Procedureverloop


Voortraject

Het is aangewezen dat de begunstigde zijn geschil eerst voorlegt bij de uitbetaler die de beslissing heeft genomen.
Als dit eerste klantcontact tot geen uitklaring leidt, kan nog een bemiddelingsuitweg gevonden worden door beroep te doen op de klacht- en bemiddelingsdienst bij het agentschap VUTG. Deze dienst zal het geschil opnemen voor behandeling. Dit houdt in dat er verduidelijking wordt gegeven bij de beslissing om zo de genomen beslissing van de uitbetaler te duiden indien de klacht- en bemiddelingsdienst van oordeel is dat de genomen beslissing conform de regelgeving is genomen.

De dienst kan ook het dossier inhoudelijk verder bekijken en met de uitbetaler overleg aanknopen om te komen tot een rechtzetting indien de klacht- en bemiddelingsdienst van oordeel is dat de genomen beslissing niet conform de regelgeving is genomen. Als dit voortraject tot geen oplossing heeft geleid voor de begunstigde, staat de weg voor de begunstigde open naar de geschillencommissie.

Niettegenstaande het doorlopen van het voortraject geen vereiste is om rechtstreeks beroep te doen op de geschillencommissie, wordt toch sterk aangeraden dat de begunstigde hiervan gebruik maakt. Beroep op de klacht- en bemiddelingsdienst stuit de termijn om bij de geschillencommissie bezwaar in te dienen.

Stuiting van de termijn om bezwaar in te dienen
De verjaringstermijn van drie maanden wordt gestuit door het instellen van een klacht of een verzoek tot bemiddeling met betrekking tot een beslissing die ontvankelijk is voor de geschillencommissie bij de klachten -en bemiddelingsdienst. Bewijs van de daad van stuiting wordt geleverd door het voorleggen van een attest van de betrokken klachten-en bemiddelingsdienst. Als de klacht of het verzoek tot bemiddeling door de verzoeker wordt ingetrokken, of wanneer de klachtbehandeling of het bemiddelingsverzoek bij gebrek aan vereiste elementen wordt stopgezet, dan stuit dit de verjaringstermijn niet.

Bezwaarprocedure

Ontvankelijkheidsvraag
Binnen een termijn van 2 weken wordt de verzoeker op de hoogte gebracht of zijn beroep al dan niet ontvankelijk is. Enkel een verzoekschrift met als voorwerp een beslissing van een uitbetalingsactor over de toelagen in het kader van het gezinsbeleid of tegen het uitblijven ervan binnen de daartoe voorziene termijn is ontvankelijk.

Wat bevat het verzoekschrift?
Het verzoekschrift bevat minimaal volgende elementen: 
  • De voor- en familienaam en het rijksregisternummer van de verzoeker. Als het rijksregisternummer niet beschikbaar is: aanvullend de geboortedatum en het geslacht.
  • Als die gegevens bekend zijn: de voor- en familienaam en het rijksregisternummer van het kind. Als het rijksregisternummer niet beschikbaar is: aanvullend de geboortedatum en het geslacht.
  • De uitbetaler.
  • Als dat van toepassing is: de beslissing van de uitbetaler waartegen beroep wordt ingesteld.
  • De motivering van het beroep.
Tegensprekelijk debat
Partijen worden uitgenodigd om aanwezig te zijn op de hoorzitting. De hoorzitting kan plaatsvinden in aanwezigheid van de verzoeker maar diens aanwezigheid is niet vereist. Tijdens de zitting hebben de partijen de gelegenheid om mondeling en schriftelijk informatie te verschaffen. Een partij kan zich bij de hoorzitting laten bijstaan door een raadsman of zich door een gemachtigde laten vertegenwoordigen. De machtiging tot vertegenwoordiging moet vooraf schriftelijk worden overhandigd aan de secretaris.

Beslissing van de geschillencommissie
Binnen een termijn van vier weken vanaf de hoorzitting zal de geschillencommissie een uitspraak doen die bindend is voor de betrokken partijen.

Beroep tegen de beslissing van de geschillencommissie
Een partij bij een geschil waarover de geschillencommissie heeft geoordeeld, kan, op straffe van verval, binnen drie maanden na de kennisgeving van de beslissing van de geschillencommissie beroep instellen bij de arbeidsrechtbank.

Wraking

Wraking is de handeling waarbij een lid van de geschillencommisie wordt geviseerd omdat hij wordt vermoed niet onpartijdig een oordeel te kunnen vormen over het geschil. Evenwel als een lid weet dat er een reden van wraking tegen hem bestaat, onthoudt dat lid zich van de zaak zodat voorkomen wordt dat de wrakingsprocedure opgestart moet worden.

Wat zijn de redenen tot wraking?
De reden om een lid van de geschillencommissie te wraken zijn limitatief opgenomen in de regelgeving.
Deze redenen zijn: 
  • Als een lid of zijn echtgenoot bloed- of aanverwant van de partijen in de rechte lijn is, of in de zijlijn tot in de vierde graad, of als een lid bloed- of aanverwant in de voormelde graad is van de echtgenoot van een van de partijen.
  • Als een lid wettelijk of feitelijk samenwoont met een van de partijen.
  • Als een lid op persoonlijke titel een schuldeiser of schuldenaar is van een van de partijen.
  • Als een procedure is gevoerd tussen een lid en een van de partijen, of hun echtgenoten, bloed- of aanverwanten in de rechte lijn.
  • Als er een burgerlijk geding hangende is tussen een lid, zijn echtgenoot of echtgenote, hun bloedverwanten in de opgaande en de neerdalende lijn of hun aanverwanten in dezelfde lijn, dan wel in voorkomend geval zijn wettelijke of feitelijke samenwonende partner en een van de partijen, en dat geding, als het door de partij is ingesteld, begonnen is vóór het geding waarin de wraking wordt voorgedragen, ook als dat geding binnen zes maanden vóór de wraking is afgehandeld.
  • Als een lid als getuige is opgetreden in een zaak van een van de partijen.
  • Als tussen het lid en een van de partijen een hoge graad van vijandschap bestaat.
  • Als er aanrandingen of mondelinge of schriftelijke beledigingen of bedreigingen hebben plaatsgevonden, in deze laatste twee gevallen sinds de aanleg van het geding of binnen zes maanden vóór de voordracht van de wraking.
Hoe verloopt wraking?
De persoon die een wraking wil voordragen, doet dat vóór de aanvang van de hoorzitting, tenzij de reden van wraking later is ontstaan. De wraking wordt aan de secretaris van de geschillencommissie bezorgd door middel van een brief, elektronisch of door persoonlijke afgifte. Daags na het ontvangen van de wraking deelt het gewraakte lid zijn standpunt hierover mee aan de secretaris. Als het gewraakte lid niet akkoord gaat met de aangehaalde reden van de wraking doet de leidend ambtenaar van Kind en Gezin binnen acht dagen definitief uitspraak over de wraking.

Documenten en formulieren