Bijvoeding

Ook de WHO adviseert in zijn Guidelines om vanaf 6 maanden naast borstvoeding, vaste voeding op te starten.

Er zijn diverse redenen waarom vaste voeding vanaf de leeftijd van 6 maanden noodzakelijk is:
  • de nood aan bijkomende voedingsstoffen zoals bv. ijzer
  • de behoefte aan extra energie aanvoer
  • de gevoelige periode voor het leren eten van vaste voeding en/of van de lepel wordt aangewend 
Na het starten van bijvoeding blijft frequent borstvoeding geven belangrijk tot 2 jaar of langer, zolang voor de mama en het kindje wenselijk is.  

Portie
Het is belangrijk om tussen 6 en 12 maanden geleidelijk de portie, texturen en smaken aan te passen. De maag van je kindje groeit mee met zijn leeftijd. Er wordt voor de combinatie van borstvoeding met vaste voeding vanaf de leeftijd van 6 maand een opklimmend schema voorgesteld. Start met kleine hoeveelheden vaste voeding (bv. 2 à 3 eetlepels) en evolueer daarna geleidelijk naar porties van 250 à 300 gram tegen de leeftijd van 1 jaar.

Een kind tussen 6 en 8 maanden kan nog onvoldoende kauwen. Als het enkel stukjes vaste voeding krijgt, zal het waarschijnlijk onvoldoende voedingsstoffen en energie kunnen opnemen. Het advies is daarom om vanaf 6 maanden geprakte voeding aan te bieden en vanaf 9 maanden geprakte voeding te geven in combinatie met stukjes voeding die het kind zelf kan vastnemen.

Naar voedingswaarde toe heeft een kind vanaf 6 maanden naast borstvoeding 200 extra kcal nodig. Tussen 8 en 11 maanden is dat 300 kcal en vanaf een jaar 550 kcal (bron: WHO Infant and young child feeding). Bij een gemiddelde voedingswaarde komt 200 Kcal overeen met ca 220 gr groentepap (ter vergelijking: 100 gr = 1/3 aardappel + 2/3 wortel + 5 gr olie = 92 Kcal).