Wanneer voeden?

Een huilende baby maakt aanleggen moeilijker. Huilen betekent niet altijd honger hebben.

De eerste 14 dagen heeft een baby 8 à 12 voedingen per 24 u nodig. Dit is een goede basis voor het voeden op vraag. Het voedingsritme verschilt van baby tot baby.

  • Borstvoeding is een proces van vraag en aanbod. Hoe meer de baby drinkt, hoe meer melk er gemaakt wordt. Zuigt een baby minder, dan vermindert ook de melkproductie.
  • Wacht men 4 à 5 u met voeden, dan zijn de borsten gespannen en heeft de baby moeite met drinken door de snelle stroming. Tegelijk loopt de melkproductie terug.
  • In het begin zal elke baby ook nachtvoeding moeten krijgen. Het heeft weinig zin om een kind vroeger wakker te maken of langer wakker te houden. Het bepaalt zelf zijn ritme. Naarmate een baby ouder wordt, zal hij minder (nacht)voeding nodig hebben.
  • Na enkele weken vinden de meeste baby's hun ritme. Dan komen ze op gemiddeld 8 voedingen per 24 u.

Drinkt een baby van bij de start 7 voedingen, komt hij goed bij, is hij alert en levendig, dan hoeft men niet bezorgd te zijn. Elke baby is anders.


Tips

  • Doet de baby na een paar slokjes een dutje, maak hem dan zachtjes wakker. Breng hem bv. naar de andere borst. Slaapt hij vast voordat hij genoeg gedronken heeft, maak hem dan wakker door hem te laten boeren, zijn luier te verversen, zijn voetjes te masseren, over wang en rug te wrijven, ... Bied hem dan pas de andere borst aan. 
  • Slaapt de baby meer dan dat hij drinkt en komt hij niet genoeg bij, maak de slaperige baby dan zeker om de 2 tot 3 u wakker om te drinken: zo krijgt hij de nodige voedingsstoffen binnen.
  • Heeft de baby een grote zuigbehoefte, probeer dan in de eerste 4 tot 6 weken geen fopspeen te geven. Door te zuigen op een fopspeen zal hij minder drinken aan de borst en hierdoor kan de melkproductie verminderen. Bovendien is de kans groot dat de baby oppervlakkiger zal aanhappen, wat pijn veroorzaakt tijdens de borstvoeding. Geef hem borstvoeding op verzoek en probeer een fopspeen uit te stellen tot de melkproductie goed op gang is en het borstvoeden goed lukt. 
  • Een baby krijgt genoeg voeding als:
    • Hij gemiddeld 6 tot 8 keer per dag (de eerste weken 8 tot 12 keer) drinkt.
    • Hij ritmisch zuigt en hoorbaar slikt tijdens de voeding.
    • Hij minstens 6 plasluiers per dag heeft en zijn urine kleurloos tot lichtgeel is.
    • Hij in de eerste vijf tot zes weken 3 à 5 stoelgangluiers per dag heeft.
    • Hij er levendig, tevreden en gelukkig uit ziet.

Groeispurt (regeldagen)

Heeft de baby zijn ritme gevonden, dan is het best mogelijk dat hij na enkele weken dat hele schema weer in de war stuurt. Na een uur of anderhalf uur begint hij dan te huilen alsof hij rammelt van de honger. Dat zijn de regeldagen of de groeispurt.

De baby geeft aan dat hij groeit en meer voeding nodig heeft. Laat hem dan vaker zuigen. Zo produceren de borsten weer meer melk en de melk zal zich aanpassen aan de behoeften van het kind. Na enkele dagen zal de baby zijn normale ritme hernemen.

De regeldagen komen ongeveer na 10 dagen, 3 weken, 6 weken, 3 maanden en tussen die periodes als de baby een verhoogde behoefte heeft.

Extra rust stimuleert de melkproductie en zal de mama sneller door deze moeilijke dagen heen helpen.

Bekijk ook ...