Starten met vaste voeding

Tussen 4 en 6 maanden gaan de voedingsreflexen geleidelijk over in bewuste mondbewegingen. Deze leeftijd is daarom een ‘gevoelige’ periode om je baby gepureerde voeding van een lepel te leren happen. Vroeger starten dan 4 maanden met vaste voeding is niet aan te raden.

Vanaf 6 maanden is vaste voeding noodzakelijk. Op dat moment is borst- of flesvoeding op zich niet meer voldoende. Geeft je kindje al vroeger aan dat het aan vaste voeding toe is, door bijvoorbeeld smakkende geluidjes te maken, alles in zijn mond te stoppen en veel belangstelling te tonen voor jouw eten en drinken? Dan kan je eventueel voor de leeftijd van 6 maanden geleidelijk aan vaste voeding starten.

Geef je borstvoeding, dan is het absoluut aan te raden te wachten tot je baby 6 maanden is. Want zodra je start met vaste voeding, vermindert je melkproductie omdat je baby minder drinkt. Wacht je tot je baby 6 maanden is, dan kunnen jij en je baby langer van de voordelen genieten. 

Tips voor het eten van lepelvoeding

  • Zorg dat de lepelvoeding volledig fijn is.
  • Zorg dat de baby de lepel ziet aankomen: zo krijgt hij de tijd om zijn mond te openen.
  • Gebruik een klein lepeltje.
  • Breng het lepeltje horizontaal in de mond en druk het lichtjes op zijn tong.
  • Houdt de baby zijn hoofdje lichtjes voorover gebogen, dan kan hij de lepel makkelijker met de lippen leegmaken. Het is normaal dat hij een beetje morst.
  • Vermijd het afschrapen van de lepel langs zijn bovenlip of bovenste tandjes. De mondstreek is heel gevoelig bij een baby en hij kan dit als onaangenaam ervaren. Dit kan het leerproces vertragen en aan de basis liggen van eetproblemen. Het is normaal dat een baby het eten van de lepel afzuigt en een deel met zijn tong naar buiten duwt. Hij moet leren afhappen van een lepel, tot nu toe kende hij alleen maar ‘zuigen’. Vindt hij het lekker, dan zal hij zeker proberen om te slikken.
  • Veeg het mondje niet voortdurend af tijdens het eten of telkens het kindje morst, om het proper te maken. Hierdoor geef je de boodschap aan kinderen dat iets vies is, iets dat snel afgeveegd moet worden.
  • Goed afhappen wil zeggen dat een baby een lepel actief met zijn lippen omsluit en zijn tong achterwaarts laat bewegen.
  • Denk niet te snel dat een baby iets niet lust. Een kind heeft ongeveer 10 à 15 proefbeurten nodig vooraleer zijn smaakpapillen vertrouwd zijn met een onbekende smaak of textuur. Dit is het leren lusten van een voedingsmiddel.
  • Weigert een kindje door zijn lippen stijf op elkaar te houden, zijn hoofd weg te draaien of zijn rug te overstrekken, stop dan even met eten geven. Geef het een lege lepel om mee te spelen en te wennen aan het gevoel van een lepel in de mond.
  • Laat een baby zelf zijn eettempo bepalen en forceer zeker niet. Laat het kindje plezier beleven aan zijn maaltijd en wacht desnoods 1 à 2 weken vooraleer opnieuw te proberen.
  • Het fijnmaken van de voeding zorgt er voor dat de voedingsstoffen beter kunnen opgenomen worden. Gebruik hiervoor een een rasp of vork. Mixen zorgt voor meer lucht in de pap en dus voor vitamineverlies. Daarom krijgt het niet de voorkeur.
  • In kant-en-klare potjesvoeding is de voeding gehomogeniseerd. Dit wil zeggen dat de voedingsmiddelen onder hoge druk door zeer fijne gaatjes worden gestuwd. Hierdoor is het product zeer fijn. De plantencellen zijn ook opengebroken, zodat alle voedingsstoffen vrijkomen en makkelijker door het maag-darmkanaal van de baby kunnen worden opgenomen. De structuur van bereide voeding en potjesvoeding kan heel erg verschillen. De baby merkt dit ook en zou een zelfbereide maaltijd kunnen weigeren. Zorg dus zeker voor voldoende afwisseling in de voeding.
  • Ouders en opvang starten best samen met fruitpap of groentepap. 

Smaakwaarneming

De smaakwaarneming van een baby ontstaat al tijdens de zwangerschap. Een pasgeboren baby reageert op smaken en geuren die hij kent van voor zijn geboorte. Hij merkt het verschil tussen zoet, zuur en bitter. Een baby verkiest zoet en heeft een afkeer van bitter.

Door borstvoeding te krijgen, leert een baby heel wat smaken en geuren kennen. Dit zorgt voor minder problemen bij de start van vaste voeding. Bij flesvoeding leert hij pas de verschillende smaken via de fruit- en groentepap kennen.

In het begin is tegenstribbelen en spuwen normaal. Laat de baby wennen aan een nieuwe smaak. Dit lukt het makkelijkst wanneer hij honger heeft of wanneer een geliefd persoon in een prettige omgeving hem eten geeft.


Vaste voeding geven

Bekijk ook ...