Dieren


Veilig omgaan met een hond

  • Een hond in de buurt van kinderen vraagt continu extra alertheid, een moment van verstrooiing kan risico's inhouden.
  • Voornamelijk jonge honden zijn zeer speels en durven tegen kleine kinderen opspringen. Daar kunnen zij zich niet tegen verdedigen. Leer de hond dat dit niet mag.
  • Als een hond opspringt om eten af te pakken van een kind, laat een kind dit meestal vallen. De hond ziet dit als een beloning en zal het nog proberen. Als je hond opspringt, duw hem dan niet naar beneden en zeg niet dat hij een stoute hond is. Je hond verstaat niet wat je hiermee bedoelt. Leer hem ‘voor wat hoort wat’. Beloon hem met iets lekkers als hij gehoorzaam is bv. als je hem de opdracht ‘zit’ geeft.
  • Besef dat een kind bijtgedrag van een hond kan veroorzaken, omdat het niet door heeft wanneer de hond met rust gelaten wil worden. Het kind beseft evenmin wat gegrom betekent.
  • Laat een hond rustig eten en maak je kind duidelijk de hond dan niet lastig te vallen.
  • Zorg voor een fijne hondenplek in huis: een comfortabele mand/bench of hok waar de hond gemakkelijk naartoe kan als hij zich wil terugtrekken. Moedig hem aan om dat te doen door beloning en hij zal vlugger geneigd zijn om spontaan naar die plek te gaan. Leer je kind de hond met rust te laten als hij daar ligt.
  • Het is belangrijk dat een kind de hond leert roepen: als de hond er geen zin in heeft, zal hij ook niet komen op vraag van het kind. Leer een kind dit te respecteren.
  • Geef je hond nooit oud kinderspeelgoed of versleten knuffeldieren. Dat kan voor misverstanden zorgen en gevaarlijke situaties uitlokken. Koop voor je hond echt typisch 'hondenspeelgoed' waarbij geen verwarring mogelijk is. 
  • Leer een kind pas op oudere leeftijd mee zorgen voor de hond (wandelen, eten geven, oefeningen uitvoeren,...). Geef in je interactie met je hond altijd het goede voorbeeld.

Hygiëne

  • Was telkens de handen na contact met huisdieren of hun uitwerpselen.
  • Vermijd contact met huisdieren met diarree.
  • Omwille van het besmettinggevaar met salmonella, komen kinderen onder de 5 jaar best niet in contact met:
    • puppy’s en kittens (jonger dan 6 maanden)
    • kuikentjes en jonge eenden
    • papegaaien
    • amfibieën (kikker, pad, (water)salamander)
    • reptielen (hagedissen, slangen, (water)schildpadden, iguana’s)

Bekijk ook ...