Peuter en kleuter

Beweeg met je peuter en kleuter minstens 3 uur per dag. Hoe je dit doet lees je bij ‘Bewegingsdriehoek’. 
Het is belangrijk om ze aan te moedigen en voldoende af te wisselen in verschillende vormen van basisbewegingen. 
Laat ze ook bewegen in verschillende omgevingen (Buiten, binnen, verharde en onverharde ondergrond, in het gras, op de mat, …)

Elke beweging is beter dan geen beweging!
  • Maak eens een kleine wandeling: naar het speelpleintje, de buurvrouw, een dier in de buurt, ...
  • Ga wandelen met een speelgoedbuggy en pop.
  • Zet onderweg op een wandeling grote en kleine stappen.
  • Zet je kindje niet in de kar in de winkel, maar naast de kar en laat het mee zoeken wat er op het lijstje staat.
  • Laat je peuter zelf kleren aan- of uittrekken.
  • Je kind kan zichzelf wassen in bad en kan ook zijn tanden poetsen. In bad kan je kind vrij spelen met jou in de buurt.
  • Kan je te voet naar de winkel of naar de opvang? Onderweg kom je vast leuke dingen tegen.
  • Als je de was ophangt, kan je kind de wasknijpers aangeven.
  • Een kind helpt graag in de keuken: afruimen, de tafel dekken, ... en zelf in zijn stoel klimmen!
  • Stappen is een ontdekkingstocht: in de plas, over de drempel, op een horizontaal vlak, een stijgend en dalend vlak, ...
  • Laat je peuter ook eens op een signaal stoppen met lopen en opnieuw starten.
  • In het park maak je van bloemetjes die in het gras groeien een bloemenketting.

Spelen:

  • Speel liedjes en dans samen.
  • Beeld samen een verhaal uit als je voorleest
  • Verzin spelletjes met tegels: stap tussen de tegels op het voetpad of in de keuken.
  • Maak een parcours om met de loopfiets tussen te fietsen. De Vlaamse stichting Verkeerskunde zette fietsvaardigheidsspelletjes op zijn website, die kan je ook met een loopfietsje proberen. 
  • Speel tikkertje rond de tafel of in de tuin.
  • Een vriendje dat komt spelen, zet aan tot activiteit.
  • Buiten kan je peuter in alle vrijheid grotere afstanden afleggen.
  • Laat je peuter schommelen. Heb je zelf geen schommel in de tuin, vind je er wel één op een speelpleintje.
  • Neem je peuter met beide handen goed in zijn middel vast en laat hem door de ruimte ‘vliegen’.
  • Samen het speelgoed opruimen en een boek uitkiezen om te lezen voor het slapengaan, is een leuk einde van de dag.
  • Verstop dingen in de tuin, in huis of in het park en laat je kind op zoektocht gaan.

Springtips:

Springen is een avontuur: van de onderste trede, op de stoep, ...

  • Trek krijtstrepen zo’n 30-tal centimeter van elkaar op de grond en laat je peuter hierover springen.
  • Laat je peuter onder begeleiding naar beneden springen van een verhoging, zoals van de onderste trede van de trap.
  • Spring samen met hem voorwaarts, maar ook achter- en zijwaarts.

Balspelletjes:

Tussen 1,5 en 2 jaar leert een peuter met een bal gooien, maar het lukt nog niet om dit in een bepaalde richting te doen. Tussen 2 en 2,5 jaar kan hij een bal wegtrappen.

  • Leg een bal op de grond en laat de peuter die wegtrappen.
  • Zet je samen met je peuter op de grond, tegenover elkaar. Rol de bal naar elkaar toe. Je kindje moet de bal vastnemen en proberen hem terug naar je toe te rollen.
  • Sta tegenover elkaar en werp de bal naar elkaar toe. Wissel af met verschillende ballen.

Voor echte klimmers:

  • In een speeltuin kan je kind hangen, zwaaien en klimmen.
  • Leer hem op een veilige manier de trap opklimmen en afklauteren.
  • Moedig hem aan als hij in een stoel probeert te klimmen. Hou steeds toezicht en ondersteun waar nodig.

Filmpjes

Bekijk de filmpjes voor extra informatie en tips:
Van stappen naar lopen

Sneller voortbewegen