Vanaf 4 maanden

Kenmerkend gedrag

  • Het kind probeert zich om te rollen.
  • Het kind brengt alles naar de mond.
  • Het kind grijpt naar alles rondom zich.

Typisch ongeval

  • Val uit de wieg of het kinderbedje, dat nog in de hoogste stand staat, doordat de baby bij het trappelen zijn beentjes over de rand slaat of zich optrekt tot zit en over de rand duikelt.
  • De periode van 4 maanden is een piekmoment voor wiegendood: de baby wordt beweeglijker en kan zo spontaan op zijn buik terechtkomen.
  • Ophanging aan koordjes, bv. van fopspeen of kleding. 
  • Inslikken van een klein voorwerp.
  • Verbranden aan warme drank die door volwassenen te dichtbij wordt gezet of gedronken.

Ongeval voorkomen

  • Leg een baby als hij meer beweeglijk is niet meer in een wieg. Gebruik dan een veilig kinderbed waarvan de bodem in een lagere positie kan worden geplaatst en plaats ook de speelbox in de laagste stand.
  • Hou altijd toezicht en blijf in de buurt als hij slaapt.
  • Ga extra kijken als de baby huilend in slaap is gevallen.
  • Een fopspeenhouder mag max. 22 cm lang zijn. Laat een kind hier niet mee in slaap vallen.
  • Vermijd alle lintjes en strikjes aan baby’s kleding.
  • Hang speelgoed of een fopspeen niet aan koordjes in het bed of de box van de baby. Let er ook op dat een baby  niet aan andere koorden, bv. van rolgordijnen, kan.
  • Hou kleine voorwerpen buiten het bereik van het kind.
  • Geef geen speelgoed dat niet aangepast is aan de leeftijd. Leer oudere kinderen om hun speelgoed bij zich te houden.
  • Controleer of onderdelen van knuffels of ander speelgoed stevig vastzitten.
  • Zet geen warme dranken in de nabijheid van een kind (salontafel, tafel, ...) en neem een kind nooit op schoot bij het drinken van koffie of een andere warme drank.

Schud een baby nooit...

Schudden is schaden!