Tips


0-1 jaar

  • Kies voor een vaste slaapplek. Een kind leert het verband tussen dat bedje en het slapen.
  • Kies voor een heel stille slaapplek of net een plaats met nog wat geluiden, een plek waar het helemaal donker is of waar nog een beetje licht te zien is, ... dit is voor elk kind anders.
  • Zorg voor een goede slaapplek zonder speelgoed (bv. niet slapen in een park vol speelgoed).
  • Zorg overdag voor een veilige sfeer in huis. Dat geeft een kind zelfvertrouwen en helpt om zelfstandig te slapen.
  • Geef een kind de kans om overdag al kleine momentjes zelfstandig bezig te zijn. Als dit niet gebeurt overdag, wordt het 's nachts ook heel moeilijk.
  • Werk aan een vaste structuur in de dag. Een vaste opeenvolging van momenten helpt een dag voorspelbaar te maken voor een kind, bv. opstaan, eten, wassen, spelen, slapen, eten, ...
  • Zorg voor een rustig einde van de dag.
  • Een slaapritueel kan een goed hulpmiddel zijn. Het bestaat uit een vast aantal gewoonten voor het slapengaan, aangepast aan de leeftijd van het kind.
  • Kijk goed naar het kind. Leer herkennen hoe een kind toont dat het moe is. Dit verschilt voor kinderen: gapen, met het hoofdje heen en weer bewegen, onrustig bewegen met de armpjes en beentjes, bleek worden, in de ogen wrijven, ...
  • Let het kind in zijn bedje als het moe wordt.
  • Leg het kind in bed als het nog wakker is, praat op een rustige toon en verlaat de kamer. Zo leert het vanzelf in slaap te vallen.
  • Jonge kinderen worden soms na een kwartier 'wakker'. Even rustig naast het bedje staan en het kindje rustig aanraken zodat het weer in slaap valt, kan helpen.
  • Het is niet nodig het kind uit bed te halen als het even 'zeurt'. Vaak vallen kinderen vanzelf weer in slaap.
  • Huilt een kind 's nachts en heeft het geen voeding nodig? Het is niet nodig om bij de eerste kreet te gaan kijken. Na een minuutje moet je wel even gaan kijken of alles in orde is. Stel het kind gerust. Geef het niet te veel aandacht. Praat zacht en laat het licht bv. uit.

1-3 jaar

  • Zorg voor een slaapplek zonder speelgoed of televisie.
  • Zorg overdag voor een veilige sfeer in huis en de nodige aandacht. Dat geeft een kind zelfvertrouwen en helpt om zelfstandig te slapen.
  • Geef een kind de kans om overdag al kleine momentjes zelfstandig bezig te zijn. Als dit niet gebeurt overdag, wordt het ’s nachts ook heel moeilijk om alleen in bed te liggen.
  • Zorg voor een rustig einde van de dag.
  • Kies voor een heel stille slaapplek of net een plaats met nog wat geluiden, een plek waar het helemaal donker is of waar nog een beetje licht te zien is, ... dit is voor elk kind anders.
  • Een slaapritueel kan een goed hulpmiddel zijn. Het bestaat uit een aantal vaste gewoonten voor het slapengaan, aangepast aan de leeftijd van het kind. Bv. een verhaaltje lezen, tanden poetsen, pyjama aantrekken, samen de kamer donker maken, dikke knuffel geven).
  • Als je kind merkt dat zijn treuzeltechnieken (nog wat drinken, even plassen, nog een extra zoen, …) geen invloed hebben op het uur van slapengaan, zal het na een tijdje wel ophouden er nog meer te verzinnen.
  • Als je om een bepaalde reden anders reageert (bv. omdat je kind ziek is), leg dat dan uit aan je kind en geef aan wanneer je terug overgaat tot de orde van de dag.
  • Als je kind bang is, kan je zoeken hoe je het kan geruststellen: een lampje in de gang laten branden, met je kind zoeken naar iets leuks om aan te denken in bed, een vaste knuffelbeer, … Soms kan het ook helpen om bij het inslapen in de buurt te blijven, met de deur op een kier hoort je kind dan dat het niet alleen is.
  • Gebruik naar bed sturen, het bed of de slaapkamer niet als straf. Op die manier denkt je kind bij slapen aan iets negatiefs.
  • Als je kind 's nachts uit bed wil, is niet reageren soms moeilijk. Reageer dan kort, consequent en zo neutraal mogelijk. Als je 's nachts altijd op dezelfde neutrale manier reageert, leer je kind dat geen extra aandacht moet verwachten, maar zal het ook gerustgesteld zijn dat je in de buurt bent.

Slaapritueel

Een slaapritueel bestaat uit een aantal vaste gewoonten voor het slapengaan. Het kan van kind tot kind verschillen, ook naargelang de leeftijd van het kind. Een slaapritueel helpt een kind de overgang maken van wakker zijn naar slapen, van de dag naar de nacht. Ook veel volwassenen hebben vaste gewoonten voor het slapengaan.

Een slaapritueel start als je vertelt dat het bedtijd is. Daarna hou je een vaste volgorde van gewoonten aan.

Enkele voorbeelden van een slaapritueel:

  • Voor een baby van 9 maanden
    Luier veranderen en pyjama aantrekken, knus op schoot samen een liedje zingen en nog even drinken. Dan in bedje, de gordijnen toetrekken en zachtjes de deur sluiten.
  • Voor een kind van 14 maanden
    Een kleine wasbeurt, pyjama aantrekken. Dan knus op schoot en samen in een boekje kijken. Samen dag zeggen aan de anderen in huis en naar de slaapkamer. In bed komt de knuffel aangevlogen. Dan het nachtlampje aan en zachtjes de deur sluiten.
  • Voor een kind van 2 jaar
    Tanden poetsen en pyjama aan. Samen 1 filmpje van bumba kijken en zelf de TV uitzetten met de afstandsbediening. Een dikke kus geven aan grote zus en dan naar de slaapkamer. Zelf het licht aansteken en de pantoffels onder het bed zetten.

Enkele tips

  • Sommige kinderen zijn meer gevoelig voor vaste gewoonten dan andere kinderen. Wat is belangrijk voor jouw kind?
  • Een slaapritueel dat lang duurt is moeilijk vol te houden. Het mist ook de betekenis van overgang van dag naar nacht. Het wordt dan een activiteit op zich.
  • Een eenvoudig slaapritueel is makkelijk als een kind wordt opgevangen door bv. de grootouders. Ook de kinderopvang kan er rekening mee houden.

Contacteer de verpleegkundige voor informatie en ondersteuning of maak gebruik van het spreekuur opvoedingsondersteuning. Door over de situatie te praten, kan men de situatie in kaart brengen en oplossingen zoeken voor het slaapprobleem.

Bekijk ook ...