Naar de bergen

Er is weinig wetenschappelijke informatie over het voorkomen van hoogteziekte bij jonge kinderen. Over het algemeen gaat men ervan uit dat hoogteziekte bij kinderen even vaak voorkomt als bij volwassenen. Het verschil is vooral dat de diagnose stellen bij kinderen moeilijker is dan bij volwassenen. Zeker bij jonge kinderen die nog niet kunnen communiceren en hun klachten nog niet kunnen omschrijven. Om die reden raden sommige experten aan om een reis naar grote hoogte te vermijden zolang je kind niet kan praten. Wil je toch vroeger op reis gaan met je baby, hou dan zeker rekening met onderstaande adviezen.

Omwille van de lagere zuurstofspanning op grote hoogte moet je sowieso voorzichtig zijn:

  • Ga niet op reis naar de bergen met een baby jonger dan 6 weken.
  • Vanaf 2800m is de kans op hoogteziekte voor jonge kinderen groter. Blijf dus indien mogelijk onder 2800m.
  • Ga je toch hoger dan 2800m, dan is geleidelijk stijgen heel belangrijk: ga niet meteen hoger dan 2800m, maar verblijf eerst minstens 2 nachten op 1600-2200m. Stijg pas daarna verder en stijg niet meer dan 500m per dag.
  • Doe de eerste dag geen inspanningen met je kinderen. Laat hen eerst acclimatiseren en begin pas te skiën of wandelen na 1 of 2 dagen.
  • Voorzie je plotse hoogteverschillen, bv. met de kabellift, neem dan iets mee om de baby te laten drinken. Het slikken vermindert de druk en de pijn in de oren.
  • Hoogteziekte herkennen:
    • kinderen, adolescenten en volwassenen: hoofdpijn, kortademigheid, duizeligheid, minder goed slapen, vermoeidheid, verminderde eetlust, misselijkheid, braken.
    • baby’s of jonge kinderen: de symptomen zijn vaak aspecifiek en hoogteziekte is een uitsluitingsdiagnose. Wordt je baby zeer prikkelbaar en huilt het veel? Denk dan aan hoogteziekte.
    • Heb je een vermoeden dat je kind hoogteziekte heeft, daal dan opnieuw af en contacteer indien nodig een plaatselijke arts.
    • Bij klachten die wijzen op hoogteziekte, is dalen de eerste behandeling. Reis dus niet naar een plaats waar je niet gemakkelijk kan dalen.

Kinderen die een reis naar grote hoogte (>2000m) moeten vermijden:

  • voldragen baby’s jonger dan 6 weken of prematuur geboren baby’s jonger dan 46 weken postconceptuele leeftijd
  • voldragen baby’s jonger dan 1 jaar met een voorgeschiedenis van pulmonale hypertensie of zuurstofnood
  • te vroeg geboren baby’s met een voorgeschiedenis van zuurstofnood, bronchopulmonaire dysplasie of pulmonaire hypertensie
  • kinderen met volgende aandoeningen:
    • aangeboren hartaandoeningen met pulmonaire hypertensie, cyanose of intracardiale shunts
    • sikkelcelziekte
    • downsyndroom met cardiale shunts of pulmonaire hypertensie
    • actieve longziekte, zoals longontsteking, bronchiolitis (bv. RSV) of cystische fibrose met exacerbatie 

Heeft je kind een bepaalde aandoening, vraag dan steeds raad aan je behandelend arts indien je een reis naar grote hoogte overweegt.

Zwangeren:

  • Zwangere vrouwen met een normaal verloop van de zwangerschap kunnen reizen tot 2500m.
  • Net zoals bij vliegreizen wordt afgeraden om vanaf 36 weken zwangerschap boven 2500m hoogte te gaan.

Tips voor een fijne bergreis

  • Schaf voor kinderen die kunnen lopen degelijke stapschoenen aan.
  • Raadpleeg altijd het weerbericht voor een wandeltocht. Het weer in de bergen kan snel omslaan. Neem voldoende kleding mee.
  • Plan tochten van beperkte duur, met voldoende eet- en drinkpauzes.
  • Bescherm het hoofdje met een petje of hoedje en de oogjes met een goede zonnebril.
  • Bescherm de huid tegen de zon met een goede zonnecrème (min. factor 30).

Bekijk ook ...