Hoe zeg ik het?

Een ouder is natuurlijk ook betrokken partij en zit met eigen gevoelens. Kinderen mogen gerust zien dat een ouder het moeilijk heeft. Wanneer de ouder het verdriet niet aankan, kan een familielid, een vertrouwd persoon of eventueel een hulpverlener best ondersteunen.

Een baby zal de boodschap nog niet begrijpen. Zodra je kind begint te praten en zijn ouders, grootouders, enz. duidelijk kent en met naam noemt, is het goed je kind te vertellen wat er gebeurd is. Ook al begrijpt het je niet helemaal, het zal wel aanvoelen dat er iets mis is. Vanaf 2 jaar, als de taal van je kind verder ontwikkeld is, zal het al beter in staat zijn te begrijpen wat je vertelt. 

  • Probeer een veilige sfeer te creëren. Belangrijk is dat het kind zich geborgen voelt. 
  • Begin met een inleidende zin om het kind aandachtig te laten luisteren, bv. ‘Ik heb verdrietig nieuws voor jou …’
  • Je kan ook een aanknopingspunt zoeken in wat het kind al weet of ervaart: ‘Je weet dat oma ziek was en in het ziekenhuis lag …’
  • Vertel daarna over het overlijden. Probeer de boodschap zo concreet en zo duidelijk mogelijk te verwoorden. Gebruik woorden die het kind verstaat. Hou het eenvoudig en kort. Het is niet nodig een lang verhaal te vertellen. Door de schok nemen kinderen die bijkomende informatie toch niet meer op. Het belangrijkste is dat de boodschap is overgekomen en dat je het kind de kans geeft om het droevige nieuws in zich te laten doordringen. De vragen zullen later wel komen.
  • Het is goed het kind te laten weten dat het vragen mag stellen en over het overlijden mag praten. Je kan het best zo concreet mogelijk aangeven wie er ziek is of overleden is. Als je spreekt over 'zus' of 'broer' en er zijn meerdere zusjes of broertjes, kan het kind denken dat het over een andere zus of broer gaat. Gebruik dus bij voorkeur de naam van het betrokken kind.
  • Probeer na te gaan of het kind goed begrepen heeft wat je verteld hebt. Dat kan door goed te luisteren naar zijn vragen en goed te kijken naar zijn reacties. Laat het kind met eigen woorden herhalen wat het heeft gehoord.
  • Het slechte nieuws veroorzaakt vaak een schok. Gevoelens van verbijstering, ontkenning en vermijding komen vaak voor. Het zal een tijdje duren voordat het nieuws doordringt. Vertel het kind dat zijn gevoelens normaal zijn en dat het die mag tonen. Neem voldoende tijd en ruimte voor nabijheid en troost.
  • Stel het nieuws niet mooier voor dan het is. Vermijd de woorden ‘dood’ en ‘sterven’ niet. Vooral bij jonge kinderen die letterlijk nemen wat je zegt, kan dit anders tot misverstanden leiden. Enkele voorbeelden: 
    • ‘Opa slaapt voor altijd’.
      Kinderen kunnen dan bang worden om te gaan slapen en niet meer wakker te worden.
    • ‘Papa is op een verre reis vertrokken’.
      Dit beeld is voor kinderen niet te begrijpen. Waarom mochten ze niet mee? Waarom heeft papa geen dag gezegd? Papa komt toch altijd terug van ‘op reis’? 
  • Een kind niet bij het verlies betrekken, door er niet over te praten, spaart het niet. De verwerking wordt zo voor het kind zelfs nog moeilijker. 
  • Je kan het kind zelf betekenis laten geven aan het verlies, bv. ‘Waar zou opa naartoe zijn? Opa is een sterretje, opa is bij Jezus, opa is nu een engel’ of werken met een verhaaltje om het verlies een plaats te geven. Kinderboekjes over dit onderwerp vind je in de bibliotheek.
  • Geef het kind kansen om op zijn eigen manier afscheid te nemen. Als het wat aarzelt of weigert, geef het dan de nodige ruimte daarvoor.
  • Behoud de dagelijkse routine zo veel mogelijk.