Te weinig melk

Symptomen bij de baby

  • vermindering van het aantal ontlastingen en van het aantal plasluiers per dag (verwacht in de eerste zes weken minstens 6 plasluiers en 3 tot 5 bijna vloeibare ontlastingen per dag)
  • geboortegewicht nog niet terug op 2 weken of afbuigende gewichtscurve
  • zeer onrustige en ontevreden baby, zoekt continu naar de borst
  • slaperig en weinig geïnteresseerd in voeding
  • tekenen van uitdroging

Symptomen bij de moeder

  • borsten voelen ook voor een voeding erg soepel aan
  • nauwelijks of geen voelbare toeschietreflex 

Advies

  • Het helpt om de baby goed wakker te maken voor een voeding en hem ook vaker aan te leggen.
  • De baby die goed aanligt en voldoende lang kan drinken aan één kant krijgt ook vette calorierijke achtermelk. Pas daarna is het de beurt aan de tweede borst.
  • Borstcompressie zorgt ervoor dat de melk sneller zal stromen en de klieren beter geledigd worden. Omvat daarom, op het moment dat de baby zuigt, je borst stevig en zo dicht mogelijk bij de ribbenkast. Je mag gerust wat druk uitoefenen, zolang het maar geen pijn doet. Wanneer de baby stopt met zuigen, laat je de druk weg. Je kan je hand nu eventueel een beetje verplaatsen en zodra de baby weer zuigt, de druk verhogen op een andere plaats, maar steeds dichtbij de borstkas en dus achter de gevulde melkklieren.
  • Enkele dagen volledig voor je baby beschikbaar zijn en veel rusten kan de aanmaak van melk stimuleren.
  • Huid-op-huidcontact maakt je baby alerter en geïnteresseerder in je borst en stimuleert tegelijkertijd je melkproductie.
  • Afkolven kan de melkproductie stimuleren.

Oorzaken

  • onvoldoende frequent aanleggen, een foute aanlegtechniek of een te zwakke zuigkracht
  • roken, alcohol en gebruik van bepaalde medicijnen en kruiden
  • stress-situaties (ernstige ziekte, zware arbeid, ...), pijn en vermoeidheid 
  • angst, onzekerheid en onvoldoende vertrouwen
  • een slechte toeschietreflex. Deze reflex die dient om de moedermelk te laten stromen wordt sneller onderdrukt en sterk geremd door negatieve gevoelens (stress, angst, vermoeidheid, weinig zelfvertrouwen en te weinig steun van de omgeving).

Waterige melk, het veelvuldig om voeding vragen, weinig gewichtstoename of huilbuien op zich zijn geen tekenen van te weinig melk.

Bijvoeding 

Bijvoeding geven zonder dat daar een medische reden voor is, heeft belangrijke gevolgen. De melkproductie daalt wanneer de baby minder drinkt aan de borst. Er ontstaan mogelijk zuigproblemen bij de baby en de borstvoeding kan pijnlijk worden. Teveel bijvoeding zal de nieren onnodig belasten. Vaak zorgt bijvoeding ervoor dat de borstvoeding vroeger stopt. Soms is bijvoeding echter wel aangewezen: wanneer acties om melkproductie te verhogen geen effect hebben of wanneer de baby duidelijk te weinig voeding krijgt.

Afgekolfde moedermelk is de eerste keuze als bijvoeding. Als moedermelk niet beschikbaar is, zal kunstvoeding gegeven worden. 

Donormoedermelk, d.w.z. moedermelk die niet van de eigen moeder komt, is wetenschappelijk gezien te verkiezen boven kunstvoeding. Om infectierisico’s te vermijden moet donormoedermelk volgens internationale richtlijnen gecontroleerd en behandeld worden. Aangezien we in België niet beschikken over donormelkbanken die moedermelk inzamelen, behandelen en distribueren, wordt donormoedermelk niet aanbevolen als bijvoeding. Moedermelk aankopen via internet wordt afgeraden.
Lees hierover meer informatie of het advies van de Hoge Gezondheidsraad.

Bijvoeding geven gebeurt bij voorkeur met een kopje, via vingervoeden, met een voedingsspuitje en met een borstvoedingshulpset. Met behulp van een borstvoedingshulpset wordt de bijvoeding tijdens de borstvoeding gegeven. Als bijvoeding op een andere manier gegeven wordt, zal de baby eerst aan de borst gelegd worden. Nadien wordt de bijvoeding gegeven. Vaak wordt gebruik gemaakt van een zuigfles omwille van het gebruiksgemak. Aangezien de techniek om aan de borst te drinken erg verschilt van drinken aan de fles, bestaat er een groter risico op zuigproblemen.

Ook in een periode waarin bijvoeding nodig is, moet de baby aangelegd worden om de melkproductie te stimuleren en de drinktechniek te onderhouden. Zelfs een kleine hoeveelheid moedermelk is waardevol omwille van de antistoffen. 


Bij twijfels of vragen kan je steeds terecht bij je verpleegkundige, die op haar beurt ondersteund wordt door lactatiekundigen van Kind en Gezin, of bij een vroedvrouw of externe lactatiekundige. Je kan je verpleegkundige bereiken via de Kind en Gezin-Lijn of je vindt een lactatiekundige in je buurt op www.bvl-borstvoeding.be.