Rouwen

  • Tijdens hun eerste levensmaanden huilen baby’s als ze hun verzorging missen, maar een goede verzorging sust deze reacties snel. Ze zullen weinig merken van het verlies zolang de zorg blijft doorgaan. Ze hebben vooral behoefte aan knuffels, warmte, liefde, drinken, rust en regelmaat. Baby’s zijn wel gevoelig voor sfeer. Ze voelen de emoties van hun omgeving aan en kunnen daardoor ook anders reageren, bv. mama haar stem is anders of haar bewegingen zijn rustelozer. Dan voelt de baby zich minder snel getroost.
  • Vanaf de leeftijd van vier, vijf maanden beginnen kinderen de vertrouwde ouderfiguur te missen. Ook kinderen die te jong zijn om te begrijpen wat ‘dood zijn’ betekent, voelen verdriet. De gedachte ‘Ze is gelukkig te klein’ klopt niet. Een baby kent zijn ouders via hun geur, de klank van hun stem en de wijze waarop ze hem vastpakken. Als ouders in beslag genomen worden door intens verdriet, reageren ze anders. De wereld van de baby is op dat moment niet meer dezelfde als daarvoor. Een kind reageert daarop en rouwt op zijn manier, bv. door anders te eten, minder goed te slapen, onrustig te zijn, vaker te huilen, ...
  • Bij kinderen van twee tot vijf jaar verschillen de reacties van rouwende kinderen niet echt zoveel van die van hun ouders. Ook zij voelen ongeloof, ontkenning en verdoving. Ze zoeken naar de schuldige, huilen en zijn opstandig. Zij zijn op die leeftijd echter nog niet in staat de dood volledig te begrijpen, namelijk dat dood zijn betekent dat het lichaam niet meer functioneert en dat de dood onomkeerbaar is. Dood is voor hen iets wat niet beweegt en voor eventjes weg is. Het blijvende karakter van dood zijn begrijpen ze nog niet.
  • Jonge kinderen zijn erg gefascineerd door de dood en stellen vaak veel vragen. Niet alle vragen kan je beantwoorden. Dat is ook niet erg. Belangrijk is dat je kind zijn vragen kán stellen, dat het bij jou terechtkan. De kinderen van deze leeftijd gaan de dood stilaan begrijpen door het gemis te ervaren. Ze uiten hun verdriet en hun pijn, maar gaan
    meestal even later door met hun gewone leven, ze spelen en maken plezier. Ze zijn nog niet voortdurend met het verlies bezig, omdat zij dat emotioneel nog niet aankunnen.

Wat kunnen uitingen zijn van rouwen bij kinderen? 

  • Het uiten van verdriet, woede, schuldgevoel of angst.
  • Slaapproblemen, bedplassen, stemmingswisselingen, stil en lusteloos zijn.
  • Gedragsproblemen zoals angst, driftbuien en ongehoorzaamheid.
  • Diverse lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak.
  • Als een kind zich helemaal niet uit, kan dat ook een belangrijk signaal zijn.
  • Vaak uiten kinderen zich spontaan in onverwachte gesprekjes, tijdens het spelen, als ze aan het tekenen zijn, enz.

Elk kind rouwt op zijn eigen manier. De leeftijd, maar ook het karakter en de omgeving van het kind spelen hierbij een rol. Kinderen bootsen in het rouwen immers hun omgeving na. Soms beginnen kinderen pas enkele weken of maanden na het verlies te rouwen. Ze schuiven het rouwen voor zich uit totdat ze voelen dat er voldoende veiligheid is. Vaak is dat wanneer er weer wat rust en stabiliteit in huis is.

Een kind kan in elke nieuwe ontwikkelingsfase de overledene missen en zal daarmee in het reine moeten komen. Bovendien is een terugval in de ontwikkeling mogelijk, bv. duimzuigen, bedplassen, agressiviteit, afzondering. Ook al is het verdriet jaren geleden, nieuwe behoeften en/of gebeurtenissen kunnen het gemis weer pijnlijk voelbaar maken.


Begeleiding

In de meeste gevallen zal een ouder zelf kunnen helpen bij het verwerken van het verlies. Als de ouder echter het gevoel heeft dat hij het kind niet voldoende kan ondersteunen of met vragen zit, als je merkt dat je kind niet over het verlies heen raakt en het rouwen gedrags- of emotionele problemen blijft geven, dan kan je een beroep doen op hulp van buitenaf.

Je kan terecht bij de huisarts. Die kan de weg wijzen naar gespecialiseerde hulpverleners of zelfhulpgroepen.