.
  • De baby knuffelen is ook een manier om hem te troosten. Een pasgeboren baby kan je niet verwennen, je kan hem dus nooit te veel knuffelen.
  • Je kan zingen voor de baby.
  • Het kan een baby ook troosten om te zuigen op een fopspeen of duim/vinger. Een fopspeen is beter dan een duim.

Soms helpt troosten niet en wil de baby liever rust.


In de opvang

  • De kinderopvang bespreekt best met de ouders hoe de baby het beste getroost kan worden. Bv. een baby wiegen die dat gewend is.
  • De onthaalouder of begeleider kan dezelfde rituelen toepassen als thuis, bv. voor het slapen hetzelfde liedje zingen als thuis
  • Een kind dat verdrietig is wanneer zijn ouders vertrekken, kan als troost een vertrouwde knuffelbeer krijgen. Neem hem wel weg als het kind slaapt. De opvang kan bv. ook op een dagschema met pictogrammen aangeven wanneer de ouder terugkomt: na spelen, eten, rusten, vieruurtje, ...
  • Begeleiders kunnen een collega of verantwoordelijke vragen om even over te nemen als een kindje overmatig huilt. Onthaalouders kunnen de ouders of een vertrouwenspersoon zoals de dienstverantwoordelijke contacteren.

Hou rekening met:

  • het kind: persoonlijkheid, leeftijd, ontwikkelingsniveau, temperament, … Bv. Vanaf 8 maanden hebben heel wat kinderen het moeilijk om afscheid te nemen van hun ouders. Vanaf die leeftijd hebben ze namelijk vaak last van scheidingsangst.
  • de ouder/begeleider: persoonlijkheid, manier van omgaan met het kind, regels binnen het gezin,…
    Bv. Mag het kind al eens huilen wanneer het verdrietig is? Vind je dat je onmiddellijk moet reageren als het begint te huilen?
  • de omgeving: broertjes en zusjes, ingrijpende gebeurtenissen, …
    Bv. Een broertje of zusje dat vaak huilt, zal er misschien voor zorgen dat het kind zelf ook vlugger gaat huilen.

Schud een baby nooit...

Schudden is schaden!