In je gezin



Wat kan je als partner doen?

Als partner kan je zelf je baby niet voeden, maar je kan wel een grote bijdrage leveren om borstvoeding mogelijk te maken. Zo heeft een goede ondersteuning van de mama een grote invloed op de duur van de borstvoeding. 

Voor jou als partner zijn er veel andere fijne momenten om een hechte band te krijgen met de baby: knuffelen, troosten, wiegen, spelen en zingen. Je kan je baby bij de mama brengen als het tijd is om te voeden, je kan de luier verversen, een bad geven enz. Het zal mama bovendien een goed gevoel geven dat zij niet alleen de verantwoordelijkheid draagt en dat je haar kan steunen op momenten dat ze onzeker is. Dat komt niet alleen haar, maar ook de borstvoeding en jullie baby ten goede. 

Bij borstvoeding is de baby vanaf de start op zijn mama aangewezen. Vlak na de geboorte kan dat soms minder aangename gevoelens zoals onwennigheid bij jou als partner opwekken. Dat zijn normale gevoelens waarvoor je je niet hoeft te schamen. Probeer ze op een positieve manier in te vullen en praat erover met elkaar. De mama moet zich realiseren dat ook jij tijd nodig hebt om je thuis te voelen in je nieuwe rol. Aarzel dus niet om op bepaalde momenten alleen met jullie baby bezig te zijn.

Broer of zus

Hoe hou je je andere kinderen bezig tijdens borstvoedings- en afkolfmomenten? Heel veel moeders worstelen hiermee, wanneer ze tijdens borstvoeding ook instaan voor de zorg van een (enkele) ouder(e) kind(eren).
Enkele tips:
  • Leg aan je oudere kind rustig en duidelijk uit dat de baby bij mama moet drinken, omdat de baby niets anders kan eten of drinken. (‘Kijk, geen tanden, baby kan nog geen boterhammen, groentjes en zo eten; daarom drinkt de baby aan de borst’).
  • Zorg dat je voor een voeding even wat tijd met je oudere kind doorbrengt. Maak dit ook duidelijk. (‘Nu speel ik even alleen met jou, dadelijk moet ik broertje/zusje even eten geven’). Dit hoeft echt niet lang te zijn.
  • Gebruik een goede draagdoek, oefen veel en leer hoe je kunt voeden met de baby in de doek, zodat je toch mobiel blijft om interactie te hebben met je oudere kind.
  • Maak een doos of zak met ‘borstvoedingsspeelgoed’ en leg deze apart. Steek hierin speelgoed waarmee het oudere kind graag speelt en haal de doos of zak alleen te voorschijn tijdens de voedingsmomenten.
  • Met wat oefening zal je de borstvoeding in een gewoon eetmoment kunnen integreren: je smeert dan een boterham voor jezelf en het oudere kind en terwijl jullie eten, kan je de baby aanleggen.
  • Zorg dat jullie ook iets te eten en te drinken hebben, vlak voor of tijdens het borstvoedingsmoment.
  • Betrek je oudere kind bij de voeding: slabbetje aangeven, luier en doekjes pakken, …
  • Geef je oudere kind een knuffel om zelf te voeden. Ook andere zorg, zoals verschonen, boertje laten, te slapen leggen en in de draagdoek dragen, kan hij/zij zo nadoen.
  • Geef aandacht aan je oudere kind tijdens de voeding door bijvoorbeeld samen op de zetel te zitten en een boek voor te lezen. Als alternatief kan je samen liedjes zingen of een zelfverzonnen verhaal vertellen. Met het verhaal kan je inspelen op het gedrag van je oudere kind door op het moment dat deze kattenkwaad dreigt uit te gaan halen, het verhaal even heel spannend te maken, zodat het kind toch blijft luisteren.