Op het menu


Ontbijt

Geef zelf het goede voorbeeld en neem uitgebreid tijd voor het ontbijt. Een stevig ontbijt, met (ontbijt)granen, fruit en melkproducten is de belangrijkste maaltijd van de dag. ’s Morgens is de energievoorraad klein en de batterijen moeten worden opgeladen om te spelen en te groeien. Op die manier zorgt het ontbijt voor 1/4 van de dagelijkse energie en voorkomt het een appelflauwte in de voormiddag. Zonder ontbijt kan men nog maar moeilijk de behoefte aan vitaminen, mineralen en voedingsvezels dekken met de volgende maaltijden en kan een peuter aan het snoepen slaan.

Een goed ontbijt bestaat uit:

  • Brood en graanproducten: zorgen voor energie, vitaminen en mineralen. Kies voor vezelrijk bruin brood of volkorenbrood. Wissel brood af met ontbijtgranen (bv. muesli met melk of yoghurt). Kies niet-gesuikerde ontbijtgranen.
  • Melk en melkproducten: leveren eiwitten, calcium en vitaminen. 350 à 500 ml per dag is voldoende, 500 ml is het maximum. Teveel melk kan soms de oorzaak zijn dat kinderen nog weinig honger hebben en geen zin meer hebben in andere noodzakelijke voedingsmiddelen zoals boterhammen e.d.
  • Vlees, vis en ei: zorgen voor eiwitten, vitamines en mineralen. Vervang kaas eventueel eens door een eitje, fruit, hummus of notenpasta. Eet brood met beleg, niet andersom. Beperkt vlees eten tot eenmaal per dag.
  • Fruit en groenten: brengen koolhydraten, voedingsvezels en vitaminen aan. Voeg fruit bij yoghurt toe. Leg sneetjes tomaat, komkommer en radijsjes als beleg op de boterham. (Vers) ongezoet vruchtensap of groentesap is ook een goed idee bij het ontbijt.
  • Dranken: leveren voldoende vocht. Kies voor water of kruiden- of vruchtenthee. Koffie, zwarte of groene thee zijn ongeschikt voor kinderen.
  • Vetstof: goed voor energie, vitaminen A en D en essentiële vetzuren. Besmeer tot 4 jaar de boterham met een zachte plantaardige margarine rijk aan onverzadigde vetzuren.
  • Zoetigheden: zij behoren tot de rode zone van de voedingsdriehoek en zijn een toemaatje. Vul het ontbijt af en toe aan met confituur, appelstroop of honing. Overdrijf niet, zoetigheden leveren alleen suikers en geen noodzakelijke voedingsstoffen. Eet ze zeker in combinatie met andere voedingsmiddelen (bv. eerst een boterham met kaas en dan een boterham met confituur). Beter nog is het zoet in zijn puurste vorm te gebruiken zoals aardbei, banaan of kiwi op de boterham.

Tips

  • Zorg dat een kind ’s avonds wat minder eet.
  • Dek de tafel de avond voordien al.
  • Zet de wekker iets vroeger. Zo heeft een kind de tijd om wakker te worden.
  • Eerst wassen, daarna rustig eten.
  • Start met de boterham en geef nadien de melk bij.
  • Zorg voor voldoende variatie.
  • Lukt een volledig ontbijt niet, dan vult een tussendoortje het ontbijt aan (bv. met een stuk fruit, een melkproduct of een sneetje brood).

Enkele ontbijtideeën

  • Bruin brood met wat vetstof + sneetje jonge kaas + schijfjes tomaat + kopje lichte kruidenthee + glas yoghurt
  • Volkorenbrood met wat vetstof + eitje + beker melk + sinaasappel
  • Kommetje muesli + stukjes aardbei of banaan + melk
  • Bruin brood met wat vetstof + verse plattekaas + schijfjes aardbei + kopje lichte kruidenthee

Drinken

Vocht is onmisbaar voor ons lichaam. Het doet meer dan alleen de dorst lessen. Vocht is een transportmiddel om voedingsstoffen aan te voeren en afvalstoffen te verwijderen. Bovendien regelt het de lichaamstemperatuur. Via urine, stoelgang, ademhaling en zweet verliezen we heel wat vocht. Bepaalde voedingsmiddelen bevatten veel water, toch moet er nog extra vocht gedronken worden:

  • tussen 1 en 3 jaar: 1/2 l (melk niet inbegrepen).
  • tussen 3 en 6 jaar: 1/2 - 1 l
  • Laat het kind na de maaltijd of tussenin drinken.

Water

Water geniet de dagelijkse voorkeur. Het is de beste dorstlesser. 

Lichte kruiden- of vruchtenthee (kamille, linde, venkel, rozenbottel, enz.) zonder suiker of honing kunnen eens een leuke afwisseling zijn.

Melk, (ongezoet) fruitsap, groentesap en groentesoep zijn vochtleveranciers, maar ze bevatten daarnaast ook specifieke voedingsstoffen zoals calcium, vitamine C of voedingsvezels. Ze horen daarom thuis in de donker- en lichtgroene groep van de voedingsdriehoek en kunnen een aanvulling zijn op voldoende water.

Overdrijf niet met vers, ongezoet fruitsap, want vers fruitsap bevat ook nog veel natuurlijke suikers en tast de tanden aan. 

Tips

  • Niet alle kinderen drinken evenveel.
  • Melk zit niet inbegrepen in deze aanbevolen hoeveelheid vocht, want ze is naast een drank vooral een voedingsmiddel met heel wat voedingsstoffen, zoals calcium en vitaminen. De voedingsbehoeften voor melk en afgeleiden producten vind je onderaan deze pagina. 
  • Laat een kind niet de hele dag door drinken, want dat remt de eetlust af.
  • Overdrijf niet met de hoeveelheid drinken net voor het slapengaan.
  • Koffie, zwarte of groene thee, alcohol en energiedranken zijn niet geschikt voor kinderen. Wees er alert op dat energie- of alcoholische dranken buiten het bereik van kinderen staan.
  • Teveel appelsap kan diarree veroorzaken.
  • Bij koorts, diarree of zeer warm weer, heeft het kind extra vocht nodig.

Light frisdranken

Ze bevatten kunstmatige zoetstoffen. Een teveel hieraan kan schadelijk zijn voor kleine kinderen. Bij hen wordt de dagelijks aanvaardbare dosis namelijk sneller bereikt. Daarenboven werken bepaalde zoetstoffen laxerend bij hoge inname.

  • Ze bevatten geen suiker. Ze leveren dus geen energie en veroorzaken geen zuurstoot in de mond.
  • Ze bevatten zuren die de tanden aantasten.
  • Ze maken je té gewoon aan de zoete smaak
  • We raden het gebruik van kunstmatige zoetstoffen af voor gezonde, jonge kinderen. Water is en blijft nog steeds de beste drank.

Leidingwater

Voor kinderen vanaf 12 maanden is leidingwater als drinkwater bruikbaar mits enkele voorwaarden.

  • Water moet zo weinig mogelijk nitraat en natrium (= zout) bevatten. Nitraat op zich is niet schadelijk. Wel kan nitraat omzetten in nitriet. Een teveel aan nitriet leidt tot onvoldoende zuurstoftransport in het bloed. Voor baby's vanaf 4 maanden is maximaal 25 mg nitraat per liter water veilig. In bepaalde streken kan dit nitraatgehalte overschreden worden. Meer informatie is verkrijgbaar bij je watermaatschappij. Respecteer sowieso de ontluchtingstijd: laat het water even stromen alvorens het op te vangen.
  • Gebruik alleen koud water rechtstreeks uit de kraan, want lauw of warm water afkomstig uit geisers of boilers kan metalen bevatten.
  • Onderhoud de kraan en de onmiddellijke omgeving ervan zeer goed.
  • Het water hoeft niet gekookt te worden.
  • Het water mag niet uit loden leidingen komen.
  • Gebruik geen ontsmettingsmiddelen.
  • De Hoge Gezondheidsraad raadt het gebruik van waterfilters, ook tafelmodellen, af.


Meer informatie

Tussendoortjes

Spreid de maaltijden over 3 hoofdmaaltijden en max. 2 tussendoortjes. Vermijd dat een kind de hele dag door eet en drinkt, want:

  • Hoe meer eetmomenten, hoe groter de kans op tandbederf.
  • Leeft een kind op tussendoortjes, dan raakt zijn voedingsevenwicht uit balans.
  • Eet een kind energierijke tussendoortjes, dan heeft het geen honger meer bij de volgende hoofdmaaltijd met noodzakelijke voedingsstoffen.
  • Een kind kan elke gemoedstoestand beginnen te koppelen aan een bepaalde smaak, bv. troosten met zoet, tv-kijken met chips, enz. Geef liever geen energierijke tussendoortjes of snoep, behalve voor een speciale gelegenheid.
  • Kies dagelijks voor gezonde snacks: fruit, yoghurt, stukjes rauwe groenten, groentesoep,  een sneetje brood, een rijstwafel, ontbijtgranen, een kinderkoekje, ... Geef niet regelmatig rijstkoeken als snack. Varieer dus voldoende met andere gezonde tussendoortjes.
  • Een snoepje af en toe, sluit best aan bij een maaltijd en niet enkele uren later. Bij het eten en drinken vormt zich namelijk een kleverig wit laagje op de tanden. In deze ‘tandplaque’ zitten bacteriën. Eet dus niet te veel tussendoortjes.

Noten

Nootjes zijn aantrekkelijke tussendoortjes, maar de kauwfunctie van jonge kinderen is onvoldoende ontwikkeld om nootjes fijn te maken. Hierdoor kunnen zij zich gemakkelijk verslikken. Het verslikken in een pindanoot is een belangrijke oorzaak van spoedgevallen. Het risico op verslikken beperkt zich niet tot de pindanoten, maar geldt algemeen voor hele noten en alle soorten.

Het is niet evident een arbitraire leeftijd te zetten wanneer noten wel veilig kunnen gegeten worden, zij houden immers ook bij volwassenen risico’s in. Kind en Gezin houdt er zeker aan om tot de leeftijd van 4 jaar noten te vermijden in de voeding. Maar ook daarna blijft het aangewezen voorzichtig te zijn.

Enkele adviezen om de risico’s te beperken:

  • Vermijd noten bij jonge kinderen. Notenpasta of -moes kan wel.
  • Zet noten buiten het bereik van jonge kinderen. Wees alert voor (resten van) nootjes die kinderen kunnen vinden op de grond, in zetels, ... Hou steeds toezicht.
  • Laat kinderen niet al etend rondlopen of spelen.

Melkvoeding

Kinderen krijgen bij voorkeur een aangepaste melkvoeding tot de leeftijd van 3 jaar. Op deze leeftijd is dat borstvoeding of een aangepaste melkvoeding. Samen met de bijvoeding leveren zij voldoende eiwitten en voedingsstoffen om in de dagelijkse behoefte van een kind te voorzien. Kies je voor flesvoeding dan geef je groeimelk.

  • Geef bij voorkeur groeimelk die niet gezoet is (zie benamingen bij koolhydraten die wijzen op aanwezigheid van suikers) en geen toegevoegde smaak bevat. Bij groeimelk met toegevoegde smaak kan een kindje namelijk de originele melksmaak verleren.
  • Groeimelk is verrijkt met mineralen, vitaminen en essentiële vetzuren t.o.v. koemelk, want het is vrijwel onmogelijk om met uitsluitend gewone koemelk binnen de Europese en Belgische voedingsaanbevelingen voor baby's en peuters betreffende eiwit-, ijzer- en vitamine D-inname te blijven.
  • Plantaardige ‘dranken’ zoals notendrank, rijstdrank, ... bevatten niet de juiste voedingsstoffen voor de groei en de ontwikkeling van het kind. Ze zijn geen vervanging voor melk.

Na de leeftijd van 3 jaar drinken kinderen het best volle melk tot de leeftijd van 4 jaar. Daarna gaat de voorkeur naar halfvolle melk.

Hou je aan de aanbevolen hoeveelheid van 350 à 500 ml melkvoeding per dag, dit is voldoende, zo krijgt de baby niet te veel eiwitten binnen.

Deze hoeveelheden zijn noodzakelijk voor een evenwichtig en gevarieerd eetpatroon. Meer is overdreven. Dan krijgt je kind te veel eiwit en calcium binnen. Als je kindje te veel melk drinkt, kan dat soms de oorzaak zijn dat kinderen nog weinig honger hebben en geen zin meer hebben in andere noodzakelijke voedingsmiddelen zoals boterhammen e.d. waardoor er tekorten aan ijzer, zink en essentiële vetzuren kunnen voorkomen.

Melk en afgeleide producten

Melk en afgeleide producten brengen eiwitten, calcium (kalk) en vitamines B aan. Calcium helpt sterke botten opbouwen en onderhouden. Het calcium in melkproducten is essentieel.

Melkvoeding kan tussen 2 en 3 jaar geleidelijk gecombineerd worden met gewone koemelkproducten (en sojaproducten) binnen de aanbevolen hoeveelheden. Er bestaan voldoende melkvarianten (yoghurt, platte kaas, kaas) om af te wisselen en je kan melk ook gebruiken in allerlei bereidingen: pudding, flan, aardappelpuree, soep, saus, milkshake, ... Beperk gesuikerde melkdranken.

Sojaproducten hebben het voordeel dat ze plantaardig zijn, rijk aan eiwitten, arm aan verzadigde vetten en geen cholesterol bevatten. Meestal zijn ze ook verrijkt met calcium. Pas dan vormen ze een volwaardig alternatief voor koemelk.

  • Lust een peuter geen melk, voeg dan eens wat fruit toe aan de melk of geef hem een ander melkproduct: pudding, flan, aardappelpuree, milkshake, ... maar voeg er geen suiker aan toe. Of voeg melk toe aan een saus of soep. 
  • Lust een kind echt geen melkproducten, neem dan contact op met de arts. Hij kan een calciumpreparaat voorschrijven.
  • Varieer met melkproducten zoals yoghurt, milkshake, kefir, plattekaas, enz. Yoghurt is een gefermenteerd melkproduct en heeft dezelfde voedingswaarde als melk, maar verteert beter. Beperk gesuikerde melk en melkproducten.

Extra vitamines

Vitamine D

Er wordt aanbevolen alle kinderen dagelijks 400 IE (internationale eenheden) vitamine D te geven, vanaf de geboorte tot en met de leeftijd van 6 jaar, het hele jaar door, onafhankelijk van de melkvoeding. Extra toediening van vitamine D binnen bepaalde grenzen is veilig, terwijl een tekort aan vitamine D erg moeilijk op te sporen is en ernstige gevolgen kan hebben (rachitis, een botaandoening).

Het kind kan ook wel vitamine D aanmaken onder invloed van de zon, maar extra bescherming tegen uv-stralen is essentieel.


Extra fluor

Fluor werkt voornamelijk plaatselijk. Poetsen met fluorhoudende tandpasta van bij de eerste tanddoorbraak is dus de boodschap. Kinderen hoeven geen extra fluor in te nemen (geen druppels, noch tabletten). Bovenop het fluor in de tandpasta en in mineraalwater kunnen teveel fluoriden immers fluorosis of witte krijtstrepen op de tanden veroorzaken.

Koolhydraten

Samen met vetten vormen koolhydraten de brandstof voor ons lichaam.

Er bestaan 2 soorten: de enkelvoudige koolhydraten of suikers en de meervoudige koolhydraten.

Enkelvoudige koolhydraten komen voor in:

  • vers fruit, verse groenten, melk en melkproducten. Hier zitten ook meervoudige koolhydraten in,  dit zijn voorkeursbronnen van koolhydraten. Dus mogen ze vaak op het menu staan.
  • druivensuiker
  • tafelsuiker: klontjes, poeder-, kandij-, kristal-, griessuiker en bruine suiker
  • confituur, stroop, honing, ...

Enkelvoudige koolhydraten worden echter vaak geleverd via toegevoegde suikers in snoep, zoet beleg en gezoete dranken. Dit zijn vrije suikers. Het gebruik van producten met toegevoegde suikers moet beperkt worden. Ze leveren immers alleen energie en maar weinig vitamines en mineralen.

Deze voedingsmiddelen mogen geen te groot deel van onze voeding uitmaken. Dit geldt ook voor rietsuiker en honing. Zij bestaan vooral uit enkelvoudige koolhydraten en bevatten alleen maar sporen van vitaminen en mineralen. Probeer deze voedingsmiddelen dan ook te beperken.

Meervoudige koolhydraten zitten in:

  • granen: tarwe, rogge, rijst, ...
  • graanproducten: brood, ontbijtgranen, ...
  • peulvruchten
  • aardappelen
  • groenten en fruit

Meervoudige koolhydraten genieten de voorkeur omdat ze evenveel energie leveren als suikers, minder zoet zijn en meer vitaminen, mineralen en voedingsvezels bevatten.

Voedingsvezels

Voedingsvezels zijn een complex geheel van plantaardige verbindingen.

Er bestaan 2 soorten: oplosbaar of onoplosbaar.

Oplosbare voedingsvezels vertragen de maaglediging en de passage door de dunne darm, waardoor de opname van voedingsstoffen geleidelijker kan gebeuren.

Ze zitten in:

  • fruit
  • groenten
  • peulvruchten
  • haver

Onoplosbare voedingsvezels kunnen veel water opnemen en vergemakkelijken hierdoor de stoelgang. In haar geheel zorgt een vezelrijke voeding voor een snellere verzadiging en voorkomt ze zwaarlijvigheid. Voedingsvezels zorgen er ook voor dat iemand goed kauwt en dat is positief voor de tanden.

Onoplosbare voedingsvezels zitten in:

  • tarwezemelen
  • volkorenproducten
  • groenten
  • fruit

Geef de voorkeur aan ongeraffineerde producten, zoals volkorenmeel. Zij bevatten nog alle waardevolle voedingsstoffen. Begint het kind mee te eten met de gezinspot, dan is het vooral belangrijk om het geleidelijk aan meer voedingsvezels te geven. Start bv. met lichtbruin brood en geef langzaamaan wat volkorenbrood of ontbijtgranen.

  • In de loop van het tweede levensjaar mag je de voeding geleidelijk aanvullen met volle bruine rijst, havermout, volkorendeegwaren en -brood. Beperk rijst tot 1x per week. 
  • Voldoende vezels geven alleen een optimaal resultaat als er ook voldoende bij gedronken wordt.
  • Geef het kind onder de 2 jaar niet te veel voedingsvezels. Dit zorgt voor een snelle verzadiging, zodat het geen zin meer heeft in andere noodzakelijke voedingsmiddelen en onvoldoende energie en voedingsstoffen binnenkrijgt. Door te veel voedingsvezels kan de opname van mineralen (bv. ijzer) in het lichaam van het kind verstoord raken.

(plantaardige) Eiwitbronnen in een vegetarische voeding

Vegetarisch eten is er bewust voor kiezen om zonder dierlijke eiwitbronnen (vlees, vis, ei, zuivel, ...) te eten. Daarbinnen zijn er verschillende strekkingen. De lacto-ovovoeding is de bekendste: wel zuivel (lacto) en eieren (ovo), maar geen vlees of vis. Wordt geen enkel dierlijk product gegeten, dan gaat het over veganisme.

Het is soms moeilijk om een evenwichtige nutritionele balans te bereiken als alle dierlijke producten weggelaten worden. Het kan een tekort aan energie, eiwit, calcium, ijzer, vitamine D en vitamine B12 veroorzaken. Risico’s zijn een vertraagde groei, rachitis (een botaandoening) en bloedarmoede. Extra vitamines, mineralen en verrijkte voedingsmiddelen zijn noodzakelijk om de tekorten op te vangen.

De voorkeur gaat voor hen naar een lacto(ovo)-vegetarische voeding. Laat je goed informeren als je je kind vegetarisch wil opvoeden.  Je baby heeft zeker niet elke dag vlees nodig, maar baby’s zijn in volle groei en hebben een grote behoefte aan eiwitten: zowel dierlijke eiwitten (in een vegetarische voeding bv. eieren, kaas en melk) als plantaardige eiwitten (peulvruchten, deegwaren, granen, meel en brood). Naast de hoeveelheid is ook de eiwitkwaliteit van belang in een vegetarisch voedingspatroon. De eiwitkwaliteit is afhankelijk van de verteerbaarheid en de aanwezigheid van essentiële aminozuren. Vegetariërs dienen naast een verhoogde inname ook extra aandacht te schenken aan de juiste combinatie van (plantaardige) eiwitbronnen zodat alle essentiële aminozuren in voldoende mate worden aangebracht. Het combineren is niet noodzakelijk per voedings- of maaltijdmoment, het is voldoende wanneer alle essentiële aminozuren in voldoende mate over een volledige dag aangeboden worden.  

Geef dagelijks nog voldoende melkvoeding (borstvoeding of een 1/2 l aangepaste melkvoeding). Zo krijgt de baby voldoende eiwitten, maar ook ijzer, calcium en vitamines D en B12 binnen. Bij borstgevoede zuigelingen gaat de aandacht naar de inname van een volwaardige gezonde voeding door de mama.

  •  Plantaardige dranken zoals notendrank, rijstdrank, enz. zijn geen volwaardige vervanging. Ze bevatten niet de juiste voedingsstoffen om een baby goed te laten groeien en ontwikkelen.
  • Graanproducten vormen samen met peulvruchten, groenten en fruit de basis in een vegetarische voeding. Granen zijn belangrijke leveranciers van eiwitten, ijzer en vitamines, bv. rijst, maïs, gierst, boekweit, quinoa, tarwe, rogge, gerst, haver, kamut, spelt, enz. Beperk rijst tot 1x per week. Wees voor jonge kinderen nog voorzichtig met volkorenproducten.
  • Kies bij elke maaltijd voor voldoende groenten en fruit. Ze bevatten vitaminen en mineralen, bv. vitamine C en ijzer. Vitamine C bevordert de opname van ijzer in het lichaam. IJzer uit plantaardige voedingsmiddelen wordt minder gemakkelijk opgenomen. Gezien de diverse samenstelling is variëren tussen donkere bladgroenten, groene en gele groenten belangrijk.
  • Schenk voldoende aandacht aan vitamine B en ijzer. In een lacto-ovovoeding zit de vitamine B in melk(producten), ei en granen. IJzer wordt geleverd door ei en plantaardige voedingsmiddelen, zoals groenten, peulvruchten, graanproducten, brood, zilvervliesrijst, (volkoren)deegwaren, tofoe en noten. Beperk rijst tot 1x per week. 
  • Wissel regelmatig af.
  • Voeg aan een vegetarische voeding ook wat vetstof toe. Volg gewoon de richtlijnen rond smeer- en bereidingsvetten voor kinderen tot 4 jaar.

(plantaardige) Eiwitbronnen vanaf 12 maanden:

  • een ei of een eidooier
  • 25 g tofoe/tempé
  • 50 g gare peulvruchten
  • 25 g mycoproteïne (beter bekend onder de naam Quorn™)
  • 25 g seitan/vegetarische burger
Vegetarische burgers, kaasburgers, groentemengsels en bewerkte producten op basis van peulvruchten, soja of granen krijgen de voorkeur niet omdat ze vaak weinig eiwitten bevatten en ook niet altijd evenwichtig samengesteld zijn. De burgers zijn meestal vet- en zoutrijk. Daarenboven zijn ze meestal gepaneerd waardoor ze bij het bakken behoorlijk veel vet of olie opslorpen.

Nieuwe vleesvervangers zoals wieren, algen en insecten zijn nog in volledige ontwikkeling. Er is meer onderzoek nodig. Niet alle soorten zijn even geschikt (voedingswaarde, schadelijke stoffen, ...).

Zeewieren en algen kunnen hoge gehaltes aan arseen en zware metalen bevatten. Zij worden afgeraden voor zwangere vrouwen en jonge kinderen.

Noten

Noten, behalve kokosnoten, zijn rijk aan onverzadigde vetzuren en leveren ook veel energie. Het zijn zeer geconcentreerde voedingsmiddelen. Daarom worden deze producten slechts aanvullend in kleine hoeveelheden gebruikt. Het zijn geen vleesvervangers. Geschikte noten zijn o.a. wal-, hazel-, pinda-, amandelen cashewnoten. Ook zaden en pitten kunnen gebruikt worden: pompoen- en pijnboompitten of sesam-, lijn-, en maanzaad. Naast gezonde vetten bevatten noten veel eiwitten, vezels en verschillende vitamines. Gebruik ze voor je baby aanvullend en in kleine hoeveelheden (1 eetlepel notenpasta of -moes).
  • Geef aan kinderen jonger dan 4 jaar geen hele noten om verslikking te vermijden. Kies daarom voor hen een notenpasta of -moes, zonder toevoegingen van suiker en extra vet. Lees hierover meer bij Tussendoortjes.

Vetten

  • De kwaliteit van bepaalde vetten en oliën gaat achteruit als je ze opwarmt en er worden schadelijke afbraakstoffen gevormd. Dit is afhankelijk van het type vet of olie. Hoe hoger de temperatuur, hoe sneller de vetten degraderen. Wanneer een olie begint te roken (en verbranden) is de temperatuur te hoog en worden schadelijke stoffen gevormd.
  • Kies bij voorkeur voor een olie, een zachte plantaardige margarine of bak- en braadvet rijk aan enkelvoudige onverzadigde vetzuren, bv. maïs-, olijf-, arachide-, koolzaad- of zonnebloemolie. Enkelvoudig onverzadigde vetzuren zijn beter bestand tegen hoge temperaturen dan meervoudig onverzadigde vetzuren. Er bestaan ook enkele oliën rijk aan verzadigde vetten die niet de voorkeur krijgen: kokos- en palmolie.
  • Vermijd vetrijke tussendoortjes, groenten in vette saus of mayonaise.

Kies voor:

  • brood: zachte broodsmeersels arm aan verzadigde vetzuren en rijk aan onverzadigde vetzuren, bv. zachte plantaardige margarine.
  • koude bereidingen: alle oliën zijn geschikt, bv. saffloer-, druivenpit-, zonnebloem-, koolzaad-, soja-, maïs-, arachide-, sla-, olijfolie,... Soja-en slaolie mogen alleen gebruikt worden voor koude bereidingen.
  • bakken en braden: bereidingsvet met een laag gehalte aan verzadigde en een hoog gehalte aan onverzadigde vetzuren, bv. zachte plantaardige margarine, bak- en braadvet en oliën.

De algemene achtergrondinformatie over vetten vind je hier.

Kruiden en bouillon

Je kan ook zachte kruiden, zoals peterselie, bieslook, kervel, basilicum en venkel toevoegen aan de groentepap

Wees voorzichtig met sterk smakende kruiden en pikante specerijen. Die kunnen het maag-darmkanaal van kinderen te hard prikkelen. Probeer ze voorzichtig uit.

Vermijd de toevoeging van zout aan de voeding van een kind. Het zout dat van nature in de voedingsmiddelen zit is voldoende. Kies je ervoor toch zout te gebruiken, vervang het dan door gejodeerd zout.

Bouillonblokjes zijn geconcentreerde extracten van groenten, vlees, kip of vis met kruiden en veel zout. De nieren van een kind kunnen overbelast raken. Het zijn vooral smaakmakers. De hoeveelheid vlees, vis of groenten is te verwaarlozen. Er bestaan vetarme en zoutarme bouillonblokjes, maar ook deze bevatten nog vrij veel zout. Bij een kind wordt al snel de dagelijkse aanbevolen hoeveelheid bereikt. Bouillonblokjes bevatten ook vooral smaakversterkers en kleurstoffen en hebben geen nutritionele meerwaarde. Je gebruikt ze dus beter niet

Wens je toch een bouillonblokje te gebruiken in verse groentesoep, kies dan alvast voor zoutarme en beperk dit tot 1 blokje per liter vloeistof.

Diepgevroren producten

Een kind mag industrieel niet-bereide diepgevroren voedingswaren (groenten, vlees, vis, ...) eten. Het invriezen heeft geen invloed op de voedingswaarde. Het verlies van voedingsstoffen vindt vooral plaats vóór het invriezen en bij het bewaren. Industrieel diepvriezen gebeurt op -30 tot -40 °C. Thuis zijn de omstandigheden minder ideaal: veel voedingsstoffen gaan verloren, de kwaliteit van het voedingsmiddel daalt en de houdbaarheid is veel beperkter.

Bij aankoop:

  • De temperatuur in de diepvrieskast staat onder -18 °C.
  • Het pakje steekt niet boven de rand uit of is niet met rijm of ijs bedekt, geopend of gescheurd.
  • Maak gebruik van een diepvrieszak of koelbox om ze te vervoeren en steek ze zo snel mogelijk in de diepvriezer thuis. Bewaar ze thuis bij een constante temperatuur van -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal.
  • Vermijd industrieel bereide diepvriesgroenten of -maaltijden. De wettelijke normen zijn helemaal anders dan die voor babyvoeding. Zo’n maaltijd bevat te veel zout en te veel vetten. Bij de opwarming gaan er ook heel wat vitamines verloren en kan er nitriet gevormd worden.
  • Koop geen vissticks of andere gepaneerde diepvriesvis of -vlees. Die bevatten te veel zout en slorpen veel vet op tijdens het bakken.

Bij thuis invriezen:

  • Maak de groenten klaar zodra ze zijn geoogst of gekocht.
  • Reinig ze goed, was ze en snij ze. Leg ze gedurende 2 à 5 minuten in kokend water zonder ze gaar te koken (blancheren). Laat ze zo snel mogelijk afkoelen.
  • Voeg niets toe en verpak ze in kleine porties. Gebruik alleen speciale verpakkingen om ze in te vriezen en doe dit zo snel mogelijk.
  • Bewaar de groenten op -18 °C of kouder gedurende hoogstens 10 à 12 maanden. Zijn de groenten niet geblancheerd, dan blijven ze maar maximum 3 maanden goed.
  • Bereid de groenten zonder ze te ontdooien op dezelfde manier als verse groenten. De bereidingstijd is wel korter.
  • Zelf vlees of vis invriezen voor de groentepap is geen aanrader. De industriële niet-bereide variant is hier te verkiezen.

Vlees

  • Koop vers kwaliteitsvlees dat niet eerder werd diepgevroren.
  • Was de handen grondig.
  • Maak het vlees gebruiksklaar: verpak het in kleine porties in een geschikte verpakking.
  • Voeg niets toe.
  • Vries het zo snel mogelijk in. Leg niet te veel tegelijk in de vriezer.
  • Bewaar het vlees op -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal. Mager vlees bewaart ongeveer 6 maanden, vet vlees 3 maanden.
  • Gehakt wordt het best  niet diepgevroren.
  • Ontdooi het vlees langzaam in de koelkast of in de microgolfoven.
  • Bereid het vlees op dezelfde manier als vers vlees.
  • Ontdooi niet op kamertemperatuur: het vlees verliest meer vocht en de kans op ontwikkeling en vermenigvuldiging van bacteriën is groter.
  • Vries ontdooid, niet-bereid vlees nooit opnieuw in.

Vis

  • Koop verse kwaliteitsvis die niet eerder werd diepgevroren. Alleen heel verse vis kan worden ingevroren.
  • Was je handen grondig.
  • Maak de vis gebruiksklaar: verpak hem in kleine porties in een geschikte verpakking.
  • Voeg niets toe.
  • Vries hem zo snel mogelijk in. Leg niet te veel tegelijk in de vriezer.
  • Bewaar de vis op -18 °C of kouder. Voor langdurig bewaren is -24 °C ideaal.
  • Magere vis bewaart ongeveer 6 maanden, vette vis ongeveer 3 maanden.
  • Ontdooi de vis langzaam in de koelkast of in de microgolfoven.
  • Bereid de vis op dezelfde manier als verse vis.
  • Ontdooi niet op kamertemperatuur: de vis verliest meer vocht en de kans op ontwikkeling en vermenigvuldiging van bacteriën is groter.
  • Vries ontdooide, niet-bereide vis nooit opnieuw in.
Bekijk ook ...