Bijzondere situaties


Keizersnede

  • Maak ook na een keizersnede zo snel mogelijk huidcontact met de baby en leg hem zo snel mogelijk aan. Door het zuigen trekt de baarmoeder sneller samen en herstelt ze vlugger.
  • Weet men op voorhand dat de  baby met een keizersnede geboren zal worden, bespreek dan met de arts de manieren van verdoving. Zo kan de mama het moment waarop de baby geboren wordt misschien meemaken en hem onmiddellijk in de armen houden.
  • Door de ingreep zijn de eerste voedingen wat ongemakkelijk. Zitten en draaien is moeilijk. Het doet pijn rond de hechting. De rugbyhouding is comfortabel omdat de baby niet op de buik ligt en het zicht goed is. Ook kan je liggend voeden als je geholpen wordt bij het aanleggen van de baby.

Kinderen van verschillende leeftijd (tandemvoeden)

Tegen voeden tijdens de zwangerschap bestaat medisch gezien zelden bezwaar.

  • Borstvoeding verhoogt de kans op een vroeggeboorte niet.
  • Halverwege de zwangerschap vermindert de melkproductie. Dit vormt geen probleem, omdat het kind nu andere dingen eet naast moedermelk.
  • De smaak van de melk verandert in het midden van de zwangerschap. Sommige kinderen stoppen hierdoor uit zichzelf met borstvoeding. 
  • Onder invloed van de nieuwe zwangerschap kan de moeder wel last hebben van pijnlijke tepels.

Na de bevalling:

  • Beiden kunnen borstvoeding krijgen.
  • De moedermelk is wel afgestemd op de behoeften van de pasgeborene maar ze blijft zeer geschikt voor het oudste kind.
  • De laxerende werking van de eerste melk (= colostrum) werkt ook in op de ontlasting van het oudste kind.
  • Geef altijd eerst het jongste kind de borst. Laat het lang genoeg drinken om voldoende calorierijke achtermelk binnen te krijgen.
  • Reserveer ook niet één borst per kind maar wissel regelmatig van borst. Dit is goed voor de symmetrische motorische ontwikkeling.

Bij de komst van een baby, krijgen sommige peuters - die al een tijd geen borstvoeding hebben gehad - opnieuw interesse in borstvoeding. Dat is meestal van korte duur. Geef hem eventueel af en toe de borst. Zo voelt hij zich niet uitgesloten.

Te vroeg geboren

Voor te vroeg geboren baby's is borstvoeding van groot belang. De moedermelk is aangepast aan de behoeften van de baby vanaf 32 weken zwangerschap: meer antistoffen, eiwitten, calorieën en zouten.

  • De antistoffen in moedermelk zijn heel belangrijk, omdat de baby deze stoffen nog niet zelf kan aanmaken.
  • Moedermelk is licht verteerbaar. Ze belast het kwetsbare spijsverteringsstelsel niet. Verschillende stoffen in moedermelk bevorderen de rijping van de darmen.
  • Borstvoeding beschermt tegen infecties. Een premature baby is hier extra gevoelig voor.
  • Voor een erg lichte of kleine baby kan de neonatoloog beslissen om de moedermelk te verrijken met voedingssuplementen.
  • Hoe de baby gevoed wordt, hangt af van de zwangerschapsduur, zijn gewicht en conditie. De zuig-slikreflex ontwikkelt zich pas rond 32 weken zwangerschap.
  • Sommige te vroeg geboren baby's zijn sterk genoeg om aan de borst te zuigen. Zo niet, moet de melk afgekolfd worden. De te vroeg geboren baby wordt dan gevoed via een infuus, sonde, cupje of fles.
  • Huid-op-huidcontact is meestal wel mogelijk en is waardevol voor de borstvoeding en gehechtheid. De baby wordt met alleen een luier aan op de blote borst van de ouder gelegd en daarna warm toegedekt.
  • Is de baby klaar om aan de borst te zuigen, geef hem dan de kans om dit te proberen. Hoe sneller hij zelf kan drinken, des te sneller hij naar huis mag.

Tweeling

  • De melkproductie is afgestemd op de vraag: een tweeling zuigt vaker, zodat er meer melk wordt aangemaakt.
  • Vraag hulp aan de omgeving. De mama moet het levensritme van elk kind kunnen volgen en zelf ook voldoende rusten.
  • Een tweeling wil in het begin niet altijd op hetzelfde tijdstip drinken. Zo krijgt de mama wel de tijd om rustig aan de borstvoeding te wennen en het verschil in drinkgedrag van elk kindje te leren kennen.
  • Na wat oefening kunnen beide kinderen wel tegelijk gevoed worden. Dit spaart tijd uit en is makkelijker als beide kinderen tegelijk wakker zijn.
  • Het is verstandig om de baby's per voeding of per dag van borst te wisselen, want vaak drinkt het ene kind actiever dan het andere.
  • De baby's vinden snel een eigen voedingsritme. Sommige moeders voeden hun tweeling op verzoek, andere op regelmatige tijdstippen. Het is belangrijk om het ritme van elk kind te volgen en zelf ook te bepalen wat haalbaar is.
  • Als de moeder het toch niet haalbaar vindt om de tweeling volledig borstvoeding te geven, kan ze er ook voor kiezen om borstvoeding en kunstvoeding te combineren. De tweeling drinkt beurtelings aan de borst. De melkproductie zal teruglopen, maar er zal meestal voldoende melk blijven voor één baby. 

Er bestaan verschillende manieren om baby's samen aan te leggen:

tweeling rugby De rugbyhouding (of bakerhouding): elk kind ligt langs één zijde van de moeder, lichaam en beentjes naar achteren.
tweeling parallel De parallelhouding: één baby ligt in normale zithouding en de tweede baby ligt naast de mama onder haar arm (in rugbyhouding).
tweeling kruis De kruishouding: de eerste baby ligt in een normale zithouding en de tweede ligt kruiselings over de eerste baby.

Lipspleet (lipschisis) of gehemeltespleet (schisis)

Borstvoeding biedt heel wat voordelen voor kindjes met een schisis:

  • Verkleint het extra risico op oor-en luchtweginfecties.
  • Moedermelk bevat groeifactoren en heeft een anti-infectieuze werking: de wonde na een ingreep geneest sneller.
  • Moedermelk is minder agressief bij verslikken.
  • Een zachte borst vult een schisis makkelijker op en na de ingreep is het contact met de wonde minder pijnlijk.
  • Drinken aan de borst oefent de spieren van het gezicht en de mond.
  • Borstvoeding is een investering in gehechtheid tussen moeder en kind, socialisatie en huidcontact.

Het aanleggen zal echter niet altijd gemakkelijk zijn. De zuigstoornissen hangen af van de aard en de ernst van de aandoening.

Informeer je als ouder op voorhand en zoek deskundige hulp via www.bvl-borstvoeding.be of bel de Kind en Gezin-Lijn. Een lactatiekundige kan je al heel wat informatie geven en kan je eventueel ook meteen na de geboorte helpen met het aanleggen en het opvolgen van de groei van je baby en de melkproductie.

Heelkundige ingreep aan de borsten

  • Of borstvoeding geven mogelijk is, hangt af van de soort ingreep.
  • Belangrijk is de gevoeligheid van tepel en tepelhof en de beschadiging van de melkkanaaltjes en het klierweefsel. Als beide vrijwel ongeschonden zijn, kan het meestal wel.
  • Elke ingreep is anders en het is raadzaam al tijdens de zwangerschap advies te vragen aan de gynaecoloog of behandelend arts. Hij neemt dan eventueel contact op met de chirurg die de ingreep uitvoerde.
  • Zelfs met één borst kan men borstvoeding geven.
  • Voor jonge vrouwen die nog een kinderwens hebben en later eventueel borstvoeding zouden willen geven, is het raadzaam dit aspect preoperatief te bespreken.

Tepelpiercing

  • Meestal vormt een tepelpiercing die al tijdens de zwangerschap verwijderd is, weinig problemen als het piercinggaatje goed genezen is.
  • Door de piercing kunnen wel enkele melkkanaaltjes afgesloten zijn wat de kans op een verstopt melkkanaaltje en op borstontsteking vergroot.
  • Dagelijkse hygiëne is belangrijker.

Borstvoedingsgeelzucht (fysiologische geelzucht)

  • Bij de geboorte heeft een baby veel rode bloedlichaampjes. Na de geboorte wordt dit teveel aan rode bloedcellen afgebroken. Hierbij ontstaat bilirubine, een afvalstof die de lever moet verwerken. De lever van een pasgeborene werkt echter nog niet zo goed. Niet alle bilirubine verlaat het lichaam van de baby via de urine en de ontlasting, maar een gedeelte stapelt zich op onder zijn huid. Dit veroorzaakt het gele uitzicht. Dit heeft niets te maken met de infectieuze geelzucht bij oudere baby's.
  • Borstvoeding of flesvoeding heeft geen invloed op het ontstaan van fysiologische geelzucht. Het is absoluut geen reden om te stoppen met borstvoeding. Integendeel, colostrum bevordert de eerste ontlasting en gaat zo helpen om de bilirubine sneller uit het lichaam te verwijderen. Daarna vaak borstvoeding geven, helpt ook om de bilirubine sneller uit te scheiden.
  • Stijgt het bilirubinegehalte toch te sterk, dan legt de verpleegkundige de baby soms onder een lamp. Dit licht zorgt voor een snellere uitscheiding. 
  • Een 'gele' baby kan slaperig zijn. Dit maakt het soms lastig om hem te voeden. Is de baby heel suf en heeft hij een slechte eetlust, neem dan contact op met de arts. 
  • Treedt er geelzucht op 1 of 2 weken na de geboorte, dan is verder onderzoek zeker nodig.