Acties en projecten


Voor de opvangcentra voor asielzoekers, lokale opvanginitiatieven, …

Kind en Gezin biedt een specifieke dienstverlening aan gezinnen in opvangcentra voor asielzoekers. Als asielcentrum, lokaal opvanginitiatief, gemeentebestuur, ... leest u verder wat deze dienstverlening omvat.

Taalstimulering en meertaligheid

Kind en Gezin ontwikkelde samen met de ‘externe adviesgroep taalstimulering en meertaligheid’ pdf een visietekst . In de tekst wordt vanuit de rechten van het kind geargumenteerd waarom werken omtrent taalstimulering en meertaligheid belangrijk en essentieel is. Vervolgens wordt meer duiding gegeven omtrent het thema aan de hand van cijfers, feiten en onderzoek. Het huidige aanbod van Kind en Gezin omtrent taalstimulering en meertaligheid komt hierna aan bod. De visietekst eindigt met de formulering van 4 beleidskeuzes waar Kind en Gezin de verdere beleidslijnen en concrete acties zal op baseren:

Beleidskeuze 1 - Kind en Gezin wil de taalontwikkeling bij alle kinderen stimuleren
De ontwikkeling van de taal is een belangrijk aspect van de ontwikkeling van kinderen. Vanaf heel jonge leeftijd wordt de taalontwikkeling door allerlei factoren beïnvloed. Het taalkapitaal op volwassen leeftijd wordt al heel vroeg bepaald. Een goede taalontwikkeling heeft enerzijds een invloed op het welbevinden van kinderen, anderzijds op de relaties die kinderen met andere mensen aangaan. Het is belangrijk voor zowel hun emotionele als intellectuele groei.
Het tijdig doorverwijzen indien er ongerustheden zijn, kan grotere problemen voorkomen.

Beleidskeuze 2 - Kind en Gezin beschouwt taalstimulering als een van de aspecten die meer kansen voor kinderen kunnen creëren
Kind en Gezin vraagt tegelijk aandacht voor de sociaaleconomische positie als cruciale factor die kansen voor kinderen bepaalt. Taalstimulering is slechts een van de aspecten waar op ingezet kan worden om uitsluiting tegen te gaan. De sociaaleconomische positie is echter de grootste voorspeller van het aantal kansen van kinderen. Kind en Gezin wil niet blind zijn voor alle andere aspecten die uitsluiting veroorzaken. Het aanpakken van sociale uitsluiting en armoede vereist een structurele aanpak. Kind en Gezin wil partners en overheden hierover sensibiliseren.

Beleidskeuze 3 - Kind en Gezin pleit voor het stimuleren van de thuistaal en het leren van Nederlands
Kind en Gezin voert een taalbeleid waarin de ontwikkeling en verwerving van de thuistaal gestimuleerd en ondersteund wordt. Het is belangrijk de thuistaal een volwaardige plaats te geven omdat dit kinderen taalgevoelig maakt. Ze ontwikkelen hierdoor noodzakelijke taalvaardigheden (o.a. vermogen tot geluidswaarneming, tot klankvorming, tot woordbegrip, tot zinsbegrip, tot zinsproductie) die noodzakelijk zijn voor een goede  taalverwerving. Het leren van een eventuele tweede taal verloopt hierdoor vlotter.
Indien de thuistaal niet het Nederlands is, legt Kind en Gezin de nadruk op het belang van aanvullend verwerven van de Nederlandse taal, zowel voor ouder als kind. Nederlands spreken, is namelijk een element van burgerschap. In haar beleid en concrete acties ondersteunt Kind en Gezin de samenhang van de waardering voor de thuistaal en de aandacht voor het Nederlands.

Beleidskeuze 4 - Kind en Gezin hanteert een positieve benadering van taalstimulering
Kind en Gezin benadert de ontwikkeling van taal bij jonge kinderen vanuit een positieve invalshoek. Tijdens contacten met ouders wordt niet het ‘nog niet kunnen’ benadrukt.
De klemtoon wordt gelegd op wat het kind al kan en het individuele verloop van taalontwikkeling. Ouders worden positief bekrachtigd in hun opvoeding, ook op het gebied van taalstimulering.
Tegenover het kind zelf wordt elke uiting van communicatie en taal positief bekrachtigd. Zo wordt het gestimuleerd in zijn communicatie en krijgt het een positief zelfbeeld.

Kind en Gezin werkte mee aan de website www.meertaligheid.be. De doelstelling is om te sensibiliseren rond meertaligheid en een positieve attitude tegenover de thuistaal te bevorderen. De website biedt een schat aan informatie voor professionals en bundelt een groot aantal beantwoorde ‘veelgestelde vragen’, achtergrondinformatie, materiaal, aankondigingen van vormingsinitiatieven, projecten en links rond het thema meertaligheid. Het doelpubliek van de website zijn professionals uit de voorschoolse, buitenschoolse en schoolse sector.

Project van Koning Boudewijnstichting
De taalontwikkeling van kinderen is één van de belangrijke aspecten van hun ontwikkeling. De ontwikkeling van kinderen kent een piekmoment tijdens de eerste drie levensjaren.  Dan wordt de basis gelegd voor hun verdere leven. Die eerste levensjaren zijn ook voor de taalontwikkeling bijzonder cruciaal. Vanuit het nastreven van de realisatie van de kinderrechten, wil Kind en Gezin dan ook de komende jaren inzetten op het thema taal.

Om dit op een toegankelijke, begrijpbare en toepasbare manier te communiceren naar alle doelgroepen en zeker de maatschappelijk kwetsbare doelgroepen, stapte Kind en Gezin als proefproject in het project van Koning Boudewijnstichting rond ‘Communicatie met mensen in armoede’.

www.communicerenmetarmen.be

Kleuterparticipatie

Kind en Gezin engageert zich - in samenwerking met het Agentschap voor Onderwijsdiensten (AgODI) - om samen te werken om zo een maximale instroom van kleuters in het kleuteronderwijs en een regelmatige deelname aan het kleuteronderwijs te bereiken.

Waarom?

  • Omdat onderzoek bevestigt dat vooral kansarme kinderen van bij het begin van het basisonderwijs een verhoogd risico op leerachterstand oplopen.
  • Omdat onderzoek aantoont dat een zo vroeg mogelijke intensieve begeleiding in een georganiseerde structuur vooral voor deze maatschappelijk kwetsbare kinderen belangrijke positieve effecten heeft.

Hoe?

  • Kind en Gezin richt zich vanuit de preventieve gezinsondersteuning proactief naar alle ouders om ze te informeren over het belang van het kleuteronderwijs en ze te sensibiliseren tot deelname.
  • Alle ouders, met in het bijzonder de maatschappelijk kwetsbare ouders, worden actief gestimuleerd om hun kind(eren) tijdig in te schrijven en regelmatig deel te nemen aan het kleuteronderwijs.
  • Vanuit de afdeling kinderopvang worden de voorschoolse opvangvoorzieningen gesensibiliseerd om de instroom naar de kinderopvang te voorzien en een naadloze overgang tussen de kinderopvang en de kleuterschool te bevorderen.

Het ondersteunen van de voedingskeuze bij kansarme (aanstaande) gezinnen

Borstvoeding biedt tal van gezondheidsvoordelen zowel voor de baby als voor de moeder. In Vlaanderen krijgt bijna 67% van de pasgeboren kinderen op dag 6 uitsluitend borstvoeding. Kinderen in een Belgisch kansarm gezin krijgen minder borstvoeding (39%). Aangezien er heel wat drempels zijn voor Belgische kansarme gezinnen om borstvoeding te geven en omdat de bestaande kanalen van Kind en Gezin (informatieavonden Kind op Komst voor aanstaande ouders, brochures, website, …) deze doelgroep vaak niet bereiken, werd in september 2010 een project opgestart in cofinanciering met de Koning Boudewijnstichting.

Via gesprekken met moeders en praktijkwerkers enerzijds en literatuurstudie anderzijds werden de drempels en succesfactoren in kaart gebracht.  Op basis van deze resultaten werd een ondersteuningsaanbod uitgebouwd dat werd aangeboden aan Belgische kansarme (aanstaande) gezinnen in 4 regio’s in Oost- en West-Vlaanderen vanaf september 2011 tot mei 2012.

Uit dit project blijkt een holistische aanpak waarbij rekening wordt gehouden met alle elementen die een invloed kunnen hebben op de zwangerschap essentieel te zijn. Daarbij is er nood aan een vaste professionele steunfiguur. Een positieve benadering, gedegen samenwerking en toeleiding en een mix van ondersteuningsvormen met voldoende contacten komen naar voor als kernelementen die er toe bijdragen dat (aanstaande) moeders zich gesteund weten. 

Het project toonde opnieuw aan dat er inspanningen nodig zijn voor de dienstverlening aan zwangere kwetsbare vrouwen. Het vormde ook in de betrokken regio’s een belangrijke impuls om meer samen te werken rond het bereiken en het ondersteunen van autochtone kansarme zwangeren.

Werken met gezinsondersteuners

Sedert 2004 werken word gezinsondersteuners in ruim de helft van de regio’s van Kind en Gezin. Zij maken er deel uit van het regioteam en staan samen met de regioverpleegkundigen in voor de dienstverlening aan maatschappelijk kwetsbare gezinnen.

De gezinsondersteuner werkt verbindend op 3 dimensies:

  • de eerste dimensie bestaat erin het gezinsproject te ondersteunen omwille van zijn betekenis voor de kernthema’s van Kind en Gezin.
  • de tweede dimensie bestaat erin de interactie tussen het gezin en de dienstverlener te ondersteunen zowel in de persoonlijke contacten als in het  aanbod. Dit krijgt vorm in de praktische ondersteuning van het aanbod en in het werken met het aangeboden informatiemateriaal.
  • de derde dimensie bestaat erin de dienstverlener en de organisatie te ondersteunen. Dit gebeurt door medewerking aan vormingsmomenten, casusbesprekingen, het signaleren van uitsluitingsmechanismen binnen de dienstverlening, als vertegenwoordiger van de organisatie.

De ervaringen en inzichten van gezinsondersteuners helpen om gezinnen in dezelfde situatie te begrijpen en de bestaande kloven mee te overbruggen. Op die manier worden noodzakelijke verbindingen hersteld. Voor deze gezinnen vormen de gezinsondersteuners zeer herkenbare aanspreekpunten, die zowel hun leefwereld als hun ‘taal’ kennen. Hierdoor verlagen zij actief de drempels in onze dienstverlening.

Kinderen met specifieke zorgbehoeften

Kind en Gezin situeert inclusie van kinderen met specifieke zorgbehoeften in een breder kader van respect voor diversiteit. Centraal in het beleid van Kind en Gezin is de VN-conventie inzake de rechten van personen met een handicap en het burgerschapsmodel.

VN-Conventie inzake de rechten van personen met een handicap
De VN-Conventie inzake de rechten van personen met een handicap vertrekt vanuit het principe dat personen met een handicap volwaardige mensen met gelijke rechten zijn. De conventie wil ervoor zorgen dat personen met een handicap een volledig en gelijk genot hebben van alle mensenrechten. Zij creëert geen nieuwe rechten, vermits de rechten van personen met een handicap al vastgelegd zijn in andere, algemene mensenrechtenverdragen. Het verdrag heeft als basisgedachte dat personen met een handicap volwaardige mensen met gelijke rechten zijn. De basis voor dit streven is terug te vinden in het 'burgerschapsmodel'. Daarin staat de 'kwaliteit van het leven' centraal.

Burgerschapsmodel
Het burgerschapsmodel legt de klemtoon op de mogelijkheden, de individuele vaardigheden, de persoonlijke autonomie en de sociale solidariteit.
De opvoeding - in het bijzonder het onderwijs -, een volwaardige tewerkstelling, een aangepaste behuizing, de deelname aan het sociaal-cultureel leven en het inkomen vormen samen de basisvoorwaarden om de persoon met een handicap toe te laten zijn eigen mogelijkheden te ontdekken, zich te ontplooien en zijn individuele vaardigheden aan te scherpen.
De integrale toegankelijkheid op alle terreinen van het maatschappelijk leven (mobiliteit, algemene dienstverlening, sociaal-culturele sector, sport, ...), de zelfsturing (vraagverduidelijking, persoonlijke levensplanning, ...) en een vraaggestuurde ondersteuning versterken de persoonlijke autonomie van de persoon met een handicap.
De mogelijkheid om gebruik te maken van alle beschikbare dienstverleningen, zowel op het vlak van de (geestelijke) gezondheidszorg als op het vlak van andere publieke en welzijnsdiensten (thuiszorg, ouderenzorg, handicapspecifieke ondersteuning, ...) vormt een concrete uitdrukking van de sociale solidariteit. Zo ook de bevordering van de netwerkondersteuning (sociaal netwerk, mantelzorg) in de directe omgeving van de persoon met een handicap.
Het burgerschapsmodel maakt duidelijk dat de opdrachten van de overheid ten aanzien van een persoon met een handicap verspreid zijn over alle staatsniveaus, alle beleidsdomeinen en alle sectoren van het welzijnsbeleid.

Inclusie van kinderen met specifieke zorgbehoeften
Het inclusiemodel is de leidraad voor Kind en Gezin en het expertisecentrum voor opvoeding en kinderopvang VBJK bij de uitwerking van de visie over inclusieve opvang voor kinderen met specifieke zorgbehoeften. Kind en Gezin situeert inclusie in een breder kader van respect voor diversiteit.

Divers communicatiebeleid

De communicatiestrategieën, -kanalen en -instrumenten binnen Kind en Gezin dienen afgestemd te zijn op een diversiteit van gezinnen. In de loop van de jaren werden er al heel wat initiatieven genomen om hieraan tegemoet te komen. Er wordt voortdurend gezocht hoe de communicatie toegankelijk en effectief kan zijn voor alle gezinnen. De uiteindelijke doelstelling is een gediversifieerd communicatiebeleid dat afgestemd is op de veelheid aan doelgroepen.

Vandaag bestaat er al een reeks geschikte instrumenten om de ervaren taalbarrière of taalkloof te overbruggen. Voorbeelden van specifieke methodieken en matrialen zijn:

Communicatiematrix

Het Agentschap Integratie en Inburgering deed samen met onderzoekers van Universiteit Gent en Kind en Gezin een onderzoek om te komen tot een rationele basis: hoe maken we een goede keuze? Welke brugfunctie is het meest geschikt om te communiceren met welke klant? Het resultaat van deze studie is nu beschikbaar. Communicatiematrix - Eindrapport beschrijft de verschillende communicatiemiddelen als een waaier:

  • aan het ene uiterste van de waaier: gebruik van duidelijk Nederlands
  • aan het andere uiterste: werken met een vreemde taal, via bijvoorbeeld tolken of vertalingen.

Het waaieraanbod is dus een samenhangend gamma van professionals (verbale en nonverbale brugfuncties), instrumenten, media en technologie (ondersteunende materialen). Elk communicatiemiddel heeft zijn sterktes en beperkingen. Sommige ouders hebben bv. een voorkeur voor geschreven materiaal, andere gezinnen zoeken liever informatie op via de website of kijken naar een film. Er zijn ook ouders die geen toegang hebben tot het geschreven materiaal van Kind en Gezin, omdat zij geen of niet goed Nederlands kunnen lezen. Het is belangrijk dat professionals weten hoe ze al die middelen in de praktijk correct moeten gebruiken. Het onderzoek levert een basis op voor de verdere verfijning van het taal- en communicatiebeleid in onze dienstverlening.

Opvangcentra voor asielzoekers

Kind en Gezin biedt ook dienstverlening aan aan gezinnen in opvangcentra voor asielzoekers. Regioteamleden gaan op huisbezoek in de opvangcentra en de gezinnen in opvangcentra komen naar de consultaties van Kind en Gezin. Deze worden in sommige opvangcentra zelf georganiseerd. Waar dit niet het geval is, worden ouders toegeleid naar het dichtstbijzijnde consultatiebureau in de buurt. 

Kind en Gezin heeft de opdracht om met partners de levensomstandigheden van kinderen in opvangcentra mee te verbeteren. Hierbij wordt rekening gehouden met de onzekere juridische en feitelijke situatie waarin die kinderen zich bevinden. Daarbij hanteert Kind en Gezin niet alleen het criterium van ‘menselijke waardigheid’ als minimale standaard, maar kijken we eveneens naar de relevante bepalingen in het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK). Vanuit onze decretale opdracht en de verschillende verdragen argumenteert Kind en Gezin dat het voor de dienstverlening in opvangcentra voor asielzoekers een bijkomende inspanning dient te doen om de kinderen en de gezinnen die er verblijven zo veel mogelijk kansen te geven. Dit houdt in dat Kind en Gezin specifieke maatregelen neemt om de dienstverlening in de opvangcentra verder kwalitatief uit te bouwen en dit zowel voor de open als de gesloten centra.

Aangezien de context van een opvangcentrum voor asielzoekers heel specifiek is, wordt de dienstverlening zo veel mogelijk afgestemd op de specifieke vragen en noden van de gezinnen met kinderen die er verblijven. Daarnaast biedt Kind en Gezin zijn expertise aan met betrekking tot de kernthema’s van Kind en Gezin, waaronder het pdf vervolledigen van het basisvaccinatieschema .

Kind en Gezin biedt ook ondersteuning aan de eigen personeelsleden die in de gezinnen ondersteunen. Dit gebeurt door het geven van achtergrondinformatie over de juridische context en de organisatorische context. Daarnaast organiseert elk regioteam, in een regio met een opvangcentrum, op regelmatige basis overleg om de dienstverlening zo veel mogelijk op elkaar af te stemmen en afspraken te maken. Dit gebeurt aan de hand van een gezamenlijk kader voor elk centrum dat werd opgesteld samen met Fedasil.

Kind en Gezin is tegen detentie van minderjarigen in gesloten gezinsunits
‘Kind en Gezin wil, samen met zijn partners, voor elk kind, waar en hoe het ook geboren is of opgroeit, zoveel mogelijk kansen creëren.’ De missie van Kind en Gezin spreekt zich uit voor het belang van het kind, voor respect voor de rechten van het kind en respect voor diversiteit.

Het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) werd aangenomen door de Verenigde Naties op 20 november 1989 en geratificeerd door België in 1991. Het is van toepassing op alle kinderen, ook voor kinderen in migratie. Het non-discriminatiebeginsel is een basisprincipe van het Verdrag. In artikel 22 van het IVRK werden een aantal specifieke bepalingen opgenomen voor kinderen die asiel aanvragen of als vluchteling erkend zijn.

Vanuit deze missie en centrale waarden kan Kind en Gezin niet akkoord gaan met de geplande opening van gezinsunits voor gezinnen die uitgeprocedeerd zijn en zich dus illegaal op Belgisch grondgebied begeven. Kind en Gezin vraagt, indien er toch wordt overgegaan tot opsluiting van gezinnen met kinderen in deze units, om ten allen tijde toegang te krijgen tot deze gezinnen om haar gezinsondersteunend aanbod te kunnen brengen en de gezondheid van de kinderen van nabij te kunnen opvolgen.

Kind en Gezin doet al jaren heel veel inspanningen om gezinnen met jonge kinderen in opvangcentra voor asielzoekers te ondersteunen. In 2016 werd een samenwerkingsovereenkomst afgesloten met Fedasil met als doelstelling het aanbod van beide organisaties optimaal op elkaar af te stemmen, zodat een maximale ondersteuning mogelijk is. Ook gezinnen die in LOI verblijven of tijdelijk ergens verblijven, in afwachting van hun procedure, biedt Kind en Gezin haar aanbod.

Sociale functie van kinderopvang

De economische, sociale en educatieve functie van kinderopvang noemen we de 3 maatschappelijke functies van kinderopvang. Kwaliteit in de kinderopvang is de mate waarin zij erin slaagt om de economische, educatieve en de sociale functie van kinderopvang met elkaar te verzoenen, rekening houdend met de concrete omgeving waarin ze gevestigd is.

Definitie sociale functie
De sociale functie van kinderopvang betekent in de eerste plaats het tegengaan van uitsluitingsmechanismen en het werken aan toegankelijkheid voor gezinnen die nu door allerlei drempels de weg naar kinderopvang slechts moeizaam vinden.

Sociale functie is evenwel meer dan enkel werken aan toegankelijkheid voor kansengroepen en het aanpakken van drempels. De sociale functie bestaat uit:

  • het uitbouwen van een partnerschap met ouders gebaseerd op gelijkwaardigheid en wederkerigheid.
  • het mogelijk maken van een actieve participatie aan de opvang voor alle gezinnen.
  • het voorzien in een buurtgerichte netwerking.

De doelstelling is dit te realiseren voor alle gezinnen. Het vraagt specifieke inspanningen naar kansengroepen om dit te bereiken.

Sociale functie en toegankelijkheid
In het Vlaamse Regeerakkoord 2009-2014 wordt de bestrijding van armoede als topprioriteit benoemd.
In de recente beleidsnota van minister Vandeurzen 2009-2014 werd opgenomen:
‘Kinderopvang heeft een rol in de maatschappij.
Tot slot willen we dat de kinderopvang haar rol speelt in de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting. Kinderen uit kansengroepen moeten kunnen deelnemen aan formele en kwaliteitsvolle kinderopvang en dienen aangepast opgevangen te worden. Uit onderzoek is immers duidelijk gebleken dat kwaliteitsvolle kinderopvang heel veel kansen kan bieden aan kinderen in armoede. De verruiming van het aantal plaatsen dat betaalbaar is volgens het inkomen, is een hefboom daartoe. Via monitoring, zullen we erop toezien dat het aandeel kinderen uit kansengroepen – in het bijzonder die uit de gezinnen in de laagste inkomenscategorieën - in de opvang toeneemt. Taalstimulering in de kinderopvang wordt ook een belangrijk thema. Via de kinderopvang kunnen de kinderen hun taal, die zo belangrijk is, verder ontwikkelen.’
Actie is nodig om de toenemende armoedekloof en de nefaste gevolgen hiervan op de toekomst van jonge kinderen en hun gezinnen het hoofd te bieden. Dit betekent dat in alle beleidsdomeinen er gewerkt moet worden aan hefbomen om armoedesituaties te voorkomen en/of terug te dringen.

Hoe neemt de kinderopvang zijn engagement op?
Tal van opvangvoorzieningen werken al jaren hard aan het verhogen van de toegankelijkheid van hun voorziening.

  • Dit doen ze in de eerste plaats door ook aandacht te besteden aan kwetsbare gezinnen en afspraken te maken met toeleiders (soort van begeleiders? Misschien verklaren, want voor leken denk ik dat het onduidelijk is). Ze zijn sterk bezig met de vraag ‘Hoe geraken kwetsbare gezinnen tot aan de deur van onze kinderopvang en over de drempel?’
  • Maar ook, met vallen en opstaan, door hun werking te verfijnen om hun dienstverlening nog beter af te stemmen op alle kinderen en hun gezinnen. Zo slagen ze erin om kinderen, ouders en teamleden het gevoel te geven erbij te horen.
  • Ze proberen informele netwerken met andere ouders te stimuleren wat voor ouders, en in het bijzonder deze die het moeilijk hebben, een grote steun kan betekenen.
  • Door samen te werken met toeleiders zoeken opvanginitiatieven proactief naar groepen ouders die men anders niet bereikt.

Relatie tussen bepaalde karakteristieken van de ouders en het vinden van een opvangplaats
Ondanks de inspanningen van vele voorzieningen, blijkt dat er nog steeds een duidelijke relatie bestaat tussen bepaalde karakteristieken van de ouders en het vinden van een opvangplaats. Wie (nog) geen job heeft, wie laag opgeleid is, wie van allochtone afkomst is, of wie alleenstaande ouder is, vindt minder vaak opvang voor zijn of haar kind. Er zijn formele en informele drempels die de toegankelijkheid bemoeilijken.

Dit is ook terug te vinden in het recent gepubliceerde onderzoek uitgevoerd door het Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck. Gezinnen die tot de 20% armsten in Vlaanderen behoren, gebruiken minder dan half zo veel kinderopvang als andere gezinnen.

Ondanks de uitbreidingen van het aantal opvangplaatsen in de voorbije jaren, is er nog steeds een tekort aan opvangplaatsen, wat uiteraard ook een negatieve invloed heeft op de toegankelijkheid van de kinderopvang.
De word visietekst Sociale functie kinderopvang formuleert de beleidskeuzes van Kind en Gezin om de toegankelijkheid van de Kinderopvang te verbeteren.