Wieg


Eigenschappen van een veilige wieg

  • Ga na of de wieg gemarkeerd is met de vermelding EN1130. Dan voldoet ze aan de Europese veiligheidsnormen. Als de markering EN1130 ontbreekt, kan je de veiligheid nagaan met pdf deze bijlage . De checklist is gebaseerd op de Europese veiligheidsnormen.

  • De beste keuze ter preventie van wiegendood is een wieg met spijlen en een ventilerende bodem. De lucht kan goed circuleren en de baby krijgt het niet te warm. Een wieg met minstens 2 spijlenwanden zorgt voor voldoende ventilatie, op voorwaarde dat de 2 open wanden niet tegen een muur of kast geplaatst worden.

  • Als de wieg aan deze voorwaarden voldoet is het een veilige wieg. Nu komt het er op aan om de wieg veilig te gebruiken en over te schakelen naar een veilig kinderbed als de motorische ontwikkeling van het kind evolueert. Meer informatie over veilig slapen.

Veilig gebruik, aankleding en plaatsing

  • Gebruik de wieg zoals beschreven in de gebruiksinstructies. Bewaar de gebruiksinstructies ook voor later gebruik.
  • Gebruik de wieg niet als ze beschadigd is of als er stukken ontbreken. Gebruik alleen vervangstukken zoals aangegeven door de fabrikant.  µ
  • Volg de onderhouds- en reinigingsinstructies van de fabrikant.
  • Plaats de wieg niet in de nabijheid van een warmtebron.
  • Laat niets achter in de wieg of zet de wieg niet in de buurt van een product dat een gevaar kan inhouden voor verstikking of wurging zoals gordijnkoorden, touwtjes, …
  • Kies bij voorkeur de matras die standaard bij de wieg wordt geleverd.
  • Alle onderdelen moeten goed vastgemaakt zijn. Controleer geregeld en maak terug stevig vast of vervang als nodig. 
  • Beperk het materiaal in de slaapomgeving tot het strikt noodzakelijke. Stel je de vraag of producten echt noodzakelijk zijn in de wieg omdat ze alleen al door hun aanwezigheid een risico op ongevallen kunnen vormen (bv. linten, loszittende onderdelen van speelgoed, fixatiesystemen, …).
  • Als de motorische ontwikkeling het uit de wieg tuimelen of klimmen toelaat, d.w.z. het kind kan zichzelf vlot omdraaien, zitten, knielen of zichzelf optrekken,… overweeg dan om het kind te slapen te leggen in een kinderbed met spijlen.
  • Zet de wieg altijd op een vlakke horizontale bodem.
  • Laat andere kinderen niet alleen in de buurt van een wieg spelen.
  • Zorg dat je kind zich niet kan bezeren tijdens schommelbewegingen.
  • Geef voorkeur aan een wieg zonder sluier of hemel, omdat die de luchtcirculatie kan beletten. Neem je toch een wieg met sluier of hemel, verwijder die dan zodra je kind beweeglijk wordt. Er bestaat gevaar voor verstikking als het kind de sluier over zich heen trekt.
  • De matras sluit aan aan het kader van de wieg. Dit belet dat een kind onder de matras of tussen de matras en de wand van de wieg kan terecht komen en zo kan stikken.
  • De afstanden en afmetingen zijn zodanig dat de risico’s op inknelling van vingers, tenen, ledematen maximaal vermeden worden. Ook beknelling van hoofd en hals worden voorkomen en het risico op verstikking en ophanging worden vermeden.