Groeipakket



Basisprincipes

De Vlaamse Regering kiest er expliciet voor om werk te maken van een geïntegreerd gezinsbeleid, waarbij kinderbijslag een basispijler is die hand in hand gaat met gezinsondersteuning en de participatie aan kinderopvang en onderwijs. Dit gezinsbeleid is erop gericht om mogelijkheden te creëren voor gezinnen om actief deel te nemen aan de samenleving, om werk te kunnen combineren met kinderen. 

We vertrekken daarvoor vanuit de basisprincipes uit het Vlaams regeerakkoord: 
  • Tegemoetkoming in de kosten voor de opvoeding en ontwikkeling van elk kind
  • Bestrijden van kinderarmoede
  • Een geïntegreerd gezinsbeleid door de koppeling met de schooltoelagen en een toeslag voor kinderopvang ( voor lage inkomens)
  • Geen enkel gezin mag bij de overstap minder krijgen 
  • Systeem vereenvoudigen en rechtvaardiger maken
  • Automatische rechtentoekenning
  • Extra inzetten op startende gezinnen met jonge kinderen
Op 31 mei 2016 werd de conceptnota “pdf Voor elk kind en elk gezin een groeipakket op maat ”, goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Het decreet over het agentschap dat de uitbetalingen zal doen, werd reeds goedgekeurd door de Vlaamse Regering. Nu werd ook het decreet principieel goedgekeurd dat alle toelagen in het kader van het gezinsbeleid bepaalt. Tegelijk werden ook de beleidsconclusies getrokken uit de kwalitatieve armoedetoets, nadat reeds een kwantitatieve armoedetoets was uitgevoerd. 

Wat zit er in het Groeipakket?

Een startbedrag, een basisbedrag en schoolbonus voor elk kind 

In het Groeipakket zitten drie bedragen die gelden voor elk kind. Ze gelden zonder meer voor elk kind dat in Vlaanderen gedomicilieerd is. 

De twee eerste bedragen noemen we: het startbedrag en het basisbedrag. Beide bedragen zijn voor ieder kind gelijk. Ze zijn bedoeld om elk kind de kans te geven zich te ontwikkelen en ondersteunen de ouders daarbij. 

Voor elk kind is er in augustus nog een extra duwtje in de rug voor de start van het schooljaar, de schoolbonus
  • Startbedrag: éénmalig bedrag van 1.100 euro voor elk kind bij geboorte of adoptie. 
  • Basisbedrag: maandelijks 160 euro voor elk kind. 
  • Schoolbonus: in augustus, afhankelijk van de leeftijd. 

Toeslagen als extra ondersteuning 

Het startbedrag en het basisbedrag zijn er voor elk kind. Daar kunnen nog extra’s bovenop komen: toeslagen. 

Sommige kinderen hebben extra ondersteuning nodig om te groeien. Voor hen voorziet het Groeipakket de zorgtoeslagen en de sociale toeslag

Omdat kinderen meer kansen krijgen naarmate ze deelnemen aan kinderopvang en onderwijs, zitten er in het Groeipakket toeslagen die de deelname stimuleren: de participatietoeslagen
  1. Zorgtoeslag 

Bedoeling 
Wezen, halfwezen, pleegkinderen en kinderen met specifieke ondersteuningsbehoeften extra ondersteunen. 
  • Volledig wees: 160 euro per maand 
  • Halfwees: 80 euro per maand 
  • Pleegkind: 61 euro per maand 
  • Kind met bijzondere zorgnoden: variabel 
  1. Sociale toeslag 

Bedoeling 
Kinderen uit gezinnen met minder inkomen alle kansen geven om zich te ontwikkelen. 
  • Voor gezinnen met een inkomen lager dan 30.144,30 euro: maandelijks 50 euro per kind (1 of 2 kinderen) of 80 euro per kind (minstens 3 kinderen) 
  • Voor gezinnen met een inkomen tussen 30.144,30 en 60.000 euro en minstens drie kinderen: maandelijks 60 euro per kind. 

De participatietoeslagen 

1. Kinderopvangtoeslag
Wie gebruik maakt van kinderopvang waar ouders niet betalen op basis van hun inkomen, kan rekenen op een kinderopvangtoeslag van 3,17 euro per opvangdag. De kinderopvangtoeslag is enkel van toepassing op kinderen die opgevangen worden in een door Vlaanderen vergunde kinderopvang in Vlaanderen of in Brussel. 

2. Kleutertoeslag 
Kleuters van 3 die ingeschreven zijn in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende onderwijsinstelling in Vlaanderen of Brussel, en kinderen van 4 jaar die ingeschreven blijven en voldoende aanwezig zijn op school krijgen 150 euro extra per jaar. 

3. Schooltoeslag 
Vanaf 3 jaar kunnen kinderen die opgroeien in een gezin met een lager inkomen ook rekenen op een schooltoeslag. Alleen de kinderen die naar school gaan in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende onderwijsinstelling in Vlaanderen of Brussel, hebben recht op de schooltoeslag. Het bedrag is afhankelijk van het inkomen van het gezin en wordt per schooljaar toegekend. 
  • 3-5 jaar: gemiddeld 98 euro per jaar 
  • 6-12 jaar: gemiddeld 148 euro per jaar 
  • 12-18 jaar: gemiddeld 682 euro per jaar 
  • 18+: 50 euro per jaar (bovenop studietoelage)

De transitie

Het Groeipakket gaat in vanaf 1 januari 2019. Het zal stap voor stap elk kind in elk gezin bereiken.
Tijdens de overgangsperiode zullen er kinderen zijn die de huidige kinderbijslag blijven krijgen na 1 januari 2019 én kinderen die het Groeipakket krijgen. 

Er zijn in de overgangsfase immers nog twee systemen:
  1. De huidige kinderbijslag
  2. voor kinderen geboren vóór 1 januari 2019.
    Een gezin dat op 1 januari 2019 een of meerdere kinderen heeft, krijgt dus een bedrag afhankelijk van de rangorde (1e, 2e en 3e rang) en de leeftijd van de kinderen.
    De kinderen blijven in dit systeem tot ze niet langer in aanmerking komen voor kinderbijslag, dus maximum tot ze 25 jaar worden.

    Het uitgangspunt hierbij: het gezin krijgt op 1 januari 2019 in geen geval minder dan het kreeg vóór het Groeipakket van start ging.
     
  3. Het Groeipakket
  4. voor elk kind geboren vanaf 1 januari 2019.

Hoe gaat de verandering in zijn werk?

Wie is betrokken en wanneer gaat het van start?

Kind en Gezin startte een project met een dubbel doel:
  1. het Groeipakket inhoudelijk uitwerken;
  2. een aantal noodzakelijke structuren opzetten in Vlaanderen.

Dat gebeurt in samenwerking met de huidige actoren: FAMIFED, Kinderbijslagfondsen, Onderwijs, Zorginspectie Vlaanderen, Audit Vlaanderen. Maar ook met een aantal partners, zowel in wetenschappelijk onderzoek (KULeuven), ICT, communicatie als juridische kennis.

De deadline voor dit project is 1 januari 2019. 

Drie belangrijke doelstellingen voor Kind en Gezin

Kind en Gezin moet ervoor zorgen dat
  1. de uitbetaling van de gezinsbijslagen gewaarborgd blijft;
  2. alle kinderen in alle gezinnen een correct bedrag uit het Groeipakket ontvangen vanaf 1 januari 2019;
  3. de Vlaamse gezinnen de nodige ondersteuning ontvangen via de uitbetalingsactor die hun Groeipakket uitbetaalt.

De opdrachten voor Kind en Gezin

  1. Kind en Gezin geeft het Groeipakket inhoudelijk vorm.
  2. Kind en Gezin maakt het Groeipakket en de overgang voor zowel de private als de publieke uitbetalingskassen operationeel:
    1. Er wordt een Extern Verzelfstandigd Agentschap (EVA) opgericht met publieke kas. Kind en Gezin organiseert het Agentschap in aanloop van de opstart.
    2. Kind en Gezin vergunt maximum 4 private uitbetalingsactoren.
    3. Kind en Gezin zorgt ervoor dat alles zoveel als mogelijk kan verlopen in samenspraak met de verschillende betrokkenen. We zorgen ervoor dat elke partner zijn eigenheid behoudt en het gevoel heeft dat hij een volwaardige plaats heeft tijdens en na de overgang.
  3. Kind en Gezin zorgt voor de overgang van personeel en gebouwen van FAMIFED.

Uiteraard doet Kind en Gezin dit alles in overeenstemming met de conceptnota van de Vlaamse Regering.

Wat doet Kind en Gezin dan concreet?
Denk aan zaken als: de voorbereiding van de regelgeving, het uitreiken van de vergunningen aan de uitbetalingsactoren, het opzetten van een kwaliteitssysteem, de doorstorting van de middelen voor de uitbetaling van de gezinsbijslagen en de integratie van de gezinsbijslagen in het gezinsbeleid.

Er wordt een nieuw extern verzelfstandigd agentschap, kortweg EVA, opgericht. Dat agentschap moet de uitbetaling van de gezinsbijslagen garanderen en het beheer van de financiering voor de werking van de uitbetalingsactoren regelen. Alle uitbetalingsactoren, zijnde de kinderbijslagfondsen en de publieke actor, worden overkoepeld door de EVA.

Kinderen die in het buitenland verblijven, maar van wie de ouders onderworpen zijn aan de Belgische sociale zekerheid, ontvangen net zo goed gezinsbijslagen wanneer de voorrangsregels uit de Europese verordeningen en richtlijnen of bilaterale overeenkomsten hiertoe aanleiding geven. Hiervoor zal een structuur van internationaal overleg en samenwerking moeten uitgewerkt en opgezet worden, om op Europees niveau of bilateraal afspraken te maken zodat er garanties zijn dat die kinderen gezinsbijslagen ontvangen, maar ook om te voorkomen dat zij de gezinsbijslagen dubbel ontvangen.